Recensie

Er valt nu meer met de mannen in ‘The Full Monty’ mee te leven

In de eerste Nederlandse bewerking van The Full Monty, anno 2009, raakte de levensechtheid van het origineel danig bedolven onder kluchtigheid. De nieuwe versie heeft een betere balans.

The Full Monty Foto Roy Beusker Fotografie/Margot de Heide

De succesfilm The Full Monty (1997) ging over zes Noord-Engelse fabrieksarbeiders die bijna brodeloos op straat komen te staan en uit geldnood een stripact beginnen. In de daaropvolgende musicalbewerking waren die zes in Amerikanen veranderd. En in de Nederlandse versie zijn ze Nederlanders geworden. Dat wringt soms een beetje, omdat hier een steviger sociaal vangnet bestaat dan in Engeland of Amerika.

Men kan zich in ons land iets minder makkelijk voorstellen dat werklozen er zo wanhopig aan toe zijn dat ze een volkse versie van de Chippendales willen worden. Dat schaadt de geloofwaardigheid die deze film (en de musical) zijn charme verleent.

In de eerste Nederlandse bewerking van The Full Monty, anno 2009, raakte de levensechtheid van het origineel danig bedolven onder kluchtigheid. Alles werd vet aangezet. En dat euvel lijkt zich aanvankelijk ook in deze nieuwe productie – met andere acteurs en een vernieuwd script – voor te doen. Maar allengs vindt regisseur Paul van Ewijk een veel betere balans tussen de lachwekkende tafereeltjes en de scènetjes waarin iets van deernis over de uitzichtloosheid van dit werklozenbestaan doorschemert.

Naarmate de climax – de naakte finale – nadert, valt er meer met deze mannen (en hun vrouwen) mee te leven. Dat is mede te danken aan het levendige idioom van vertaler Allard Blom en aan de tien acteurs die een hecht ensemble vormen. Met de atletische Joey Ferre, de volumineuze Dennis Willekens en de tragikomische Ad Knippels als degenen die niet alleen op de lach mikken, maar ook op de nuancering.

De songs die de Amerikaanse muzikant David Yazbek schreef voor in The Full Monty, zijn geen meesterwerken, maar passen met hun robuuste rocksound prima bij de ritmiek van de fabriek, waarvan de hoge muren het decorbeeld bepalen