Hollywood heeft witte arbeidersklasse plotseling scherp in het vizier

Mede door de opkomst van Trump heeft Hollywood de witte arbeidersklasse plotseling scherp in het vizier. Veel voor Oscars genomineerde films spelen zich af in dat milieu. The Florida Project ontstijgt de stereotypen.

Frances McDormand in blauwe overall in "Three Billboards Outside Ebbing, Missouri".

Terwijl hij een matras vol bedwantsen wegdraagt, jaagt manager Bobby (Willem Dafoe) de spelende kinderen van zijn motelbewoners uit een afgeleefde kamer in The Florida Project. Hij reageert wel vaker humeurig op zijn soms wanbetalende gasten, tegelijkertijd is deze brombeer met glimmend kettinkje degene die ervoor zorgt dat ze niet op straat moeten wonen. Een reguliere woning huren is voor deze tegen de armoedegrens levende Amerikanen immers geen optie.

Lees ook de recensie (5 ballen) van The Florida Project:
Grauwe realiteit in een pastelpalet

Dafoe is genomineerd voor de Oscar voor Beste Mannelijke bijrol voor zijn rol als hardwerkende, alledaagse held in een van de talloze snoepkleurige motels rondom Disney World in Florida. Wie kijkt naar de overige Oscarnominaties dit jaar, ziet veel personages voor wie The American Dream allesbehalve evident is. Het deel van de Amerikaanse bevolking dat wordt omschreven als working class; zij die meestal niet veel opleiding hebben gehad en ervan uitgaan dat hard zwoegen niet naar succes zal leiden, maar naar het volgende onderbetaalde baantje.

Willem Dafoe in “The Florida Project”

Frances McDormand is genomineerd voor een Oscar voor Beste Actrice dankzij haar rol als gescheiden verkoopster Mildred Hayes die het lokale politiekorps onder druk zet om de moordzaak van haar dochter op te lossen. Haar working class-status in Three Billboards Outside Ebbing, Missouri wordt onderstreept met de blauwe overall die ze hele dagen draagt. Margot Robbie is in de race voor dezelfde Oscar door haar vertolking van de beruchte topschaatster Tonya Harding die in de film I, Tonya urenlange trainingen afwisselt met een baan in een ijzerwarenhandel.

Lees ook de recensie (4 ballen) van Three Billboards Outside Ebbing, Missouri:
Ongemakkelijk grinniken om beklemmende grappen

De voorbije jaren kreeg Hollywood wel eens de kritiek de „have-a-littles” in de Amerikaanse samenleving links te laten liggen. Sinds 2016 lijkt de Amerikaanse filmindustrie met een inhaalslag bezig. Het is mogelijk een poging van Hollywood, vaak als links en elitair gezien, om inzicht te krijgen in de voor velen verbijsterende overwinning van Trump.

Na de presidentsverkiezingen van 2016 werd in de media regelmatig benadrukt hoe de voormalige zakenman vooral witte, laag opgeleide kiezers aan zich wist te binden, al lag dat in werkelijkheid gecompliceerder en wist Trump ook stemmen te behalen bij de meer welvarende witte middenklasse.

Channing Tatum, Riley Keough en Adam Driver; de familie Logan in “Logan Lucky”.

Toch duiken sindsdien opnieuw meer witte, tragikomische working class-helden op in Amerikaanse films, bijvoorbeeld in Steven Soderbergh’s actiekomedie Logan Lucky, maar ook in Hollywoods prijzencircuit en in films die worden geselecteerd voor internationale filmfestivals. De ideeën voor veel van deze filmprojecten, zoals The Florida project, ontstonden in sommige gevallen al rond de economische crisis in 2008, maar nu ze uitkomen vinden de films een vruchtbare bodem.

Poverty porn

De films over Amerikanen aan de onderkant van de maatschappelijke ladder zijn dit jaar nadrukkelijk omarmd bij de nominaties voor de Oscars. Wat opvalt is dat het meestal tragikomedies zijn. De sociale achtergrond van de personages komt aan bod, maar er wordt niet te expliciet naar mededogen gehengeld.

Die nuchterheid kan een poging zijn om het label ‘poverty porn’ te vermijden. Dat etiket van te opzichtig wentelen in sociale misère kregen eerdere pogingen om de (zwarte) onderklasse in de VS in beeld te brengen zoals in Precious (twee Oscars in 2010) en Winter’s Bone, de doorbraak van Jennifer Lawrence (vier Oscarnominaties).

Zo is The Florida Project op het eerste gezicht een enorm geestige film. Centraal staat de zesjarige motelbewoonster Moonee. Het contrast tussen haar armoedige leven en dat van de welvarende bezoekers van het kinderparadijs Disney World is schrijnend. Tegelijkertijd is het moeilijk om niet vrolijk te worden van de grofgebekte eigenzinnige zesjarige die meewarig kijkt naar een elitair koppel door een verkeerde boeking aan de motelbalie staat. „Ik heb medelijden met haar”, verzucht Moonee als ze merkt dat de Braziliaanse dame met rolkoffer op het punt staat in huilen uit te barsten.

Uitgespuugd

Juist door deze vrolijkheid komt de realiteit pijnlijk hard aan. Want ondanks de aanwezige humor komen de ongelijke kansen van de personages die nu door Hollywood worden omarmd wel degelijk uit de verf. Het met drie Oscars genomineerde I, Tonya, dat eind deze maand in Nederland uitkomt, gaat over de verguisde topkunstrijdster Tonya Harding. In 1994 liet haar ex-man – vermoedelijk zonder haar medeweten – vlak voor de Olympische Winterspelen in Lillehammer de knieën van Hardings elegante concurrente Nancy Kerrigan met een knuppel bewerken.

Margot Robbie als Tonya Harding in “I, Tonya”

In de jaren die volgden werd de ordinaire Harding uitgespuugd als ‘white trash’. De uitgesproken subjectieve biopic I Tonya laat vrijwel geen kans onbenut om grappen te maken over Hardings weinig verfijnde levensstijl, zo zien we haar wijdbeens wachten op het zoveelste negatieve oordeel van een schaatsjury.

Toch staat de film vooral sympathiek tegenover de hoofdpersoon. Niet alleen omdat ze te maken kreeg met huiselijk geweld; we zien ook hoe Harding op jonge leeftijd prijzen worden ontzegd omdat ze in tegenstelling tot haar concurrenten niet met een bontjasje op de schaatsbaan kan verschijnen.

In de nu genomineerde films lijkt de grens tussen working class en wat traditioneel wordt omschreven als ‘white trash’ sowieso dun.

Sean Baker, regisseur van The Florida Project en Willem Dafoe brachten veel tijd door met echte motelmanagers en motelgasten in Florida voor de creatie van hun fictieve personage Bobby. Dat levert een behoorlijk genuanceerd portret op van de manager en de bewoners, die door een combinatie van niet altijd verstandige keuzes én ongelukkige omstandigheden al snel op de rand van de armoede balanceren.

Maar in andere films wordt nog geregeld teruggegrepen op stereotypen. De geestige rol in Three Billboards waarmee Sam Rockwell dit jaar een Oscarnominatie binnensleepte, is bijvoorbeeld niet gespeend van redneck-clichés. Hij speelt een alcoholverslaafde politie-agent, die er geen probleem mee heeft om zwarte verdachten in hechtenis te mishandelen. Als verklaring voor zijn racistische gedrag en latere ontslag wordt onder meer een gezette, alcoholische moeder opgevoerd, die zich op haar veranda beklaagt dat het Zuiden niet meer is wat het was. Sommige stereotypen zijn hardnekkig.

    • Sabeth Snijders