Opinie

Leve het Plakkaat, en 26 juli moet een nationale feestdag worden

Plakkaat Het Plakkaat van Verlatinghe is de eerste onafhankelijkheidsverklaring ter wereld en werd terecht een ‘Pronkstuk van Nederland’, schrijft , die de tekst hertaalde.

Plakkaat van Verlatinghe, pagina 1 (deel) Foto Nationaal Archief

De verkiezing van het Plakkaat van Verlatinghe tot Pronkstuk van Nederland „walmt van nationalisme” schrijft Marc Reynebeau (Opinie, 1/2). Het is juist hartverwarmend dat kijkers zich hebben laten overtuigen door de krachtige pleidooien van de hoogleraren Herman Pleij en Erik Scherder om een nobel document als prachtstuk te stellen boven de Nachtwacht en de microscoop van Antoni van Leeuwenhoek.

Natuurlijk hebben de meeste Nederlanders slechts een vage notie van de inhoud van het Plakkaat. Het is echter niet zo, wat Reynebeau beweert, dat het stuk „onleesbaar en amper te begrijpen” zou zijn. Diverse hertalingen brengen het Plakkaat onder ieders bereik. Op www.nederlandseonafhankelijkheidsdag.nl staat mijn hertaalde en drastisch verkorte versie. De uitgangspunten van het stuk zijn volstrekt begrijpelijk: „De onderdanen zijn niet geschapen omwille van de vorst”, maar „de vorst regeert juist omwille van zijn onderdanen.”

Een document als het Plakkaat van Verlatinghe toont ons dat het niet vanzelf spreekt dat we in een land vol vrijheden leven, schrijft archivaris : Nederland, tel je zegeningen!.

Bij zijn inauguratie op 30 april 2013 verwees Willem-Alexander hiernaar: „De Koning bekleedt zijn ambt ten dienste van de gemeenschap. Dat diepgewortelde besef werd al in 1581 door de Staten-Generaal vastgelegd in het Plakkaat van Verlatinge.”

Maar als een vorst niet zo handelt, aldus het Plakkaat, „moet hij niet als vorst, maar als tiran worden beschouwd. In dat geval staat het naar recht en reden zijn onderdanen stellig vrij – zeker in overleg met de Staten van het land – om hem niet als vorst te erkennen, maar hem te verlaten, en in zijn plaats een ander te hunner bescherming rechtmatig tot staatshoofd te kiezen.” Dat hier revolutionair het principe van volkssoevereiniteit is geponeerd, doet Reynebeau af met: „Veel ‘volk’ was daar nochtans niet bij.”

Absolute vorsten

Wat had hij dan gewild? Een referendum in 1581? Terwijl elders in Europa de middeleeuwse standvergaderingen onder knoet van absolute vorsten kwamen beriepen de Staten-Generaal zich op het natuurrecht van de ‘aengeboren vryheyt’; ‘native liberty’ zou David Hume dat eeuwen later noemen. ‘

Inderdaad lag de nationale onafhankelijkheid in 1581 niet in het verschiet van de Staten-Generaal. Er was al decennia lang een opstand aan de gang. Zoals iedere revolutie leidde die tot een stroomversnelling; wat bij het Smeekschrift der Edelen in 1566 nog ondenkbaar was, werd op 12 april 1588 werkelijkheid. Toen zagen de Staten-Generaal af van het zoeken naar een nieuwe landsheer en bekleedden formeel een Raad van State met de soevereiniteit. Zo werden de Geünieerde Nederlanden een republiek.

Het steekt Reynebeau dat Nederland zich het Plakkaat „toe-eigent”. Het ging toch uit van de Staten-Generaal, de algemene standvergadering van de zeventien gewesten, ook die van de Zuidelijke Nederlanden? In feite was dat in 1581 niet meer het geval. Door de opmars van Parma hadden de Staten-Generaal zich uit Brussel, via Antwerpen teruggetrokken naar Den Haag. In het belangrijkste gewest, Brabant, verzetten zich nog maar enkele steden, zoals Mechelen. In 1585 zou Antwerpen vallen. Het leven van Jan van Asseliers, de griffier van de Staten die in vier dagen de tekst van het Plakkaat opstelde, toont het tragische verloop van de opstand: in 1530 in Antwerpen geboren, stierf hij in 1587 te Delft.

Laatste alternatief

Reynebeau schrijft terecht: „Een onafhankelijke republiek in het noorden was het laatste alternatief.” Maar had de tragische scheuring al niet in 1579 haar beslag gekregen door de Unie van Atrecht, waarop het Noorden binnen weken reageerde met de Unie van Utrecht?

Bij alle nodige nuancering heeft het Plakkaat ontegenzeggelijk alle kenmerken van een onafhankelijkheidsverklaring, de eerste ter wereld. Anders dan Reynebeau stelt, trok het internationaal geen grote aandacht, in tegenstelling tot het fenomeen van de Republiek. Het inspireerde evenmin de Amerikaanse en Franse Revolutie, wel enigszins de mislukte Brabantse Omwenteling van 1789. Pas in 1855 vergeleek de Amerikaanse historicus John Lothrop Motley in zijn Rise of the Dutch Republic het Plakkaat met de Declaration of Independence. Daarom moest Obama er bij zijn bezoek in 2014 een blik op werpen.

Het Plakkaat laat zich op diverse wijzen lezen, in de ‘nationalistische walm’ die Reynebeau zo verfoeit, of als eerste in een reeks verklaringen van de rechten van de mens en de burger. Het hoort hoe dan ook een plaats te krijgen in de canon van de Nederlandse geschiedenis. En 26 juli, de dag waarop het verscheen, moet een nationale feestdag worden.