Zoek nou vooraf uit of die korrels veilig zijn

Recycling De afdeling die alles weet over recycling wordt wegbezuinigd. Dan krijg je ophef, zoals of korrels op sportvelden giftig zijn.

Van rubbergranulaat had niemand vooraf goed uitgezocht hoe het spul zich gedraagt op sportvelden. Foto Koen van Weel/ANP

Neem de vermalen autobanden die door heel Nederland op sportvelden liggen. Opeens was daar in 2016 grote paniek over: is rubbergranulaat eigenlijk giftig voor spelers? Niemand die het wist.

André van Zomeren van energieonderzoekscentrum ECN weet wel wat er gebeurt bij dit soort ophef. „Hop, meteen wordt er door het ministerie dertig man op gezet om het uit te zoeken”. Goed natuurlijk. Maar ook duur. En rijkelijk laat.

De kwestie met rubbergranulaat laat zien wat er gebeurt als je Van Zomeren en zijn afdeling wegbezuinigt, wil hij maar zeggen. Nou ja, dat wil hij niet direct zeggen, maar het is wel wat hij bedoelt. Zonder de juiste kennis over hoe gerecyclede materialen zich gedragen, krijg je damage control achteraf. Van rubbergranulaat had niemand vooraf goed uitgezocht hoe het spul zich gedraagt op sportvelden. Dat moet dan later. Wat echt veel duurder is dan zijn afdeling openhouden.

Onderzoekers André van Zomeren en Joris Dijkstra zijn de laatste twee van vijf van de afdeling circulaire economie van het ECN. Dat is de afdeling die kennis verzamelt en bedrijven en overheidsdiensten advies geeft over afval en gerecyclede bouwmaterialen. Eén van de lege plekken in de kantoortuin is nu ingenomen door een eenzame Italiaanse promovendus „die we toch maar hebben laten komen”. De overheid geeft geen opdrachten, en zonder dat geld is het straks helemaal voorbij.

Volledig onterecht, vinden de twee mannen. In hun kantoor in de winderige duinen bij Petten, vlak naast de kernreactor, verdedigen ze hun belang.

Zij zien het simpel. Nederland heeft al twintig jaar geleden hele goede normen en tests bedacht voor bouwmaterialen. Tests die vragen beantwoorden als: hoeveel chroom-6, vanadium en sulfaat lekt er uit beton? Als je de as van huisvuilverbranding als opvulmateriaal onder een weg stopt, hoeveel antimoon en molybdenum komt er dan vrij?

Eindeloos zonde

Nu moet de afdeling die al die kennis heeft weg. Juist op het moment dat de circulaire economie op de agenda staat, en juist op het moment dat de regelgeving op Europees niveau wordt geregeld. Van Zomeren: „Ik zat voor Nederland in die Europese werkgroepen die de afspraken maken. Nu krijg ik de presentielijsten en zie ik mijn naam doorgestreept.”

Eindeloos zonde, want de industrie is wél goed vertegenwoordigd in die werkgroepen. De discussie gaat nu over of ‘natuurlijke materialen’ bijna helemaal uitgesloten mogen worden van tests en normen. Slecht idee. Dijkstra: „Uit sommige natuurlijke stenen komt arseen, dat wil je wél testen.” Van Zomeren: „Asbest komt uiteindelijk ook uit de natuur.” De discussie gaat ook over hoe er getest moet worden, en over of de fabrikanten de tests zelf mogen uitvoeren. Allebei: „Nee!”

Nog een reden om de afdeling niet op te heffen: in Nederland is de kennis nog niet af. Je kunt wel vaststellen of as uit afvalverbranding zich fatsoenlijk gedraagt in een tweede leven als materiaal voor wegenbouw. Maar wat gebeurt er als je dat weer mengt, vergruist en als nieuwe bouwstof gebruikt? Het is niet zo dat die kennis bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zit, vinden de mannen. Daar zien ze een brain drain.  

Goed, punt gemaakt. Nu een paar vragen. Gaat het zo vaak mis?

Ja, zeggen ze. Voorbeeldje. In de nieuwe Westdijk bij Bunschoten ligt thermisch gereinigde grond van onder tankstations. Die lijkt te vies te zijn, en daar is gedoe over. Maar is het wel zo erg? De mannen: „Met genoeg kennis kon je die onrust voorkomen.” Dat er verder niet aan de lopende band schandalen zijn zoals met granulaat, komt doordat er nog zo weinig gerecycled wordt in Europa.

Maar je moet de schandalen voor zijn. Dijkstra: „In Nederland is van de 20 miljoen ton beton 95 procent gerecycled. En we hebben nu al jaarlijks 1,5 miljoen ton as van huisvuilverbranding. Dit gaat om heel veel materiaal.” Van Zomeren: „Waar je nog eens dertig jaar mee zit. Spijt achteraf is gewoon geen optie.”

De Duitse methode

Nog een vraag. Duitsland is heel streng op bodemvervuiling. Het is toch niet erg om in Europa bijvoorbeeld hún regels en testmethodes over te nemen? Het hoeven toch niet per se de Nederlandse te zijn?

De mannen zwaaien een deur naar een laboratorium open. In de hoek staan lange plexiglas buizen op een rij, waar water doorheen druppelt. Daaronder staan bakjes die het gekleurde water opvangen. In die buizen onderzoeken laboranten van het ECN de ‘uitloging’ van allerlei materialen, zoals gerecycled beton.

De mannen wijzen op het water dat langzaam de buizen indruppelt. Dijkstra: „In de Duitse testmethode spúíten ze het door de buis. Vergelijk het met koffiezetten. Hoe sneller het water loopt, hoe slapper de koffie.” Met de niet al te strenge Duitse methode krijg je steevast lagere waarden. Van Zomeren: „En wat betekenen die voor ons?” Alle tests moeten straks opnieuw – ook duur.

Waarom moet de afdeling nu precies weg? Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wijst op het Besluit bodemkwaliteit dat in Nederland geldt. Alles over bouwmaterialen en kwaliteit van water en bodem ligt daarin vast. „Gedurende een aantal jaren [is] ECN opdracht gegeven voor het ontwikkelen van een methode voor het testen van de uitloging van bouwmaterialen naar de bodem en die testmethode toe te lichten in ‘Europa’. Nadat die testmethode gereed was, is de opdracht aan ECN gestopt.”

Hoogleraar bodemscheikunde in Wageningen Rob Comans vindt niet dat het klaar is. Hij is adviseur van ECN en zit er voor de gelegenheid bij. Comans merkt dat de belangstelling voor bodemmilieu bij het ministerie afneemt. „De gedachte is: het beleid over bouwstoffen en de bodem is klaar, we hebben het in Nederland goed geregeld. We zijn een gidsland en anderen nemen onze ideeën wel over. Maar dan moet je wel aan tafel zitten. En je kennis op peil houden.”

Als het ministerie niet op tijd besluit de bezuinigingen op de afdeling stop te zetten, dan zit Nederland straks met prima werkende, maar onbruikbare regelgeving. Dijkstra: „Dan staat de milieuveiligheid op het spel en moeten we al onze eigen normen en regels weer gaan aanpassen.” Van Zomeren: „Nou goed. Dan hebben we wel weer werk.”

    • Carola Houtekamer