Hoe te leven met littekens

In Londen werkt regisseur Sacha Polak aan haar eerste internationale coproductie. Dirty God gaat over een jonge vrouw die het slachtoffer is van een zuuraanval. „Wat doet die trailer hier? Dat is toch zonde van het geld.”

Vicky Knight speelt Jade, de hoofdpersoon in Dirty God. Foto Manuel Vazquez

Zo gauw de camera loopt op een regenachtige ochtend in de arbeiderswijk Bromley in Oost-Londen, gaat er een snerpende fluit af. Elke keer weer. Na een vriendelijk verzoek aan de verwarde man die het geluid maakt, of hij daar misschien mee zou willen ophouden, volgt een verzoek: „Eerst twintig pond betalen, graag.”

Dat is een creatieve poging om wat geld te slaan uit het bezoek van de ploeg van regisseur Sacha Polak aan een van de minst welvarende delen van Londen. Polak werkt hier aan haar eerste Engels gesproken film, Dirty God. Twintig pond betalen blijkt niet nodig te zijn. Met de huidige technologie is die storende fluit later vrij eenvoudig van de geluidsband te wissen.

Met Dirty God kan Polak een film maken op een grotere schaal dan ze tot nu toe gewend is. Zij is de regisseur van lovend ontvangen speelfilms als Hemel en Zurich – karakterstudies van complexe vrouwen met een sterke fysieke zeggingskracht – en de indrukwekkende, persoonlijke documentaire Nieuwe tieten. Met haar producent Marleen Slot, die het eenpersoonsbedrijf Viking Films bestiert, heeft ze nu een internationale coproductie van de grond weten te tillen met een budget van een kleine drie miljoen euro.

Het Nederlands Filmfonds en het British Film Institute financieren de film gezamenlijk, met kleinere bijdragen uit België en Ierland. Producent Slot: „We hadden een afspraak met het British Film Institute op de dag na het referendum over Brexit. Dat was redelijk bizar. Mensen verkeerden in shock over de uitslag. Dat heeft ons misschien geholpen. Met dit project konden mensen laten zien dat Engeland toch bij Europa hoort.” Ook de BBC is in de film gestapt, en zal de film op zeker moment in de toekomst uitzenden.

Debuterend actrice

De filmploeg verkast naar een overdekt, anoniem winkelcentrum aan de East Street van Bromley. Daar volgen scènes waarin jonge moeder Jade, de hoofdpersoon van de film, rondhangt met een vriendin en speelt met haar tweejarige dochtertje. Jade wordt gespeeld door de 22-jarige debuterend actrice Vicky Knight, die in het dagelijks leven verpleegster is. De meeste Londenaren kijken niet op of om terwijl de twee vrouwen als dollen met hun wandelwagen door het winkelcentrum racen, gevolgd door de filmploeg. Knight is mede gekozen omdat ze door haar eigen levensverhaal veel affiniteit heeft met haar personage: er is zelfs nauwelijks verschil te zien bij de Britse als de camera aan- of uitstaat. Jade is een jonge vrouw, die is getroffen door een zoutzuuraanval door haar jaloerse ex. Ze moet met zware littekens in haar gezicht haar leven opnieuw moet opbouwen. Knight zelf liep als kind ernstige brandwonden op, al zijn haar littekens in de film deels aangebracht met make-up; een proces dat dagelijks twee en half uur in beslag neemt. Knight heeft een uitgesproken missie met de film, vertelt ze tussen de opnamen door. „Met de film wil ik aan iedereen laten zien dat er een leven is na brandwonden; een leven dat uit meer bestaat dan alleen uit operaties.”

Knight moest wel over haar aarzelingen heenstappen voordat ze aan haar film begon, omdat ze eerder een slechte ervaring had met filmmakers. „Hiervoor is er een echt verschrikkelijke documentaire over mij gemaakt, waarin allerlei dingen over mij zaten die helemaal niet waar zijn. In die documentaire had ik ineens een vriendje, terwijl ik in werkelijkheid gay ben. Maar Sacha zit gelukkig heel anders in elkaar.”

Hardnekkig probleem

Sacha Polak volgt een monitor op de set van Dirty God. Foto Manuel Vazquez

De filmploeg bestaat uit zowel Nederlanders en Belgen als Britten. De cultuurverschillen leiden soms tot kleine wrijvingen. Filmen in Engeland is aan meer regels gebonden dan in Nederland. Zo moet er altijd een verpleegster op de set aanwezig zijn. Een voorstel om voor een scène die zich afspeelt op een feest de figuranten een of twee biertjes te geven, stuit op onoverkomelijke bezwaren van de Britse kant: dat doe je niet, dat zou onprofessioneel zijn.

Ook de schaal waarop wordt gewerkt is groter. Zo is er ook voor deze nog altijd betrekkelijk kleine productie een aanzienlijke nederzetting van caravans en trailers neergestreken op een uitgestrekt, verwaaid parkeerterrein, op een half uur rijden van de set. Voor de Nederlandse Polak is de Britse aanpak even wennen. „Wat doet dat ding hier?”, moppert ze tijdens de lunchpauze, als ze een ongebruikte trailer ziet staan. „Dat is toch zonde van het geld.” Marleen Slot: „Bij een Nederlandse filmproductie boek je een post in van 5 procent in voor ‘onvoorziene kosten’. Hier is dat 10 procent. Dat is veelzeggend. In Nederland werken we efficiënter.”

Rode dubbeldekker

Avondopnamen in een afgehuurde, typisch Britse rode dubbeldekker. De hele benedenverdieping staat vol apparatuur voor een tamelijk ingewikkeld shot van een somber voor zich uit starende Knight. Ze is te zien in de reflectie van een raam in de bus, waar regen op neerklettert, Maar zowaar is het een paar uur droog in Londen. Een ingenieuze constructie aan de buitenkant van de bus, die de regen moet laten neerdalen blijkt niet afdoende te werken. Dan maar met een plantenspuit en een hand uit het raam vanuit de bus, net vanachter cameraman Ruben Impens.

Voor Knight is dit het moeilijkste moment van de dag: stilzitten en naar buiten kijken, dat gaat haar niet zo gemakkelijk af als energiek heen en weer draven door een winkelcentrum. „Mag ik even de nek omdraaien van de regisseur?”, verzucht ze, als Polak om weer een nieuwe take vraagt. Haar uitgelatenheid is er alleen maar groter om, als de scène er eindelijk opstaat. Nog twee dagen filmen in Londen – dan verplaatst de ploeg zich naar Amsterdam, waar alle interieurs zullen worden gedraaid.

    • Peter de Bruijn