Wall Street zaaide zijn eigen onrust

Angst-index Niet alleen de hete economie, maar ook speculatie in onrust lijkt een belangrijke reden voor de koersval op de beurzen.

Handelaren op de beursvloer in New York deze dinsdag. Foto Spencer Platt/AFP

Was de rust bedrieglijk? De afgelopen twee jaar kenmerkten zich op de beurzen door een opvallende kalmte. De koersen stegen, de economie trok wereldwijd aan. Geld stroomde naar de financiële markten. Eerst van professionals, later ook van particulieren die de argwaan van de financiële crisis langzaam van zich af schudden. Wall Street brak record na record en president Trump stuurde talloze tweets de wereld in waarin hij de stijgende koersen als illustratie vierde van zijn succesvolle regering.

Tot maandag. De aandelenbeurzen doken in de min, van New York tot Amsterdam, waar de AEX-index dinsdagmiddag op zo’n 2 procent verlies stond nadat Wall Street ruim 4 procent kelderde. En, misschien wel belangrijker: de rust sloeg om in ongekende onrust.

Angstindex

Wall Street heeft een ‘angstindex’, de zogenoemde VIX, die wordt bijgehouden door de termijnbeurs van Chicago. De VIX meet de beweeglijkheid, de ‘volatiliteit’ van de aandelenkoersen. Eind vorig jaar, terwijl de koersen door het dak gingen, bereikte de VIX zijn laagste waarde ooit: minder dan 10. Maar maandag, in één dag, ging de VIX als raket omhoog tot ruim 37. En in de nacht en dinsdagochtend die volgden ging hij naar bijna 50. Zelden was hij hoger. Niet tijdens de Azië-crisis van 1998, of de dotcom-zeepbel van 2000. Alleen tijdens de financiële crisis, in 2008, ging de VIX naar bijna 80.

Het is alsof op maandag de theorie van de econoom Hyman Minsky in één dag bewaarheid werd. Minsky opperde dat de financiële markten zich met regelmaat in slaap kunnen laten wiegen, beleggers zelfvoldaan worden en het risicobewustzijn verdwijnt. Tot de kwade dag dat iemand wakker wordt, in paniek raakt, alle anderen aansteekt en de koersen wanordelijk ineenstorten.

Was gisteren zo’n naar die econoom genoemd ‘Minsky-moment’? Feit is dat de VIX zelf al lang een object van speculatie geworden was. Er kon in worden gehandeld, termijncontracten aangegaan en er werden allerlei andere derivaten over afgesloten. Speculeren op rust en onrust. Dinsdag, toen Europa worstelde met de forse koersdaling van de aandelenbeurzen op Wall Street, bleken twee van zulke financiële instrumenten, beide uitgegeven door de Zwitserse bank Credit Suisse, totaal in het ongerede te zijn geraakt.

Gokken op rust

In een echo van de financiële crisis van 2008, toen allerlei exotische derivaten aan het oppervlak kwamen waar de rest van de wereld nog nooit van had gehoord, werd gisteren de ‘XIV ETN’ het symbool van de ophef van nu. Dit instrument is een verhandelbaar schuldpapier waarvan de waarde afhangt van de hoogte van de VIX, maar dan omgekeerd – vandaar XIV. Gokken, met een hefboom, op rust.

Maar door de enorme stijging van de VIX werd het papier nu zo goed als waardeloos: een koers van 126 op vrijdag, 109 op maandag en nog maar iets meer dan 4 op dinsdag. Heeft alle speculatie in rust eigenlijk zelf alle onrust veroorzaakt? Dat is goed mogelijk: er gaan honderden miljarden in om. XIV alleen al was goed voor een inleg van 1,9 miljard dollar.

Volatiliteit verhoogt de prijs van allerhande financiële derivaten, en kan dus besmettelijk worden. Of dat goed afloopt of niet: de gang van zaken wijst op de kwetsbaarheid van een financieel systeem dat zichzelf opnieuw voorbij dreigt te zijn gehold. Iets meer dan een uur voor sluitingstijd op maandag ging Wall Street kort extra hard onderuit in een tempo dat, zo zei Bloomberg treffend, niet kan zijn veroorzaakt door „iets dat adem haalt”.

Als het financiële systeem en de beurskoersen een bouwwerk zijn, wat is dan de kwaliteit van het fundament? Dat ligt aan de kracht van de reële economie. Met economische tegenspoed heeft de onrust op de beurs weinig van doen. De vorige tik op de beurs had nog wel een relatie met de economische realiteit. In 2015 en begin 2016 twijfelden beleggers, eerst in China en toen wereldwijd, aan de gezondheid van de Chinese economie. Nu is er weinig reden voor pessimisme, noch in China, noch in de Verenigde Staten, waar de koersdalingen ditmaal begonnen. De Amerikaanse economie groeit als kool, omgerekend 2,6 procent op jaarbasis in het laatste kwartaal.

Paradox

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) verhoogde onlangs zijn groeiprognoses voor de VS. De reden: de grootscheepse belastinghervorming (per saldo: belastingverlaging) van president Trump. Die zal de economische activiteit „vergroten”, denkt het IMF.

Waarom dan toch aandelen verkopen, zoals beleggers doen? Paradoxaal genoeg heeft dat óók te maken met het beleid van Trump en de Republikeinen.

De belastingverlaging wordt gefinancierd via het begrotingstekort, dat volgens sommige schattingen met 1.000 miljard dollar zal oplopen. Nu al bedraagt het tekort 3,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp), een percentage dat in Europa alarmbellen zou doen rinkelen.

Wat Trump doet, is het stimuleren van een economie die toch al zeven jaar achtereen groei laat zien. En die al sinds de crisis wordt geholpen door een lage rente van de centrale bank, de Fed.

Dat kan, in de ogen van veel beleggers, twee dingen betekenen. Eén: de inflatie (nu 2,1 procent, boven het doel van de Fed) kan sneller gaan oplopen dan werd gedacht. En twee: er komt veel meer staatsschuld op de markt door een oplopend begrotingstekort.

Lees over de Amerikaanse staatsschuld ook:
In de VS groeit een griezelig financieel probleem

Niet voor niets begon de beurscrisis vorige week op de markt voor Amerikaanse staatsleningen. Die dalen in waarde bij hogere inflatieverwachtingen. En ze worden ook goedkoper als er meer van op de markt komen. Dat wisten beleggers natuurlijk al sinds Trump regeert, maar een aanleiding voor verkoopbeslissingen moest nog volgen. Die vonden beleggers vorige week in een gestegen consumentenvertrouwen (dat duidt op oververhitting) en in de daling van de dollar (die inflatie in de hand werkt). Een gunstig banenrapport vrijdag bracht het inflatiescenario nog dichterbij. En maakte het ook waarschijnlijker dat de Fed, onder de nieuwe baas Jay Powell, in maart de rente verhoogt.

De rente op tienjarige staatsleningen, onevenredig aan de prijs ervan, liep binnen een week op van 2,7 naar 2,85 procent. Op de prijsdaling van staatsleningen volgde het inzakken van de aandelenprijzen deze week. Daarna stegen de prijzen van staatsleningen weer een beetje, omdat geschrokken aandelenbeleggers vluchtten naar het veilige overheidspapier. Zo kan Trump het niet helemaal hebben bedoeld. De beurs was dinsdag géén onderwerp in zijn tweets.