Als Rinze Visser weg is, is het communisme voorbij

NCPN

In het Friese Lemmer zijn de arbeiders weg, maar de communisten zijn er nog. Hoe kan dat? Het rode geheim: iedereen kent Rinze Visser.

Rinze Visser, lijsttrekker van de NCPN in gemeente De Fryske Marren. Foto's Kees van de Veen

Rinze Visser zit niet op zijn vaste plaats. Kijk maar, zegt één van de oude mannen die aan de oude haven van Lemmer staan. Hij wijst naar een lege plek op de betonnen bank, naast een brugwachtershuisje.

De mannen komen hier elke dag, dus ook op deze koude maandagochtend in januari. Hun namen geven ze niet; iedereen hier kent ze als „de jongens Onder de Hoek, dus schrijf dat maar op”.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart gaan de mannen waarschijnlijk stemmen op Rinze Visser, de lijsttrekker van de Nieuwe Communistische Partij Nederland (NCPN) in fusiegemeente De Fryske Marren, waarvan Lemmer deel uitmaakt.

Dit had een verhaal moeten worden mét Rinze Visser, 79 jaar oud en een leven lang communist. Hoe lukt het hem al sinds eind jaren zestig elke keer weer om als communist verkozen te worden in de gemeenteraad van een Friese plaats, zelfs nadat de Muur is gevallen, de CPN was opgeheven en communisten overal uit de parlementen en raden waren verdwenen?

Maar Rinze Visser is ziek, heeft problemen met zijn longen en hart. Aan de telefoon, tijdens het plannen van een afspraak, klinkt zijn stem elk gesprek zwakker. Het duurt weken om een dag te vinden. Op de avond voor een afspraak belt Visser beduusd: hij had gehoopt zich nu wat beter te voelen, maar het gaat echt niet. Een dag later wordt hij met een longontsteking opgenomen in het ziekenhuis.

Dus wordt dit een verhaal óver Rinze Visser, succesvol communistisch politicus in een plaatsje zonder communisten.

Mensen stemmen op Rinze Visser, niet op de NCPN

Want denk niet dat in Lemmer veel communisten zijn te vinden, zegt Wietze de Haan. Hij was in de jaren tachtig en negentig zestien jaar wethouder voor de PvdA in de gemeente Lemsterland, waar Lemmer toen deel van uitmaakte. Bij de komende gemeenteraadsverkiezingen is hij lijsttrekker.

Weinig mensen kennen de politiek van Lemmer zo goed als De Haan. Overal in zijn huis aan de haven liggen boeken over de geschiedenis van het plaatsje. „Mensen stemmen op Rinze Visser, niet op de NCPN”, zegt hij.

Dat was ooit anders, hoewel politiek in Lemmer volgens De Haan altijd meer om personen dan partijen ging, en de communisten stonden of vielen bij goede leiders. „Mensen werkten in de houtmolen, de fabrieken, of als visser. Er waren een paar straten die echt communistisch waren.”

Maar de houtfabriek waar veel CPN-stemmers werkten, verdween in de jaren zeventig. De scheepswerf bouwt alleen nog boten af in plaats van helemaal. En in wat ooit een vissersdorpje aan de Zuiderzee was, zijn volgens De Haan nu „nog maar één of twee echte vissersboten”.

Dus de arbeiders zijn weg, maar de communisten zijn er nog. Dat is bijna nergens meer zo. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1994, drie jaar nadat de óúde communisten van de CPN waren opgegaan in GroenLinks, deden de níéuwe communisten, de NCPN, nog mee in negen gemeenten. Ze haalden tien zetels. Nu zijn er twee zetels, en doet de NCPN alleen mee in Heiloo en De Fryske Marren. Hoe houden de communisten stand in een Friese gemeente aan het IJsselmeer?

Sociale strijd

Lemmer heeft een lange geschiedenis van sociale strijd. Toen in de negentiende eeuw turf een goede brandstof bleek te zijn, begon het graven ernaar – en daarmee ook de strijd tussen boer en knecht, zoals die op de kade ging tussen baas en visser. „Ze kwamen tegenover elkaar te staan”, zegt De Haan.

Friese werkers organiseren zich relatief vroeg, vergeleken met de rest van Nederland: in 1870 richten ze de Friesche Werkliedenvereeniging op, zestien jaar voordat de eerste nationale bond wordt opgericht.

Dat Lemmer het eerste sociaal-democratische raadslid van Nederland verkiest, is volgens De Haan dan ook geen toeval. Poppe de Rook, een welvarende vishandelaar die zich het lot van de armen aantrekt, komt in 1889 voor de Sociaal-Democratische Bond (SDB) in de raad. Iets verderop, in het kiesdistrict Schoterland, is een jaar eerder Ferdinand Domela Nieuwenhuis als eerste socialistische Tweede Kamerlid gekozen.

Lemmer blijft ook de decennia daarna rood. Voor de Tweede Wereldoorlog zijn de communisten na de confessionelen de grootste politieke stroming in het plaatsje. Steevast stemt rond de 8 procent van de mensen op de CPN.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2013, wat eerder gehouden dan in de rest van Nederland omdat Lemmer opgaat in fusiegemeente De Fryske Marren, stemt óók ongeveer 8 procent van de Lemsters op de NCPN – 875 mensen.

Van het totaal aantal stemmers op de partij in de nieuwe gemeente, 1.174, komt dus ongeveer tweederde uit Lemmer. Sloten, een paar weilanden verderop: 3 stemmen. Oosterzee, ook dichtbij: 39. In Joure, de grootste stad van de gemeente: 52 stemmen.

Formulieren invullen

Dus wat is het dat Lemmer communistischer doet stemmen dan de rest?

Heel simpel, zeggen De Haan en ook de mannen Onder de Hoek. Het is Rinze Visser. „Ik heb nog nooit communistisch gestemd, maar ik zou zó op Rinze stemmen”, zegt er één, een paar jaar geleden uit Makkum naar Lemmer verhuisd. Een ander: „Ik ben geen communist, dat is een goed ideaal, maar het werkt niet. Ik stem ook niet op de NCPN, ik stem op Rinze.”

Waarom? „Visser staat heel dicht bij de mensen”, zegt De Haan. „Als iemand geholpen moet worden, gaan ze naar hem. Hij vult belastingformulieren in, schrijft verzoek- en bezwaarschriften. Toen ik wethouder was, kwam hij regelmatig naar me toe om te vragen of ik al iets had gedaan met een brief die hij namens iemand had geschreven.” Een van de oude mannen: „Als je in Lemmer een probleem hebt, ga je naar Rinze toe.”

Het communisme van Rinze Visser heeft twee kanten. Er is het praktische communisme aan de keukentafel – dan is hij omringd door formulieren van overheidsinstellingen. En er is het theoretische, gebaseerd op Marx en Lenin. Dan vertelt hij op landelijke bijeenkomsten van de NCPN, omringd door enkele tientallen kameraden. Over de noodzaak van de Russische revolutie die ooit was, in 1917, en over de wereldrevolutie die ooit komt. Partijvoorzitter Job Pruijser: „Hij verbindt de theorie van het communisme met de praktijk.”

In Lemmer is er nog geen wereldrevolutie, maar zijn er wel ingevulde belastingformulieren. Sake Barelds, twintig jaar raadslid geweest voor de NCPN en nummer 2 op de lijst in De Fryske Marren: „We heten dan wel Nieuwe Communistische Partij, maar mensen zien ons anders.” Mensen die door Visser en zijn partij werden geholpen, stemmen op hem, zeggen ze in Lemmer.

Dat blijkt ook uit de uitslag van de verkiezingen van 2013. Van de mensen die NCPN stemden, deed 86 procent dat op Visser – 1.014 stemmen. Nummer 2 Barelds kreeg er 55. Hij zegt: „Ik ben ook heel bekend in Lemmer, maar Rinze is een begrip.” Bij grootste partij FNP kreeg de lijsttrekker 41,2 procent van de stemmen. Bij het CDA was dat 42,7 procent.

Wat als Visser stopt, vanwege zijn gezondheid, omdat hij moegestreden is, of geen zin meer heeft? „Als Rinze er niet meer is, dan is het communisme voorbij”, zegt een van de oude mannen. Volgens Barelds „leidt de partij een aantal jonge vrouwen op die het kunnen overnemen”. Een van hen, Angela Riedstra, staat net als in 2013 op nummer 3 op de lijst.

Het is niet aan hem om te zeggen wanneer Visser moet stoppen, vindt PvdA’er De Haan. „Zijn gezondheid is kwetsbaar, je kunt je afvragen of hij verder moet. Maar Rinze is een oude strijder.”