"Abai village" met op de achtergrond de stad Sokcho.

Foto Ed Jones/AFP

Olympische hereniging splijt Zuid-Korea

Winterspelen

Vanaf vrijdag, als de Olympische Winterspelen beginnen, zijn de beide Korea’s in ieder geval sportief weer even verenigd. De meningen zijn verdeeld.

Abai oogt als een doorsnee buitenwijk in Zuid-Korea. Alleen aan de horeca is te zien dat de wijk hier van oudsher veel Noord-Koreaanse vluchtelingen en overlopers telt. In een straat serveren eettentjes typisch Noord-Koreaanse gerechten als met inktvis gevulde

Studio NRC

worst en koude noedelsoep. Medewerkers proberen de weinige mensen op straat hun etablissement binnen te krijgen. Winkeltjes hebben hun waar op tafels en stoelen buiten gestald.

Abai ligt in Sokcho, een kuststad in het noordoosten van het land, een uur rijden van de Gedemilitariseerde Zone. Tot het eind van de Koreaanse Oorlog (1950-‘53) maakte de stad deel uit van Noord-Korea. Het is de reden dat Noord-Koreaanse overlopers zich hier vestigden, om dichtbij hun thuisland te zitten voor het geval de hereniging plaatsvindt. En het is de stad die vlakbij Gangneung ligt, waar een deel van de Olympische Winterspelen worden gehouden - een sportevenement waarvoor de beide Korea’s vanaf vrijdag voor drie weken sportief even herenigd zijn.

Foto Ed Jones/AFP
Foto Ed Jones/AFP
Twee vrouwen in Abai village”.
Foto Ed Jones/AFP

IJshockeyteam

De 74-jarige Kim Soon-ha, die op vijfjarige leeftijd met haar familie uit Pyongyang vluchtte, woont al bijna haar hele leven in Sokcho. In haar bescheiden driekamerwoning vertelt ze dat de Noord-Koreanen in Abai uitsterven. „De meeste vluchtelingen van mijn generatie zijn overleden, hun kinderen en kleinkinderen weggetrokken naar Seoul of Busan.”

Kim Soon-ha (74). Foto Anouk Eigenraam

Met de weinigen die er nog over zijn, heeft ze veel contact, zegt ze. En de meeste Noord-Koreanen zijn net als zij blij met de recente toenadering tussen de twee landen. Aan de andere kant van het land, in hoofdstad Seoul, is de deelname van Noord-Korea aan de Winterspelen meer omstreden, onder meer vanwege de vorming van het gezamenlijke vrouwenijshockeyteam waardoor Zuid-Koreaanse ijshockysters hun plek moesten afstaan aan Noord-Koreaanse spelers. Maar Kim Soon-ha is de Zuid-Koreaanse president Moon Jae-in juist dankbaar. „Ik bid elke dag voor de hereniging, de rest van mijn familie woont er immers. Ik denk dat het juist positief is als Noord-Koreanen hier naar toe komen.”

Economische impuls

In de provincie Gangwon daarentegen is het enthousiasme over de olympische verbroedering groter. De economisch achtergebleven regio hoopt dat het toerisme door de Spelen blijvend aantrekt. Niet alleen investeerde de overheid in goed vervoer en een snelle treinverbinding met Seoul, ook lokale horeca-ondernemers staken afgelopen jaar geld in renovatie van hun hotel of restaurant.

Of het blijvend tot een economische impuls komt, valt te bezien. Door de opgelopen spanningen tussen de Verenigde Staten en Noord-Korea de voorbije maanden valt de kaartjesverkoop vooralsnog tegen. Driekwart van de kaartjes waren vorige week verkocht, en ook de hotels zitten nog lang niet vol, ook door de hoge prijzen. De gemiddelde prijs voor een hotel in Gangneung was zo hoog, 370 euro per nacht, dat de burgemeester eind december zei boetes te gaan uitdelen aan hotels die te veel vroegen of geen individuele boekingen accepteerden. Nu de onmiddellijke oorlogsdreiging door de gesprekken tussen de Korea’s is afgenomen, lijkt de belangstelling voor de Spelen op de valreep toe te nemen. Verhuurders van accommodaties kregen de afgelopen week nog veel verzoeken.

De Noord-Koreaanse vluchteling Choi-Ki Whal (78 jaar, rechts op de foto) komt oorspronkelijk uit de provincie Hamgyeong in Noord-Korea. Samen met een collega trekt hij visnetten binnen op een dok bij “Abai village”.
Foto Ed Jones/AFP
Foto Ed Jones/AFP
In restaurant in “Abai village”.
Foto Ed Jones/AFP

De gedachte daarachter is dat de sporters, begeleidende ambtenaren en de artiesten die Noord-Korea naar Pyeongchang stuurt, bij terugkomst aan hun landgenoten vertellen dat alle propaganda over Zuid-Korea niet klopt. Dat kan zeker een positief bij-effect zijn, denkt Young Chul-cho, hoogleraar politieke wetenschappen aan Chonbuk National University. Toch zijn zeker niet alle Noord-Koreaanse vluchtelingen blij met de recente ontwikkelingen, zegt hij. „Uit een recente peiling onder hen blijkt dat ze bang zijn dat Noord-Koreanen bij een hereniging in Zuid-Korea uitgebuit zullen worden als goedkope arbeidskrachten.”

Andersom wees ander onderzoek uit dat steun voor de eenwording onder jonge Zuid-Koreanen afneemt: 70 procent zou er geen voorstander meer van zijn. „De jonge generatie denkt er aan hoe zwaar het voormalige Oost-Duitsland het had na de hereniging. Jongeren hebben geen zin de rekening hiervan te betalen.”

‘Naïef’ en ‘sentimenteel’

Remco Breuker, hoogleraar Koreastudies in Leiden, denkt dat president Moon zijn hand overspeeld heeft door te denken dat mensen iets als een gezamenlijk hockeyteam zouden steunen. Hij noemt de „sportdiplomatie” die Moon bedrijft „naïef” en „sentimenteel”. „Wat Moon doet, is dom. Met zijn transparante buitenlandpolitiek speelt hij Kim Jong-un in de kaart. Het is veel te idealistisch en romantisch te denken dat door de Winterspelen ook werkelijk een betere relatie met Noord-Korea zal ontstaan.”

Kim Chae-hyun in haar restaurant. Foto Anouk Eigenraam

Dat is Kim Chae-hyun, eigenaar van een populair Noord-Koreaans restaurant in Abai niet met Breuker eens. Haar inmiddels overleden vader werd in 1950 krijgsgevangenen genomen door Zuid-Korea. Behalve dat de Spelen goed zijn voor haar zaken, is zij blij met de Noord-Koreaanse deelname. „Het is zuur voor de ijshockeyers dat ze niet mee kunnen doen. Maar ik denk dat het heel positief is dat de wereld een keer een ander beeld te zien krijgt van Noord-Korea dan het stereotype plaatje van geweld en agressie waar het normaal gesproken mee wordt geassocieerd.”

Vissers op een pier voor “Abai Village”. Foto Ed Jones/AFP