Je wilt de haai tóch zien

Kijken De gerenommeerde documentairemaker en filmkenner Mark Cousins behandelt de geschiedenis van het kijken in zijn erudiete boek The Story of Looking.

Fameus beeld uit Un chien Andalou (1929) van Luis Buñuel en Salvador Dalí. Foto Collection Christophel

Je wilt iets zien, maar je wilt het tegelijkertijd ook niet zien. Rond dit soort intuïtief verontrustende beelden die beangstigend én opwindend zijn, zijn veel blockbusters in Hollywood opgebouwd. Denk aan de haai in Jaws of de dinosauriër in Jurassic Park.

Om met de titel van een Nederlandse documentaire te spreken: Ik wil het niet zien, maar het moet. Die film ging over de hyperrealistische kunstenaar Co Westerik, bekend van het schilderij waarop iemand zich snijdt aan gras.

Deze kijkervaring krijgt een plaats in The Story of Looking, van documentairemaker en filmcriticus Mark Cousins, die vooral bekend is van de veelgeprezen documentaireserie The Story of Film, waarin hij zijn visie op de filmgeschiedenis ontvouwde.

Zijn ambitieuze nieuwe boek is een soort vervolg op die serie, en gaat over de geschiedenis van het kijken. Cousins beschouwt die geschiedenis zowel op individueel als collectief niveau en behandelt de geschiedenis van de mensheid van 3000 voor Christus tot nu. Hij begint met een baby die voor het eerst de wereld in soft focus waarneemt en daarna mensen, dingen en beweging leert onderscheiden en eindigt met het slechter wordende zicht van zijn denkbeeldige persoon, kort voor diens sterven, na een leven vol kijken. Zijn boek is verdeeld in drie delen: ‘Starting’ gaat over beginnen met kijken, ‘Expanding’ behandelt de uitbreiding en verdieping van ons kijkvermogen en ‘Overloading’ behandelt het hedendaagse bombardement van beelden waaraan we zijn blootgesteld. Uiteraard komen veel voorbeelden uit de filmkunst, Cousins terrein van expertise, maar ook voorbeelden uit de fotografie, beeldende kunst en filosofie komen voorbij. Hij legt ook verbanden tussen disciplines, zo laat hij zien hoe het beeld van een in bad in slaap gevallen Jack Nicholson in About Schmidt (Alexander Payne, 2002) rechtstreeks is ontleend aan Jacques-Louis Davids beroemde schilderij De dood van Marat.

Beeldenhaat

Het belangrijkste inzicht waarop Cousins zijn betoog bouwt is het uitgangspunt dat de output van onze visuele cortex – het gedeelte van het brein dat visuele prikkels verwerkt – tien keer zo groot is als de input via onze ogen. Kijken activeert het brein: beelden worden geïnterpreteerd, in een context geplaatst en beoordeeld. Dat vermogen is evolutionair bepaald – we moeten inschatten of iets gevaarlijk is of niet – maar ook esthetisch en ideologisch gevormd.

Kijken is verbonden met (seksueel) verlangen. Cousins illustreert dat met een still van de negentienjarige actrice Lauren Bacall in haar filmdebuut To Have and Have Not (1944). Een mooi uitgelichte Bacall kijkt uitdagend, zij had ‘the look’. Een look die deels uit nervositeit geboren was, schrijft Cousins. Om haar zenuwen beter in bedwang te houden hield ze haar mond een beetje open. Gebrek aan vertrouwen resulteerde in een beeld dat juist zelfvertrouwen en verleidelijkheid uitstraalt.

Ideologische en esthetische opvattingen over kijken en zien plaatst Cousins eigenzinnig op een schaal die van zeer negatief tot zeer positief loopt. Aan de negatieve kant plaatst hij Maarten Luther, Augustinus en de Taliban, die afbeeldingen om uiteenlopende theologische redenen veroordeelden. Zo keerde Luther zich tegen de beeldenverering van de katholieken. Aan de positieve kant van de schaal plaatst hij fenomenen als kleur, landschap en gezichten, maar ook ‘visual comedy’ en de films van Claire Denis. Ergens tussenin bevinden zich de koloniale blik, de ‘male gaze’, reclame en surveillance. Een opzettelijk subjectief lijstje waarmee de lezer het van Cousins best oneens mag zijn.

Visuele stortvloed

Kijken gaat ook over gezichtspunt: wie kijkt waarnaar, en vanuit welke positie? Net als in zijn serie The Story of Film maakt Cousins zijn eigen subjectieve positie expliciet. Hij bekritiseert de mannelijke en koloniale blik, corrigeert eurocentrisme en belicht de slachtoffers van westers imperialisme. Zijn eigen stellingname schemert ook (teveel) door in zijn analyse van een foto van Gandhi die aan het eind van een protestmars werd genomen. Hij noemt het een voorbeeld van het belang van beelden bij protesten: ze moeten de wereld in worden gestuurd als getuigenis. Maar is zo’n foto niet hetzelfde als propaganda, waar hij even later een korte beschouwing aan wijdt? Hij definieert propaganda als een beeld dat ons van iets wil overtuigen, precies wat de Gandhi-foto ook beoogt.

Kijken helpt ons denken, is een van de uitgangspunten van Cousins, die allerlei soorten kijken onderscheidt: empathisch, alert, verlangend, agressief, abstract, episch, metafysisch, troostend, angstig, narcistisch, gefragmenteerd. Ons vermogen om de werkelijkheid te observeren is in de loop der eeuwen verder verrijkt met talloze instrumenten: camera obscura, telescoop, microscoop, röntgenstralen, infrarood, fotografie, film, televisie en virtual reality.

De 21ste eeuw is de eeuw van de ‘visuele stortvloed’, maar Cousins is niet negatief over ons beeldgebruik op smartphones, internet of sociale media. Evolutionair gezien kunnen we simpelweg meer visuele stimuli aan, aldus Cousins, al is het volgens hem te vroeg om daar al iets definitiefs over te zeggen. „Kijken is altijd een shock geweest,” meent hij. Wie zich al te zeer afkeert van de hedendaagse beeldenvloed, verwijt hij zich min of meer over te geven aan een „millennia-oude kijkfobie”’ een verwijzing naar Luther en anderen die waarschuwden voor de immoraliteit van beeldenverering.

Aanstekelijke oproep

The Story of Looking is erudiet maar uiteindelijk ook wat braafjes. Cousins’ boek mist de prikkelende nieuwe inzichten die beeldcultuurklassiekers als John Bergers Ways of Seeing, Susan Sontags On Photography of het meer academische The Techniques of the Observer van Jonathan Crary wel boden. Cousins is weliswaar goed in kijken en beelden analyseren maar vrij beperkt in de conclusies. Tekenend is zijn uitgebalanceerde, maar wat voorspelbare conclusie. „Ik ben gepassioneerd over kijken, maar niet blind voor de tekortkomingen ervan.” Toch werkt Cousins oproep – beter – te kijken aanstekelijk, evenals zijn analyse van foto’s, films, literatuur en beeldende kunst. Een van de laatste woorden van The Story of Looking luidt dan ook ‘Kijk’.

Mark Cousins: The Story of Looking. Canongate, 426 blz. 29,95 euro