‘Hulpinstanties schuldig aan dood autistische man’

Geestelijke gezondheidszorg

De 28-jarige Arre van Rassel overleed vorig jaar na een epileptische aanval. Zijn familie wil zorginstanties aansprakelijk stellen.

Annemiek van Rassel bij het graf van haar zoon Arre. Foto Kees van de Veen

De familie van de autistische Arre van Rassel (28) houdt hulpinstanties verantwoordelijk voor zijn dood in een begeleid-wonenflat. Arre overleed op 15 maart vorig jaar na een epileptische aanval, nadat hij de avond ervoor in paniek 112 had gebeld. Hij woonde beschermd in een flat van MindUp, een dochterorganisatie van GGZ Friesland

Wat de exacte oorzaak van de epileptische aanval was, heeft de schouwarts niet kunnen achterhalen. Duidelijk is wel dat de samenwerking van de betrokken hulpinstanties tekortschoot, blijkt uit een reconstructie van NRC. De 25 hulpverleners werkten niet optimaal samen, staat in een intern onderzoek van GGZ Friesland, dat vanwege het beroepsgeheim niet beschikbaar is voor naasten.

Geneesheer-directeur Houkje Tamsma van GGZ Friesland leidde het calamiteitenonderzoek zelf. In een mondelinge toelichting op 31 oktober erkende ze tegenover de familie dat er sprake was van „te weinig regie” en „onvoldoende communicatie” en dat de zorg „te versnipperd” was. Zo opereerde de mentor op afstand, had de hoofdbehandelaar in Drachten van zorgorganisatie Synaeda onvoldoende overzicht en is nooit het behandeldossier aan MindUp ter beschikking gesteld toen Arre daar begin 2017 ‘beschermd’ kwam wonen.

Lees ook de reconstructie van Arres laatste dagen: Het gevecht van Arre

Een verbijsterend verhaal, reageert de Groningse advocaat Liesbeth Poortman. Zij onderzoekt of ze GGZ Friesland aansprakelijk kan stellen. „Er is hier overduidelijk sprake van schending van de zorgplicht jegens een cliënt voor wie 24-uurszorg is geïndiceerd.” Gediagnosticeerd met autisme, angst- en dwangstoornissen werd Arre vanaf z’n vroege jeugd omringd met zorg. „De dag nadat Arre in paniek 112 heeft gebeld werd er door begeleiders van MindUp tot drie keer toe geen actie ondernomen toen ze voor een dichte deur stonden. Pas om negen uur ’s avonds werd Arre gevonden. Weer negen uur later is de familie op de hoogte gebracht.”

GGZ Friesland spreekt bij monde van bestuurder Ton Dhondt van „een tragische gebeurtenis die ons als organisatie raakt”. Hij benadrukt dat Arres overlijden „geen gevolg is van een structurele misstand in de zorg. En de inspectie onderschrijft dat”. De gebrekkige communicatie werd volgens hem veroorzaakt door het feit dat Arre MindUp nooit toestemming had gegeven informatie uit te wisselen met zijn behandelaars. „De bewoner moet daarvoor expliciet toestemming geven. Voortaan zullen we bewoners daar nog explicieter op wijzen.”

De hulpinstanties waren verwikkeld in een competentieconflict, denkt de advocaat, en schuiven hun verantwoordelijkheid af. „MindUp, de organisatie bij wie Arre beschermd woonde, stelt zich op als woningbouworganisatie. GGZ stelt zich op het standpunt: wij waren niet verantwoordelijk voor de behandeling, die was uitbesteed aan Synaeda, de hoofdbehandelaar zat in Drachten. Maar je biedt onderdak aan kwetsbare mensen. Je zou verwachten dat de GGZ daar een psychiater op zet.”

    • Wubby Luyendijk