‘Ik voel me een beetje vies gemaakt’

Joop van den Ende

De 65 miljoen euro die Joop van den Ende de laatste jaren via zijn stichting aan goede doelen schonk, zou vooral naar bedrijven zijn gegaan waar hijzelf, familie of zakenpartners bij betrokken waren. Sjoemelpraktijken? „Totale onzin.”

„ Als ondernemer heb je een zwaar leven. Zo’n fonds kan veel voldoening geven.” Foto Ilvy Njiokiktjien

Alsof hij een misdadiger is, zegt Joop van den Ende (75). „Net als mijn vrouw en kinderen voel ik me besmeurd, een beetje vies gemaakt.”

De VandenEnde Foundation, de goededoelenstichting die de showbizzondernemer in 2001 met zijn vrouw Janine oprichtte, is beticht van sjoemelpraktijken. Het heeft hem geschokt, en een paar slechte dagen bezorgd, zegt Van den Ende. Pas na een etentje met zijn vriend André van Duin monterde hij weer wat op.

Wat is er aan de hand? Het radioprogramma Argos heeft samen met opinieweekblad De Groene Amsterdammer en onderzoeksplatform Investico in twijfel getrokken of de VandenEnde Foundation wel opereert volgens de regels voor een algemeen nut beogende instelling (anbi).

De 65 miljoen euro die Van den Ende de afgelopen acht jaar via zijn stichting aan culturele doelen gaf, zouden namelijk voor het merendeel zijn terechtgekomen bij bedrijven en instellingen waar Van den Ende zelf, zijn familie of zakenpartners bij betrokken zijn. Ten onrechte, zo stellen Argos, De Groene en Investico, heeft Van den Ende belastingvoordeel genoten dat voortvloeit uit de anbi- status van zijn stichting. De kop boven het artikel in De Groene: ‘De ondernemende mecenas’.

Van den Ende noemt de berichtgeving „totale onzin”. Hij ontvangt in zijn kantoor bij Chios Investments, de bv in Amsterdam waaronder zijn minderheidsbelang in amusementsbedrijf Stage Entertainment en nog tientallen andere dochterondernemingen ressorteren. Gezeten aan een grote, witte vergadertafel, met achter hem een kleurrijk schilderij van Jan Cremer, probeert hij zich van de smet te ontdoen, zegt hij.

De uitzending van Argos is geweest, het artikel dat De Groene woensdag publiceert heeft u in concept mogen lezen. Welke beschuldiging steekt u het meest?

„Het artikel zat vol onjuistheden, foute aannames en verdraaiingen. Maar wat me het meeste heeft geraakt, is de beschuldiging dat ik een conflict met de Belastingdienst zou hebben. Dat heb ik niet. En de Belastingdienst knijpt voor mij ook geen oogje dicht.”

De fiscus zou hebben geëist dat u en uw vrouw uit het stichtingsbestuur zouden stappen. Een maatregel waar de Belastingdienst van afzag na het dreigement dat u dan zou stoppen.

„Een foute voorstelling van zaken. In 2006 overwoog het ministerie van Financiën om de anbi-regels aan te scherpen. Oprichters of familieleden van een familiefonds zouden niet meer in hun stichtingsbestuur mogen plaatsnemen. Via de brancheorganisatie van vermogensfondsen hebben wij, net als vele andere familiefondsen, toen duidelijk gemaakt dat dat voor ons onaanvaardbaar was. Voor alle duidelijkheid: wij hebben over dit onderwerp nooit rechtstreeks contact gehad met de Belastingdienst. En het voorstel is niet alleen op grond van onze bezwaren losgelaten.”

Waarom wilt u per se zelf een bestuursrol bij uw eigen stichting vervullen?

„Het is niet zo makkelijk om op een volwassen manier geld te geven. Vanaf het begin hebben Janine en ik daarom een voortrekkersrol gespeeld. Sinds de oprichting hebben we 155 miljoen euro geschonken. Door geld over te dragen aan zo’n fonds ben je het beschikkingsrecht over dat geld kwijt, zo is het in grote lijnen. Toch heb ik andere vermogenden aangeraden ook een stichting op te richten. Het geeft vreugde. Als ondernemer heb je een zwaar leven. Zo’n fonds, met een leuk bestuur, kan veel voldoening geven. Ik vind het ook belangrijk dat onze kinderen, en later de kinderen van onze kinderen, bestuurslid zijn van de foundation. Dat ze verantwoordelijkheid dragen over de rijkdom die ik heb verworven.”

Behalve u en uw vrouw wordt het stichtingsbestuur sinds oktober 2016 gevormd door uw zwager, uw accountant en een van uw advocaten. Is de wettelijk vereiste onafhankelijkheid van het bestuur met drie familieleden op vijf bestuurders wel voldoende gewaarborgd?

„Dat we te lang hebben gezocht naar een vervanger toen Ewald Kist [oud-bankier, red.] uittrad als bestuurslid, kun je me verwijten. Daar zijn we te laks in geweest. De Belastingdienst heeft gezegd dat we het bestuur moeten aanvullen. Het duurt zo lang omdat ik graag wil verjongen. Het liefste had ik mijn dochter uitgenodigd, maar dan zou mijn vrouw, mijn zwager of ikzelf hebben moeten uittreden. We hebben een bureau opdracht gegeven om kandidaten te vinden. Binnenkort zullen we twee nieuwe bestuurders benoemen.”

Van de 65 miljoen die u de stichting de afgelopen jaren schonk is 32 miljoen gebruikt om de hypotheek van het DeLaMar Theater in Amsterdam af te lossen. Geld dat als besteding aan een cultureel goed doel de boeken ingaat, stelt De Groene, belandt zo als eigen vermogen op de balans van de Foundation, eigenaar van het theaterpand.

„Hoe vaak hebben particulieren niet gebouwen geschonken waarvan de exploitatie na hun dood door de overheid moet worden bekostigd? In mijn visie moet het theater straks vrij van hypotheekschuld zijn, zodat de huur van het pand kostendekkend zal zijn voor de exploitatie van het theater. Als ik er niet meer ben, blijft het theater functioneren en heb ik mijn verplichting aan de gemeente en de gemeenschap voldaan.”

Zou u echt zijn gestopt met de stichting als u uw bestuursfunctie had moeten opgeven?

„Ja, dan was ik op zoek gegaan naar andere manieren om te geven. In mijn omgeving kreeg ik dezer dagen al het advies om de foundation op te doeken. ‘Hou er toch mee op. Je geeft een smak geld en je wordt besmeurd’, kreeg ik te horen. Dat doe ik niet. Geven en delen is een visie op het leven die ik van huis uit heb meegekregen. Mijn ouders hadden niks en gaven toch.

„De wereld zit vol problemen waardoor kansloze kinderen ontstaan. Het is mijn overtuiging dat kunst en cultuur de mensen een klein beetje beter kunnen maken. Ik ben zelf zo’n kansloos kind geweest. Door kunst en cultuur ben ik geworden wie ik ben. Dat wil ik graag blijven uitdragen.”