Opinie

Een schilderij randt niemand aan

We hadden het kunnen weten. Het schilderij ‘Hylas en de nimfen’ (1896) van John William Waterhouse toont victoriaans, seksloos naakt, en uitgerekend dat doek haalde de Manchester Art Gallery van de muur. Natuurlijk was er geen zedelijk verontruste klager geweest die er aanstoot aan had genomen. Het was een stunt van het museum, ter bevordering van het debat over „hoe kunstwerken worden geïnterpreteerd en tentoongesteld”. Maar dat is niet hoe het uitpakte. Inmiddels kan worden geconcludeerd dat deze stunt zijn doel ver voorbij geschoten is. De reputatie van het schilderij is besmeurd. En er ontstond geen debat, maar er groeide een hetze tegen het nepnieuws dat puriteinse feministen, in het kielzog van de #MeToo-campagne, musea zouden willen ontdoen van afbeeldingen van vrouwelijk naakt.

Dusdoende werd de actie van het Manchester museum een wapen in de handen van het leger geschrokkenen dat #MeToo uit alle macht wil bagatelliseren. De collectieve protesten tegen het, vervaarlijk alomtegenwoordige, seksueel machtsmisbruik, konden worden afgedaan als hysterie via de band van de beeldende kunsten.

Op wat kwezels na haakt #MeToo niet aan bij deze preutsheidsmanie. De Kill Bill-films zijn niet het probleem. Wel het seksuele geweld dat actrice Uma Thurman te verduren kreeg van producent Harvey Weinstein en de machtswellust van regisseur Quentin Tarantino. #MeToo gaat niet over de inhoud van kunst. Een schilderij randt niemand aan. Wie zich door een kunstwerk geschoffeerd voelt, doet dat zelf.

De puriteinse klopjacht op kunstwerken speelt al langer op. Fotografen zijn afgefakkeld vanwege afbeeldingen van blote kinderen, ook al hadden die duidelijk niets met kinderporno te maken.

In bepaalde musea zijn werken verwijderd, zodra men vreesde voor sommige christenen of moslims die ons aller zedelijkheid af laten hangen van de kleding van vrouwen. En in Hollywoodfilms wordt alweer jaren gedaan of mensen hun ondergoed aanhouden als ze met elkaar naar bed gaan.

In Nederland legde de directeur van het Singermuseum in een tv-programma uit hoe hij omging met de vrouw als lustobject in de kunst. Hij wil zijn publiek behoeden, zo bleek. Die inktschets van Rembrandt van een vrijend stel in de bosjes, die kón, zei hij, dat was geen verkrachting. Tja, wie zal het zeggen. Het publiek besluit zelf wel wat het wil zien en wat het aan wil kunnen. En dan graag ongehinderd door een vaderlijke directeur en zijn bordjes met uitleg en context.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.