Brieven

Brieven 6/2/2018

Taal en onderwijs

Das war einmal!

Volgens Yvonne Schoolmeesters komen de talen Frans en Duits er bekaaid van af in het Nederlandse onderwijs (Onderwijs staat met de rug naar onze buurtalen , 30/1). Zij heeft gelijk. Ze bekijkt het vanuit een vwo-perspectief, zoals ook de meeste NRC-lezers. Zes van de tien leerlingen volgen echter beroepsonderwijs. Daar is het net zo beroerd. Waar zij al dat Engels gaan inzetten, weet niemand. Schoolmeesters geeft les in Venlo, waar je nog niet achter een marktkraam mag staan als je geen Duits kent. Iets vergelijkbaars geldt voor de frietboer in Maastricht die geen Frans kent. Nederland heeft 1.100 kilometer landsgrens met Duits, Nederlands en Frans taalgebied. Daar is veel grensarbeid en kooptoerisme. De omvang van de handel met die gebieden is enorm. De afdeling economie van Fontys Hogeschool in Venlo draait op Duitse studenten. Om over het vakantieverkeer met Duits en Frans taalgebied nog maar te zwijgen. Nederlanders op alle niveaus, zeker die buiten de Randstad komen vaker met Frans- of Duitssprekenden in contact, dan met Engelstaligen en kunnen een extra vreemde taal op school dus best gebruiken. Het onderwijs voorziet steeds minder in die behoefte. Voor schooldirecties tellen de minimale eisen van het examen en van het vervolgonderwijs. En natuurlijk de diplomaproductie waarvan zij moeten leven. Tot slot: alle Franse academische publicaties blijven voor Nederlanders gesloten boeken. Nederlanders spreken hun talen, weet u nog? Das war einmal!

Orgaandonatie

Niet-doneren ook besluit

In het redactioneel commentaar (Het is niet aan de overheid te bepalen wie donor wordt, 3/2) worden ten slotte twee argumenten aangehaald tegen het wetsvoorstel dat het systeem van orgaandonatie wijzigt. Die argumenten zijn beide niet nieuw en niet zuiver. Het eerste argument is dat het vervangen van het nee-tenzij-principe door een ja-mits-principe ertoe leidt dat de overheid beslist over het lichaam. Het tweede argument is dat het wetsvoorstel het individuele grondrecht op zelfbeschikking zou opofferen. Op welke wijze het zelfbeschikkingsrecht door het wetsvoorstel beperkt zou worden, is mij gedurende de vele (maatschappelijke) debatten over dit onderwerp niet duidelijk geworden. Zowel in de huidige als de toekomstige situatie maakt in eerste instantie het individu zelf een keuze over zijn of haar lichaam en of het dat (of delen daarvan) na de dood doneert. Dat juist nu het voorstel is aangenomen door de Tweede Kamer vele duizenden Nederlanders hebben aangegeven dat zij geen donor willen zijn, toont dit duidelijk aan. Maakt hij of zij gedurende het leven geen keuze, dan kan er ook geen sprake meer zijn van zelfbeschikkingsrecht. Zelfbeschikking is immers voorbehouden aan de levenden. Een dode is per definitie handelings- en dus (zelf)beschikkingsonbekwaam. Artikel 11 van de Grondwet over onaantastbaarheid van het lichaam is ook niet in het geding, aangezien dat artikel zelf de mogelijkheid geeft hier bij wet beperkingen aan te stellen. Ik vraag me overigens af of artikel 11 (en de rest van de) Grondwet überhaupt wel betrekking heeft op het dode lichaam. Vervolgens komt het eerste argument van uw redactie om de hoek kijken, namelijk of het wel aan de overheid is om een keuze te maken over donatie indien het individu zelf geen keuze heeft gemaakt. Miskend wordt echter dat de overheid ook in het bestaande systeem al een keuze maakt, namelijk dat het lichaam dan niet ter beschikking staat voor donatie (tenzij nabestaanden anders zouden beslissen). Die keuze is weliswaar niet expliciet vastgelegd, maar aangezien er in de basis maar twee smaken zijn, namelijk niet doneren of wel doneren, wordt er altijd een keuze tussen beide gemaakt, ultiem door de overheid. Het is mij tot op heden niet duidelijk geworden waarom de overheid die keuze niet zou mogen wijzigen.

Correcties/aanvullingen

Falcon Heavy

In de kop boven het artikel Zwaargewicht met negen motoren (3/2, p. W6-7) is het aantal motoren onjuist. De kop had moeten luiden: Zwaargewicht met zevenentwintig motoren.