Wie weet een ander woord voor ‘agile’?

Japke-d. vraagt door Japke-d. Bouma vroeg vorige week op Twitter en LinkedIn naar een alternatief voor het woord ‘agile’. Dat heeft ze geweten. Ze is platgetwitterd.

Illustratie Tomas Schats

Werk jij al ‘agile’? Nee? Dan zou ik daar maar eens snel achteraan gaan hollen. Want anders tel je tegenwoordig niet mee.

Steeds meer organisaties, van onderwijs tot Wielerbond en van Wereld Natuurfonds tot banken, hebben deze manier van wendbaarder, adaptiever en flexibeler werken met zelforganiserende teams ingevoerd, of zijn ermee bezig. Vorige week liet ik ‘agilecoach’ Jasper Guldemond erover aan het woord. Hij is een groot voorstander van ‘agile werken’, maar hij is tegen het Engelse jargon dat bedrijven erbij gebruiken, met woorden als ‘product owner’, ‘scrummaster’ en ‘backlog’.

Hij zegt dat agile niks nieuws is – boeren werken bijvoorbeeld al eeuwen flexibel om zo goed mogelijk te kunnen oogsten, dus waarom zou je er dan ingewikkelde termen tegenaan gooien. Guldemond pleitte daarom voor het gebruik van Nederlandse woorden in plaats van het agile-jargon en had al wat alternatieven bedacht, maar nog geen goede vertaling voor ‘agile’ zelf gevonden. We deden een oproep om te komen met suggesties.

Korte samenvatting: ik ben platgemaild, ge-LinkedInd en getwitterd. Het onderwerp leeft, zou je kunnen zeggen.

Er waren mensen bij die het allemaal niet zoveel kon schelen hoe je ‘agile’ noemt – „ik vind het allemaal best, als het maar hands-on is”. Er was ook kritiek op Guldemond, dat zijn alternatieven nergens op sloegen, dat het ‘geforceerd naar Nederlandse termen zoeken niet opschiet’ en dat de Engelse termen juist handig zijn, omdat iedereen ze gebruikt. „Ik heb ook een hekel aan zinloos Engels”, schreef iemand, „maar voor agile is gewoon geen alternatief”.

Maar veruit het merendeel van de lezers was het met Guldemond eens: het agile-taaltje is doorgeslagen. Eén van de critici schreef dat ‘agile’ een typisch geval van „ernstig vieze imponeertaal” is, een ander noemde het „organisatieporno”, weer een ander „een managementmodel om zelf niet meer te hoeven nadenken” en de laatste dat agile werken vaak alleen buitenkant is en de uitwerking er in de praktijk vaak bij inschiet. „We gaan weer gewoon doen”, luidde de hartekreet van een agile-scepticus. „Dit kan zo niet langer en daar zijn we zó aan toe.”

Lees ook Japke-d’s column van vorige week: ‘Agile’? Dat is oude wijn in nieuwe zakken

En, werden er ook bruikbare alternatieven genoemd? Jazeker. Er was maar één persoon die twitterde dat Guldemond zijn alternatieven „maar lekker zelf bij elkaar moest scrummen. Als hij een beetje agile is, moet dat geen probleem zijn”. De rest kwam met allerlei suggesties.

Voor ‘backlog’ bijvoorbeeld. Guldemond opperde zelf ‘een lijst van miniproductjes die je wilt maken’, maar dat vond eigenlijk niemand een goede vertaling. Twitteraars kwamen met ‘werklijst’, ‘werkvoorraad’, ‘achterstand’, „achterstallig werk” en ‘kluslijst’. „Een backlog is (een overzicht van) alles wat nog niet af is”, schreef iemand. „En daar moet je handig doorheen manoeuvreren. En dat gemanoeuvreer heet tegenwoordig agile.”

Scrummaster dan. Daarvoor had Guldemond ‘hulpje van het team’ bedacht, maar op Twitter vond men ‘werkbegeleider’, ‘voorman’, ‘teamleider’ en ‘regelaar’ beter.

Dan de product owner. Guldemond noemde die persoon „degene die bepaalt waaraan gewerkt wordt”. De suggesties op Twitter waren korter, namelijk ‘planner’, ‘opdrachtgever’ en ‘afnemer’. Iemand schreef: „is een product owner’ niet gewoon de pineut?” Dus dat zou ook nog kunnen.

Maar het belangrijkste woord waarvoor Guldemond een alternatief zoekt, is natuurlijk het woord ‘agile’ zelf. ‘Behendig’ werd het vaakst genoemd, want „daar schemert vakmanschap in door”, schreef iemand. Een ander opperde „wendbaar vernieuwen”. Ook genoemd: ‘lenig’, maar goed, dat kan ook op een turnkampioen of iets met ballet slaan.

„Pragmatisch werken” vond ik zelf beter. Of „adaptief werken”. Maar ja, doen we dat niet allemaal? Iemand pleitte voor „de rehabilitatie van het woord BOER; helper in het creëren van randvoorwaarden om het beste product te kunnen oogsten”. Maar het is lang geleden dat ik heb lopen mesten of zaaien op mijn werk. Boerenverstand is prima, maar om daar nou meteen boer voor te moeten worden? Nee, dat liever niet.

Toen ik alles gelezen had, dacht ik ineens: waarom benoemen we het überhaupt, dat agile werken? Iedereen werkt toch allang flexibel en wendbaar of zou dat moeten doen? Iedereen voert agile op zijn eigen manier in, dus waarom zou je het dan als een universeel recept met een naam en universele ingrediënten presenteren? Het zou geen naam mogen hebben, bedoel ik.

Noem het liever „boerenverstand, gemixt met een luisterend oor”, zoals iemand opperde. Of ‘voorelkaarkrijgkunde’ zoals een ander suggereerde. O ja en als je dan zo nodig een alternatief voor ‘agile’ zoekt, Jasper Guldemond, schreef iemand anders, noem jezelf dan ‘verandercoach’.

De vraag is dan natuurlijk nog wel, of bedrijven nog wel agile wíllen werken, als het geen hippe naam meer heeft. Want dan is het geen hype meer, waar je onder het mom van ‘kijk mij nou nieuw zijn’, achteraan kunt hollen.

En moet je écht agile gaan werken.

De jeuktweets van de week:

Twitter avatar Laris76 Laris Noordegraaf Ik lees net op https://t.co/IFphGI6B7P dat de gemeente rotterdam ´flink op de communicatieketen is gaan zitten´??? @Japked help?
Twitter avatar reinodeboer Reino @Japked weet jij wat een draagvlakcommissie is ? Ik ben gevraagd om zitting te nemen. 😉
Twitter avatar Henk_Baas Henk Baas “Daar hebben we de pirate funnel voor gebruikt, die bestaat uit een aantal logische stappen die grotendeels gelijk… https://t.co/IElehWiaO2