Nederland moet EU-Hof oordeel over Brexit vragen

Dat heeft een rechtbank in Amsterdam bepaald. De zaak was aangespannen door Britten die in Nederland wonen, zij willen hun EU-rechten behouden.

Britten die voorstander zijn van lidmaatschap van de Europese Unie protesteren voor het Britse parlement in Londen. Foto Andy Rain/ EPA

Britten die in Nederland wonen hebben woensdag een eerste belangrijke juridische overwinning geboekt in een poging hun rechten als EU-burgers te behouden ná de uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie in 2019. De rechtbank in Amsterdam heeft op woensdag hun zaak ontvankelijk verklaard. Nederland moet het Hof van Justitie van de Europese Unie nu vragen om een oordeel over de consequenties die Brexit voor hen heeft.

De zaak was aangespannen namens de ongeveer 46.000 Britten in Nederland. Hoe hun toekomst er na Brexit uitziet, is nog grotendeels onduidelijk. Zij willen na 2019 niet de rechten verliezen die zij nu als inwoners van de EU hebben. Het gaat hun om het recht op verblijf en werk, om vrij reizen, gezinshereniging en pensioenopbouw.

Volgens de kortgedingrechter in Amsterdam moet er “meer duidelijkheid komen” voor de eisers. Omdat burgers niet rechtstreeks een zaak mogen voorleggen aan het Hof van Justitie, liep het juridische geschil via EU-lidstaat Nederland. Het is nu aan het Hof in Luxemburg om te besluiten of het zich over deze zaak buigt.

Nieuwe onderhandelingsronde

Volgende week begint een nieuwe ronde gesprekken tussen het Verenigd Koninkrijk en de overige 27 leden van de Europse Unie. De onderhandelingen moeten in oktober zijn afgerond, zodat de scheiding op 29 maart 2019 kan plaatsvinden. Dat is dan twee jaar na het indienen van de ‘scheidingspapieren’, het begin van de zogenoemde artikel 50-procedure die aan uittreding voorafgaat. Over de rechten van Britse burgers die in Europese lidstaten buiten het Verenigd Koninkrijk verblijven, is in de onderhandelingen nog geen akkoord bereikt.

Nederland was niet van zins de zaak van de ‘Nederlandse Britten’ in Luxemburg aanhangig te maken. Landsadvocaat Erik Pijnacker Hordijk betoogde voor de rechtbank dat de Britse eisers de ‘scheidingsonderhandelingen’ moeten afwachten. Het probleem hoort volgens hem thuis in Londen en Brussel, niet in Nederland.

De Amsterdamse rechtbank verwierp dat verweer. “Dat het verval of behoud van deze rechten ook onderwerp is van een politiek onderhandelingsproces, is geen goede reden om niet over de door eisers ingestelde vorderingen te oordelen.”

Advocaat Christiaan Alberdingk Thijm, die de eisers bijstond, toonde zich verheugd met de uitspraak. Maar, zei hij ook:

“We moeten ons wel realiseren dat dit slechts een eerste stap is. Deze zaak is bedoeld om duidelijkheid te krijgen. Niet alleen voor de 46.000 Britten die in Nederland wonen, maar ook voor de rest van de 1,2 miljoen Britten in Europa.”

Alberdingk Thijm refereerde aan een eerdere uitspraak van de Britse premier Theresa May: Brexit means Brexit. Volgens hem mag het Europese Hof nu uitleggen wat dat echt betekent voor zijn cliënten. “Eens een Europees burger, altijd een Europees burger? Of kan het burgerschap je tegen je wil worden ontnomen?”

Lees ook het interview met Joylon Maugham: De advocaat voor alle Britten, ook die in Berlijn, Barcelona en Bratislava
    • Huib de Zeeuw