Onderwijs

Nederlandse hoorcolleges zijn te duur, dus dan maar in het Engels

Onderwijsblog Verengelsing is slechts een symptoom van de problemen op universiteiten. Het echte probleem is vermarkting, schrijft universitair docent Thijs Lijster.

ANP Robin Utrecht

Het opiniestuk van historicus en ex-collega Eelco Runia heeft flink wat discussie opgeleverd in landelijke media, maar zeker ook aan mijn universiteit, de Rijksuniversiteit Groningen. Nadat het faculteitsbestuur de boel probeerde te sussen en af te doen als een ‘persoonlijk probleem, organiseerden studenten afgelopen vrijdag een sit-in in de bestuurskamer, waar ze een inhoudelijk gesprek over structurele problemen afdwongen. Terecht en hoognodig, want de problemen die Runia aankaart, staan niet op zichzelf. Dezelfde problemen lagen aan de basis van de Maagdenhuisbezetting in 2015, die toentertijd ook in Groningen aanleiding gaven tot het oprichten van een zogenaamde Rethink-beweging.

Wat mij echter stoort aan de framing van het debat (om maar eens een lelijke Engelse term te gebruiken), is dat de nadruk vooral is komen te liggen op verengelsing en internationalisering. Een voorbeeld van Runia, dat hij voor een groep van uitsluitend Nederlandse studenten werd geacht in het Engels college te geven, liegt er dan ook niet om. Toch zijn verengelsing en internationalisering op zichzelf geen problemen, hooguit symptomen van achterliggende problemen: de vermarkting van het hoger onderwijs en de toegenomen werkdruk. Daar gaat het in de discussie veel minder over. Zo dreigen we echter het kind met het badwater weg te gooien.

Ik doceer zelf aan een internationale opleiding aan de RUG. Dat betekent dat ik doorgaans in het Engels doceer (waar ik tot nu toe van studenten nog geen klachten over heb gehoord), vergaderingen bijwoon waarin de voertaal Engels is, en Engelstalige werkstukken nakijk. Het is een groot genoegen deel uit te maken van een internationaal team van docenten en om studenten in de collegebanken te hebben die uit alle hoeken van de wereld komen. Het levert vaak boeiende discussies op, en in veel opzichten beschouw ik het als een verrijking van het onderwijs. Het zijn dikwijls goede en gedreven studenten die van ver naar Nederland komen.

Tweetalig

Dat wil niet zeggen dat de nadelen niet bestaan. Internationalisering heeft in de eerste plaats, en vooral in Groningen, gezorgd voor meer studenten, terwijl de hoeveelheid staf niet is meegegroeid. Dat levert meer werk en taken op, waarvoor je vaak niet of nauwelijks wordt gecompenseerd. Dit is het directe gevolg van een financieringsmodel waarin universiteiten worden afgerekend op de hoeveelheid afgestudeerden. Daardoor is er een run gekomen om zoveel mogelijk internationale studenten binnen te halen met als toppunt het idee van een Chinese dependance als Groningse melkkoe.

Ik zie zeker ook de nadelen van het verdwijnen van het Nederlands (bijvoorbeeld voor studenten die zich op de Nederlandse arbeidsmarkt richten). Een oplossing zou zijn om opleidingen waar mogelijk tweetalig aan te bieden. Bij mijn eigen opleiding is dat deels het geval: Nederlandse studenten kunnen werkcolleges grotendeels in hun moerstaal volgen en opdrachten in het Nederlands inleveren (mits de docent het Nederlands machtig is uiteraard). Maar ook hierbij is het probleem weer de financiering. Om bijvoorbeeld ook de hoorcolleges tweetalig aan te bieden en voor elk vak de mogelijkheid van Nederlandse feedback aan te bieden, is meer staf nodig per student.

Bovengenoemde nadelen zijn, als je ze goed bekijkt, dus niet problemen van verengelsing en internationalisering op zich, maar veeleer van de wijze waarop ze ondoordacht worden ingezet in een marktmodel dat op groei en rendement is gericht. Dat geldt overigens ook voor onderzoek. De eenzijdige waardering van publiceren in het Engels is uiteindelijk terug te voeren op vermarkting: meer Engelstalige publicaties in zogenaamde ‘toptijdschriften’ betekent meer onderzoeksgeld, een hogere positie in de internationale rankings, en daardoor weer meer studenten.

Paaseitjes

Er is niets tegen internationalisering of tegen het in het Engels aanbieden van opleidingen. Het uitlichten van deze zaken als ‘problemen’ is bovendien een miskenning van de meerwaarde van een internationale staf en studentenpopulatie die lijden onder hetzelfde juk als de Nederlandse staf en studenten, en met wie we dus solidair zouden moeten zijn. Als we het marktdenken binnen het hoger onderwijs niet adresseren, en in plaats daarvan de voertaal ervan centraal stellen, laat het debat zich bovendien snel kapen door een cultureel-conservatieve agenda. Die stelt dit probleem op een lijn met het gebruik van het woord verstopeitjes in plaats van paaseitjes bij de Hema. Tweede Kamerlid Martin Bosma (PVV) was er dan ook als de kippen bij om de verengelsing te veroordelen, terwijl zijn partij zich er verder nooit op heeft laten betrappen het hoger onderwijs een bijzonder warm hart toe te dragen.

Ook minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, D66) wil nu de internationalisering van het hoger onderwijs ‘kritisch’ volgen. Heel goed, maar zorgen over de onverantwoorde toename van internationale studenten of het verdwijnen van Nederlandstalige programma’s zouden niet met protectionisme of een soort ‘De-ondergang-van-het-Avondland-hysterie’ beantwoord moeten worden, maar - heel eenvoudig - met meer geld voor hoger onderwijs en het loslaten van het marktmodel voor de universiteit.

Thijs Lijster is universitair docent kunst- en cultuurfilosofie aan de Faculteit der Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen.

Blogger

Maarten Huygen

Maarten Huygen is redacteur onderwijs. Hiervoor was hij onder andere chef opinie, commentator en verslaggever voor NRC. Hij woonde 11 jaar in Washington, in de vroege jaren tachtig voor omroepen en bladen, in de vroege jaren negentig voor NRC.