Adil el Arbi, mederegisseur van ‘Patser’

Foto Hollandse Hoogte

Patser-regisseur: ‘De realiteit is nu eenmaal niet politiek correct’

Adil el Arbi Samen met mede-regisseur Bilall Fallah heeft de Marokkaans-Belgische filmer Adil el Arbi een grote hit met de actiekomedie ‘Patser’. De verhalen over de cocaïnehandel hoorde en zag hij in zijn eigen omgeving.

Zodra Adil el Arbi (29) en Bilall Fallah (32) de Antwerpse Groenplaats opwandelen, verdringen kinderen, moeders met kinderwagens en een groepje vrouwen op hun vrijgezellenuitje zich rondom de twee regisseurs. „Selfie? Selfie?”, weerklinkt het, terwijl ze richting de geparkeerde gouden SUV wandelen waaruit de soundtrack klinkt van hun nieuwe film Patser. „Deze shit is gangsta…”

Eerder die week werd bevestigd dat het populaire regisseursduo in Amerika Bad Boys For Life zal gaan regisseren, de derde film in de ‘Bad Boys’-reeks met Will Smith. Hun nieuwe Belgische film, de actiekomedie Patser, doet het ondertussen opvallend goed in zowel België als Nederland. Hij stond deze week op nummer twee in de Nederlandse box office, vóór The Post van Steven Spielberg.

Als El Arbi een uurtje later neerzakt in een stoel in het nabijgelegen Hilton, moet hij lachen om de vraag of dit was waar hij van droomde als puber met regie-ambities. „Ik hoopte voor mijn dertigste mijn eerste Hollywoodfilm te hebben gemaakt. Dus eigenlijk denk ik: fuck, ik ben al vijf jaar te laat.”

De derde film van het Marokkaans-Belgische duo speelt in Antwerpen en gaat over vier tweedegeneratiejongeren die hun games en jointjes inruilen voor de cocaïnehandel in de hoop ‘patsers’ te worden. De film begint in Antwerpen, maar heeft ook scènes in Tanger en Amsterdam, waar onder meer Ali B opdraaft als drugsbaron ‘Hassan Kamikaze’. El Arbi legt uit dat de promotie die ze nu doen – zoals goudkleurige kettinkjes met ‘Pimp’ uitdelen – past bij een film over patserigheid. „De ambitie was om een commerciële film te maken die toch wat kwaliteit heeft en een breed publiek bereikt. En dan ga je all the way om voor naamsbekendheid te zorgen.”

El Arbi is zich bewust van de rol van media-aandacht; in 2014 won hij het programma De Slimste Mens in België en werd hij een geliefde mediafiguur. Het hielp om de eerste speelfilm van het regisseursduo, Image, te promoten. Twee jaar laten volgde hun ambitieuze bendefilm Black.

Beide films speelden in Brusselse probleemwijken, nu kozen ze de Antwerpse achterstandswijk ’t Kiel als vertrekpunt. Hoe goed kent El Arbi de plek waar het viertal uit hun nieuwe film vandaan komt? „Zelf groeide ik op in sociale woningbouw elders in de stad, maar mijn familie woonde er en ik kwam er vaak.”

De film toont een wat nostalgisch beeld van zijn eigen jeugdherinneringen, vertelt de regisseur: „In de zomer voelde het daar als Marokko.”

De geestige uitspraken van op straat voetballende kinderen zoals ‘Christendom da’s Windows, Islam da’s Apple, Apple is de nieuwe shit’ rolden ooit uit zijn eigen mond. Zelf groeide hij beschermd op, vertelt El Arbi: „Mijn maten en ik waren nerds.” Maar de verhalen over criminaliteit en drugshandel in de stad hoorde en zag hij in zijn omgeving, of hij las in de krant over de hoge concentraties cocaïne in het Antwerpse rioolwater.

Negatieve stereotypen

De Antwerpse politie komt er in Patser niet goed vanaf en er zitten sneren in de film naar de N-VA, de rechts-conservatieve partij die momenteel in de stad aan de macht is. Maar ook de Marokkaans-Belgische jeugd komt er niet positief vanaf. Kan El Arbi zich meer permitteren door zijn achtergrond? „Wij geloven dat we, hoewel het lijkt alsof er negatieve stereotypen in onze films zitten, personages ontwikkelen tot mensen van vlees en bloed, zodat ze net geen cliché meer zijn.”

De regisseur gelooft wel dat hij jongeren op een andere manier neerzet dan „een blanke regisseur” dat zou doen. „Die is ofwel niet gevoelig genoeg voor hoe het is om een allochtoon te zijn of iemand van een andere kleur. Of men is zo overdreven politiek correct dat iedere Marokkaan, Afrikaan of Surinamer een engel wordt. Dat is voor mij een even kolonialistische denkwijze als het tegenovergestelde. De realiteit is nu eenmaal hard en niet politiek correct.” Sowieso heeft El Arbi soms het gevoel dat er geen films zoals Patser worden gemaakt in België omwille van de vele gevoeligheden.

In Nederland was er in 2004 Shouf Shouf Habibi, er volgden verschillende andere multiculti-komedies. In België lijkt dit genre nooit echt van de grond te zijn gekomen. „In 2009 was er het Waalse Les Barons. Ik verwachtte toen dat er meer van dat soort films zouden worden gemaakt, dat bleek niet het geval. Ook na het succes van onze vorige film Black bleven andere films over meer diverse jeugd uit.”

Ali B in ‘Patser’. Still Patser

Waarom is dat? El Arbi: „Er zijn nu eenmaal niet veel regisseurs van Marokkaanse origine in België. Die Nederlandse multicultikomedies zijn trouwens door blanke Nederlanders geregisseerd.”

Toppunt van integratie

Het duo blijft wel steeds opvallend positief over onderwerpen als diversiteit. El Arbi: „De openheid waarmee in Nederland wordt gediscussieerd, heeft geleid tot een hardheid die in onze ogen soms komisch is. Maar in Vlaanderen wordt er simpelweg te weinig over het onderwerp gepraat.”

De regisseur verwijst naar een scène in de film waarin een groepje Nederlandse Marokkanen en de Vlaamse patsers elkaar uitschelden voor Hollander en Belg. „Dat is voor ons het toppunt van integratie. Hoe fucked up het ook lijkt, het is hoopvol. Ik denk dat hoe langer en harder mensen met elkaar discussiëren, hoe meer ze op elkaar gaan lijken, zonder dat ze het zelf beseffen.”

    • Sabeth Snijders