Skiën als nationale passie en levenselixer

Een goed netwerk aan skischolen maakt Oostenrijk tot het toonaangevende land in het alpineskiën. Nog wel.

Nog steeds bindt 55 procent van de negen miljoen Oostenrijkers tussen de 14 en 70 jaar regelmatig de ski’s onder, bijvoorbeeld in Seefeld. Bijna de helft van hen noemt zich wintersportfan. Dominic Ebenbichler/Reuters

De statistieken spreken duidelijke taal: skiën in Oostenrijk is groot. Nog wel, want zelfs in het land waar alpineskiën is uitgevonden en de sport wordt beoefend als zijnde het belangrijkste levenselixer, neemt de animo sluipenderwijs af. Onder kinderen vanwege de concurrentie van gamen, onder ouderen vanwege de stijgende prijzen. De steeds duurdere skipassen en oplopende hotelprijzen jagen zelfs Oostenrijkers van de pistes. Het land staat voor de economische opdracht zich als skinatie niet uit de markt te prijzen.

De teruglopende belangstelling in Oostenrijk voor skiën wordt voor een belangrijk deel toegeschreven aan afschaffing van de verplichte schoolskicursus, twintig jaar geleden. Daarom bieden skigebieden in toenemende mate arrangementen aan met gratis skipassen voor kinderen tot veertien jaar. En scholen regelen aparte skilessen. Bijvoorbeeld de skischool van de familie Hirscher in Annaberg im Lammertal – met de Oostenrijkse skiheld Marcel Hirscher als uithangbord – sluit in de regio Salzburgerland deals met scholen om kinderen drie dagen ski-les te geven. In het district Vorarlberg krijgen scholieren gratis skidagen aangeboden. Alles om de animo te herwinnen.

Het neemt niet weg dat Oostenrijk en skiën nauw met elkaar verbonden blijven, al is het maar vanwege het klimaat en de geografische ligging. Nog steeds bindt zo’n 55 procent van de bijna negen miljoen Oostenrijkers tussen de 14 en 70 jaar regelmatig de ski’s onder. Van hen noemt 46 procent zich wintersportfan.

En nog altijd 76 procent van de jongeren tussen de 14 en 25 jaar beschouwt zichzelf als een skiër, wel met een sterke hang naar het snowboarden. Verder telt het land 426 skigebieden, zo’n 600 skischolen en ongeveer 18.000 skileraren. De ski-industrie en het skitoerisme zijn samen goed voor zo’n 16 procent van het bruto nationaal product.

Grondlegger Mathias Zdarsky

De oorsprong van die nationale passie ligt eind negentiende, begin twintigste eeuw, toen het alpineskiën in Oostenrijk werd geïntroduceerd. Tot die tijd werd geskied volgens de Noorse methode, een veredelde vorm van langlaufen. De nieuwe stijl werd gepresenteerd door Mathias Zdarsky, een beeldhouwer, leraar, filosoof en uitvinder die wordt gezien als de grondlegger van het alpineskiën. Hij bedacht de moderne skibindingen die nog altijd gangbaar zijn, organiseerde in 1905 de eerste afdaling en schreef het eerste handboek over alpineskiën: Die Lilienfelder Skilauf-Technik.

Zdarsky’s pionierswerk werd voortgezet door andere enthousiastelingen als Oberst Georg Bilgeri, die nieuwe ski’s ontwikkelde en de tweestokkentechniek introduceerde – Zdarsky skiede nog met één stok, de zogeheten Alpinlanz. Bilgeri schreef ook het eerste leerboek en hij wordt gezien als de eerste skileraar, een beroep dat in Oostenrijk is ontwikkeld tot een hoogstaand, beschermd beroep.

Een leerling van Bilgeri die van grote invloed is geweest op de ontwikkeling van de skisport in Oostenrijk, is Hannes Schneider. Hij opende in 1921 in Arlberg de eerste professionele skischool. Hij legde de basis voor een nieuw educatiesysteem, dat uitmondde in een netwerk aan ski-onderwijs dat Oostenrijk tot op heden een stevige basis als leidende skinatie verleent. Geen land waar de skischolen zo maatschappelijk verankerd zijn.

Een werkwijze die in latere jaren werd aangevuld met ski-internaten voor topsporters. Onderwijs en sport zijn er met elkaar verbonden, vergelijkbaar met het systeem van de centra voor topsport in Nederland. Topskiër Hirscher is een product van zo’n internaat. Hij legde er de basis voor een glansrijke carrière en studeerde en passant af aan de hotelvakschool.

Bezigheid voor een stel dwazen

De ontwikkeling van alpineskiën als sport verliep allesbehalve vlekkeloos. De bestuurders van de internationale skifederatie FIS wilden er aanvankelijk niets van weten. Langlaufen en skispringen werden erkend als officiële discipline, voor alpineskiën werd de neus opgehaald. Een bezigheid voor een stel dwazen, de Oostenrijkers voorop, vonden de overwegend Scandinavische FIS-bestuursleden . De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat hun afkeer mede werd ingegeven door de sterke band van hun landen met langlaufen en skispringen.

Maar Oostenrijkers geven niet op. Hun ontdekking, hun sport, die zo enthousiast werd omarmd door steeds meer mensen, moest olympisch worden. De FIS wist dat tegen te houden tot Hannes Schneiders Skiclub Arlberg samen met de Kandahar Ski Club van Arnold Lunn in 1928 de eerste officiële alpineskiwedstrijd organiseerde. Het was een afdaling vanaf de Schilthorn boven het Zwitserse Mürren naar de Lauterbrunnen, een race over 14 kilometer. Lunn en Schneider voerden de druk voor erkenning op, vanaf 1931 geholpen door het ontstaan van wedstrijden in Wengen (Lauberhornrennen) en Kitzbühel (Hahnenkammrennen), in de loop der jaren allebei uitgegroeid tot legendarische afdalingen.

Maar de echte doorbraak forceerden Lunn en Schneider met hun Arlberg- Kandahar-wedstrijd, de eerste combinatie van afdaling en slalom. Die wedstrijd sprak dusdanig tot de verbeelding, dat de winnaar destijds beduidend meer aandacht kreeg dan de olympisch kampioenen van Sankt Moritz (1928) en Lake Placid (1932). De FIS-bestuurders zagen daarna wel in dat alpineskiën vanwege de populariteit niet meer viel te negeren. In 1936 besloten zij alpineskiën als nieuwe discipline toe te voegen aan het olympisch programma. De nazi-Winterspelen in Garmisch-Partenkirchen hadden de primeur. De acceptatie was een feit, de rest is geschiedenis.

Hoewel Zweden Ingemar Stenmark en Pernilla Wiberg voortbracht, Duitsland Markus Wasmeier en Katja Seizinger, Zwitserland Pirmin Zurbriggen en Vreni Schneider en Italië Alberto Tomba en Deborah Compagnoni, is Oostenrijk dé kweekvijver van skikampioenen, met Toni Sailer, Annemarie Moser, Franz Klammer, Petra Kronberger en Hermann Maier als boegbeelden. Zij beheersten in hun tijd de skisport, zoals slalomspecialist Hirscher dat tegenwoordig nog steeds doet. Zij zijn nationale helden met een internationale uitstraling. Zij hebben Oostenrijk als skinatie groot gemaakt.

    • Henk Stouwdam