Recensie

Grauwe realiteit in een pastelpalet

Sean Baker is een van de weinige makers die de grimmige en vaak ongefilmde kant van Amerika toont. Zonder dat hij daar een bijpassend grauw jargon voor gebruikt.

Moeder Halley en dochter Moonee gespeeld door Bria Vinaite en Brooklynn Prince.

Achter de nostalgische snoepkleuren van The Florida Project schuilt een giftige werkelijkheid. De nieuwe film van Sean Baker is een van die uitzonderlijke producties die je niet wilt missen. Laat je niet door dat pastelpalet misleiden. Door die magische Floridase luchten. Door die paarse en turquoise verfspatten die uit het naburige Disney World zijn overgewaaid naar het armoedige hotel waar de zesjarige Moonee in tamelijke deplorabele toestand met haar moeder woont.

Dit is een wereld, een realiteit die zeker in de sociale drama’s van de jaren dertig en veertig altijd tot de Amerikaanse film (en maatschappij!) heeft behoord, maar waar Hollywood steeds meer van vervreemd is geraakt. Sean Baker is een van de weinige makers die zich van die andere, ondervertegenwoordigde, ongefilmde kant van Amerika rekenschap geeft. Zonder dat hij daar een bijpassend grauw jargon voor gebruikt. Juist door de betoverende schoonheid van zijn werk krijgt wat hij toont iets extra verontrustends, want de levens van deze mensen spelen zich af in dezelfde diners, onder dezelfde reclamezuilen en al die andere vormen van Americana die tot de Hollywoodiconografie zijn gaan behoren. Het werd de hoogste tijd dat iemand die beeldtaal terug zou veroveren.

Op het eerste gezicht ziet het leven van Moonee er misschien uit als dat van een sprookjesprinses op haar vrije dag. Al snel blijkt dat de motels buiten Orlando sinds de kredietcrisis van 2008 niet door toeristen, maar door feitelijk thuisloze mensen worden bewoond. The Florida Project is daarom grimmiger dan menig rechttoe rechtaan sociaal realistische film. Hij put zich noch uit in het afbeelden van Verelendung, noch romantiseert hij de veerkracht van de kleine Moonee, die op het punt staat uit haar kinderonschuld te ontwaken.

Wat de film wel doet is consequent de kant en het perspectief van het meisje kiezen. Er is bijna geen shot dat niet op haar ooghoogte is gefilmd. In een lome stroom van zomerse gebeurtenissen volgen we haar als ze met haar vriendjes Scooty en Jancey kattenkwaad uithaalt, hotelmanager en vaderfiguur tegen wil en dank Willem Dafoe het leven zuur maakt, door dik en dun haar werkeloze moeder trouw blijft. Maar ook als de eerste barstjes in dat mateloze vertrouwen zichtbaar worden. Nergens kijken Baker en Director of Photography Alexis Zabe op hun personages neer. Dat is niet alleen een esthetische keuze, ook een politieke. Baker deed eindeloos research en behalve Dafoe speelt bijna iedereen in de film min of meer zichzelf, waardoor er geen kunstmatige verhalen op werkelijke situaties worden geprojecteerd. Er is in deze film heel veel te kijken. Tot het barst. En je hart verscheurt.

Hollywood heeft de witte arbeidersklasse ontdekt. Lees ook: Tragikomisch op zoek naar de gewone man (en vrouw)