Column

De bruidsjurken bloeden van harte

Joyce Roodnat In film, romans en poëzie kan liefdesverdriet aangrijpend zijn. Maar in opera maakt het van Joyce Roodnat een ramptoerist.

Guanqun Yu als Elektra in de opera ‘Idomeneo’ van Mozart. Foto Opernhaus Zürich

Liefdesverdriet is verschrikkelijk, maar stop het in een opera en het is het mooiste wat er bestaat. Dat komt doordat opera ongegeneerd de kortste weg naar het gevoel opengooit, met een directe afslag richting tranendal. In film, romans en poëzie kan liefdesverdriet aangrijpend zijn, maar opera maakt van mij een liefdesverdrietramptoerist, met Puccini’s Butterfly en Verdi’s Traviata als favorieten. Hun wanhoop wordt mijn wanhoop. Zij lijden. Ik geniet.

Nu ben ik in Zürich, in een operazaal als een koortsdroom van goud en pluche. Ze doen Mozarts Idomeneo, een statische opera die vertelt van goddelijk onrecht. Een rotstreek van Neptunus kan gemeen zijn, hij hakt er bij mij niet in. Ik ben dan ook helemaal niet op mijn hoede voor het liefdesverdriet dat Jetske Mijnssen in deze opera opgraaft. Zij werd door Opernhaus Zürich gevraagd om Idomeneo te komen regisseren, daarom ben ik hier. Ik zag een Orfeo van haar in Nancy (over liefdesverdriet gesproken!), sindsdien houd ik van haar werk.

Idomeneo draait om de koning van Kreta en zijn wreed verstoorde vaderliefde: hij moet zijn zoon offeren. Op een zijspoor zit prinses Elektra, ze is verliefd op die zoon. Vergeefs, die jongen houdt van een ander en dat mondt uit in haar wanhoopsaria in de derde akte: „Oh woede, oh furiën!”.

Maar zover zijn we nog niet. Dit is de tweede akte en Elektra gelooft nog in haar geluk. Ze heeft niet door dat dat nergens op slaat – en precies dat detail grijpt Jetske Mijnssen aan voor haar regie. Elektra zingt over het vooruitzicht dat ze gelukkig zal worden. Want binnenkort is zij ver weg samen met haar aanbeden prins en haar rivale lekker niet. Dan is „de hand van de liefde [is] machtiger” en zal ze hem met haar passie voor zich winnen. Ze haalt haar bruidsjapon uit de doos. Achter haar beginnen vrouwen en meisjes in bruidelijk wit stilletjes op de tafels te dansen, ze zijn deel van Elektra’s visioen.

O nee! Er druipt rood over het wit. Hun harten breken maar Elektra ziet het niet. Mijnssen laat de bloedende bruidsjaponnen haar liefdesverdriet al bewenen vóór het toeslaat. Geluk is schijn, ongeluk feit.

Omdat ik toch in Zürich ben, bezoek ik het Museum für Gestaltung, waar de ontwerper Stefan Sagmeister toevallig een tentoonstelling over geluk maakte: ‘The Happy Show’. Diese Ausstellung wird Sie nicht glücklicher machen waarschuwt hij om te beginnen. Vervolgens meet een knalgele kauwgomballenautomaat mijn actuele gelukstoestand. Kauwend loop ik door zalen vol onstuimige installaties en video’s waarmee Sagmeister de hele tijd vaststelt dat geluk bestaat uit het afweren van ongeluk. Gelukkig word ik niet. Wel heel vrolijk. Ook goed.