Opinie

    • Frits Abrahams

Het geweten van Ellsberg

Daniel Ellsberg: het begon allemaal bij hem, en toch heeft hij maar een bijrol in de interessante speelfilm The Post. Om dramaturgische redenen begrijpelijk, maar wel jammer. We komen niet alleen over hem weinig te weten, maar ook over de vrijwilligers die hem in 1971 terzijde stonden bij de distributie van de geheime Pentagon Papers naar Amerikaanse kranten.

Dat was een uiterst clandestiene operatie waarbij ex-topambtenaar Ellsberg, op de huid gezeten door de FBI, drie weken lang van schuilplaats moest veranderen. Zijn vrijwilligers wilden ook de jaren erna anoniem blijven uit angst voor sancties door de overheid. Pas onlangs trad zijn belangrijkste medewerker, de historicus Gar Alperovitz, naar voren in een reconstructie door The New Yorker.

Waarom nu pas? Vanwege Trumps „schandalige, destabiliserende retoriek inzake Noord-Korea”, aldus Alperovitz. Het deed hem terugdenken aan de jaren zeventig toen de oorlog in Vietnam maar doorging, hoewel – zo blijkt uit de Pentagon Papers – de achtereenvolgende regeringen al lang niet meer in een overwinning geloofden. „Ik ben geen held, maar ik vond het belangrijk om iets te doen”, vertelde Alperovitz, „veel mensen stierven onnodig en veel anderen wilden risico’s nemen om de oorlog te stoppen, en ik was een van hen.”

Lees meer over Gar Alperovitz: Deze man verspreidde de Pentagon Papers

Ellsberg was de klokkenluider. Op zoek naar zijn motieven belandde ik in een lang interview uit 1973 in het poptijdschrift Rolling Stone. In september 1969 merkte hij dat president Richard Nixon en zijn adviseur Henry Kissinger zich niet uit de oorlog wilden terugtrekken, zoals ze steeds in het openbaar suggereerden. „Een rampzalige keus”, vond Ellsberg.

Later hoorde hij een bevlogen dienstweigeraar op een conferentie zijn weigering toelichten en besloot hij dat het tijd werd ook naar zijn eigen geweten te luisteren - door documenten openbaar te maken. „Moed is besmettelijk.”

Lafheid is dat ook wel, vrees ik, maar leidt eerder tot passiviteit; moed inspireert tot actie. Wat Ellsberg daarmee over zichzelf afriep, blijft een onthutsende reeks ervaringen. Op alle mogelijke manieren probeerde de regering-Nixon hem in diskrediet te brengen. Er vond een vergeefse inbraak bij zijn psychiater plaats om belastende documenten te bemachtigen. Er werd zelfs een plan beraamd om hem fysiek uit te schakelen, eventueel met geweld, of met lsd. Tijdens een fundraisingdiner in Washington wilde men lsd in zijn soep doen, zodat hij zo’n onsamenhangende speech zou houden dat niemand hem meer serieus kon nemen. Het plan mislukte omdat er niet op tijd geschikte kelners vanuit Miami konden worden ingevlogen.

Ellsberg zag Nixon en Kissinger als moordenaars. „We hebben het over mensen die vier miljoen ton aan bommen op Indochina gooiden […] nadat Johnson en McNamara al twee miljoen ton hadden gegooid en faalden.”

The Guardian bracht onlangs een gesprek via mail tussen Ellsberg en Edward Snowden, de nieuwe Amerikaanse klokkenluider, die elkaar bewonderen. Daarin zeggen beiden dat zij Trump zien als een bedreiging voor de persvrijheid. Ellsberg verwacht dat Trump de eerste president wordt die journalisten zal aanklagen.

Even moest ik denken aan de onophoudelijke aanvallen van Wilders en Baudet op met name de NPO.

    • Frits Abrahams