‘Waarom scripties drie keer nakijken?’

Hoger onderwijs

Docenten en studenten aan universiteiten klagen over werkdruk, bureaucratie en colleges in het Engels. Twee bestuurders reageren.

Met een bezetting wilden letterenstudenten aan de Rijksuniversiteit Groningen eind januari een gesprek afdwingen met het faculteitsbestuur. Foto Kees van de Veen

Als het politiek niet lukt om op termijn de uitgaven voor hoger onderwijs te verhogen, „dan is er geen andere mogelijkheid dan het beperken van onze studentenstroom”, zegt Bert van der Zwaan, geoloog en rector magnificus van de Universiteit Utrecht. Het is volgens hem van tweeën één: „Wij kunnen als sector niet meer studenten hebben bij gelijkblijvende uitgaven, als daar ook de voorwaarde van gelijkblijvende kwaliteit bij komt. De politiek negeert dit dilemma.”

Van der Zwaan zegt dit naar aanleiding van het opiniestuk in NRC van de Groningse universitair docent geschiedenis Eelco Runia. Daarin legde deze uit waarom hij ontslag nam. NRC hield daarna een lezersonderzoek, waarin docenten en studenten zich kritisch uitlieten over de werkdruk en de bureaucratie aan de universiteiten en de snelle verengelsing van opleidingen.

Lees ook: Waarom ik ontslag neem bij de universiteit

Nu zijn de bestuurders van de universiteiten aan het woord. Naast Van der Zwaan werd de rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam, natuurkundig ingenieur Karen Maex, opgezocht voor commentaar. Wat vinden zij van deze discussie?

Krimpstrategie

Tegen die trend in van groei van het aantal studenten en daling van de rijksbijdage per student wil de Universiteit Utrecht best een „krimpstrategie” voeren, zegt Van der Zwaan. „Wij hebben er geen bezwaar tegen om kleiner te worden. Het gaat ons om kwaliteit, niet om kwantiteit. Maar dan moet de overheidsfinanciering minder sturen op output van het aantal studenten.”

De Tweede Kamer verzet zich tegen begrenzing van de aantallen studenten. Van der Zwaan, die twee jaar geleden een boek over de toekomst van de universiteit publiceerde, vindt dat niet iedereen naar de universiteit hoeft. Beroepsopleidingen moeten aantrekkelijker worden: „De blue collar arbeidsmarkt kan heel belangrijk worden.”

Karen Maex noemt cijfers van het Rathenau Instituut waaruit blijkt dat Nederland in uitgaven voor wetenschap en onderwijs achterloopt op het gemiddelde van de Europese Unie. „Door het tekort aan geld loopt de werkdruk op en verlies je mensen. Die zijn ambitieus en gedreven. Dat is belangrijk voor de creativiteit en excellentie in onderwijs en onderzoek. Dat mag je niet fnuiken door een oneigenlijk rendementsdenken.”

Volgens Maex en Van der Zwaan ervaren de geesteswetenschappen de grootste financiële druk. Dat schreef ook het bestuur van de faculteit der letteren van de Rijksuniversiteit Groningen in een open brief naar aanleiding van het vertrek van Runia: „De letterenfaculteiten hebben het extra lastig. We hebben veel kleine wetenschapsgebieden en -opleidingen, die daardoor duur zijn.”

Controledrift

Maex en Van der Zwaan constateren beiden een overmatige controledrift van de overheid. „Wij hebben een low trust-regime, een cultuur van wantrouwen en oplopende bureaucratie”, zegt Van der Zwaan. Die is niet uniek Nederlands. „De VS en het Verenigd Koninkrijk hebben dezelfde klachten”, zegt hij. „In Nederland en het VK spelen belanghebbenden een rol, zoals studentenbonden. Die vragen terecht om goed onderwijs. Het bewijs wordt door de politiek gevraagd in termen van meetbare, administratieve parameters. Die spiraal ontstaat niet simpelweg door de schuld van de politiek of van de managers, maar door gebrek aan vertrouwen. De overheid, de bestuurders, maar ook de studentenbonden zouden elkaar meer vertrouwen moeten gunnen. Als je bewijs vraagt, krijg je een visitatiecyclus en vervolgens de visitatie van de visitatiecyclus en de Onderwijsinspectie”, zegt hij.

Als voorbeeld van doorgeschoten controle noemt hij de nieuwe plicht om studentenscripties nog een keer extra na te kijken. Bij de laatste periodieke hernieuwing van de onderwijsaccreditatie van faculteiten geesteswetenschappen werd geëist dat faculteiten de examencommissie onafhankelijker zouden maken. Van der Zwaan: „Dat heeft geleid tot drie lezingen van dezelfde scriptie door drie docenten. Er kwamen zelfs voorstellen voor een achtogig principe in plaats de gebruikelijke vier ogen. Toen zei ik: ‘Ja hallo, wat zijn we hier aan het doen?’

„De betrokken bestuurders wilden dit echt nooit meer meemaken. De accreditatiecommissie zei nota bene dat het onderwijs goed is, de docenten betrokken zijn, de studenten het hartstikke fijn vinden. En toch kregen ze een gele kaart vanwege iets wat niet inhoudelijk was.”

Lees ook: Noodsignalen uit de ‘logge leerfabriek’

Om de bureaucratie te beperken zou Maex, afkomstig van de Katholieke Universiteit Leuven, graag een accreditatie per instelling wensen, zoals in Vlaanderen. In Nederland wordt elke opleiding apart geaccrediteerd. „Geen enkele instelling wordt zo gecontroleerd als de universiteit”, zegt ze. Toch is ook in Vlaanderen de werkdruk groot. Onderwijs krijgt daar volgens haar wel meer waardering, naast onderzoek, en dat scheelt in werkdruk. Daar wil ze ook in Amsterdam aan werken.

In Nederland is de competitie tussen wetenschappers groter dan in Vlaanderen, maar daar staat tegenover dat Nederlandse universiteiten beter samenwerken. Maex waardeert hier de vrijheid van opleidingen om de eigen taal te kiezen. „In Vlaanderen is daar strenge wetgeving over”, zegt ze.

Engels

In januari zei ze in een veelgeciteerde rede dat een international classroom leerzaam is, maar ook genoeg Nederlandse studenten moet bevatten. Anders schiet het zijn doel voorbij.

Zij ziet het gebruik van Engels als een belangrijke academische vaardigheid. Studenten van verschillende nationaliteiten leren van elkaar, dat is een belangrijke academische waarde. Maar de universiteit moet er voor zorgen dat ook het Nederlands wordt onderhouden. „Het is belangrijk dat we de taal blijven ontwikkelen in het vak dat we kiezen”, zegt ze.

Moet psychologie dan wel in het Engels worden gedoceerd, zoals in Amsterdam? Maex: „Ja, er kan ook gekozen worden voor werkgroepen in het Nederlands. De UvA is een tweetalige universiteit, waar opleidingen alleen onder voorwaarden overgaan op het Engels. Als Engelstaligheid niet bijdraagt, moet je het niet doen.”

Nieuw evenwicht

Van der Zwaan is niet verbaasd over de huidige backlash tegen het Engels, die ook uit het lezersonderzoek naar voren kwam. „Je ziet hetzelfde als bij het introduceren van nieuwe producten. Eerst schiet het door en dan veren we terug naar een nieuw evenwicht. Dat is goed”, zegt hij.

Het gebruik van Engels heeft nadelen. Van der Zwaan: „Iedereen is beter in zijn eigen taal. Je kunt alleen in je eigen taal grapjes maken. We moeten zorgen dat het Nederlands op peil is.”

In Utrecht geldt volgens hem dat de bacheloropleiding in het Nederlands is, „tenzij er speciale redenen zijn voor Engels”. In de masters gaat het om „zodanige wetenschappelijke specialisatie dat een internationale classroom met toptalent uit verschillende landen de norm is.”

De diesrede bij zijn vertrek in maart houdt hij in het Nederlands. „We zijn een Nederlandse universiteit.”

    • Maarten Huygen