‘Alleen harde aanpak werkte bij Russen’

Claudia Bokel De Duitse Claudia Bokel had Rusland al voor de Spelen in Rio collectief willen straffen om doping. Dat had, denkt ze, nu problemen voorkomen.

De Russische vlaggendrager Sergej Tetjoechin tijdens de openingsceremonie van de Spelen in Rio (2016). Foto EPA/Tatjana Zenkovitsj

Claudia Bokel kijkt ongemakkelijk. Als het IOC eerder naar haar had geluisterd, had de smadelijke nederlaag kunnen worden voorkomen. Vorige week maakte het sporttribunaal CAS de levenslange schorsing van 28 Russische olympiërs ongedaan. De Duitse Bokel, voormalig IOC-lid, stond destijds alleen in haar opvatting Rusland volledig van zowel de Zomerspelen van Rio als de Winterspelen van Pyeongchang te weren. De overige veertien leden van het uitvoerend comité van het IOC, waarvan zij tot haar afscheid in 2016 deel uitmaakte, deelden niet haar mening „dat je soms moreel in plaats van juridisch het juiste moet doen”.

Voor Bokel (44) was het geen vraag of Rusland na onthulling van omvangrijke, georganiseerde dopingschandalen moest boeten. Bewijzen in overvloed. Al voor ‘Rio’ wist ze, mede door een gesprek met de Russische klokkenluider Grigori Rodtsjenkov, hoe groot het Russische dopingprogramma was. Onaanvaardbaar, concludeerde Bokel, lid van de atletencommissies van zowel het IOC als van wereldantidopingbureau WADA. Ze eiste harde maatregelen.

Collectieve straf

Die kwamen er niet. Het uitvoerend comité keek naar de individuele sporter, niet naar het hele land. „Ik begrijp dat bij een collectieve straf een aantal individuen onrecht wordt aangedaan, maar als atletencommissies vonden wij dat, zonder harde maatregelen, de situatie niet veranderd zou worden. In feite komt Rusland er dan mee weg.”

Zie de uitspraak van het CAS, dat 28 Russen vrijsprak met als belangrijkste argument dat individuele sporters zonder positieve dopingtest niet voor een frauduleus systeem gestraft kunnen worden. Als het IOC in 2016 Bokels lijn had gevolgd, zou een correctie door het CAS minder waarschijnlijk zijn geweest, denkt zij. Ze verwijst naar het Internationaal Paralympisch Comité (IPC), dat een totale boycot van Rusland juridisch overeind wist te houden.

Bokel voelde zich machteloos binnen het uitvoerend comité, dat een oordeel moest vellen na het harde rapport van de Canadees Richard McLaren over systematische dopingmisstanden in Rusland.

Banden met Rusland

De overige leden waren niet blij met het rapport. Niet iedereen wilde de Russen bruuskeren. Bijvoorbeeld René Fasel, voorzitter van de ijshockeyfederatie, voor wie Rusland een belangrijk land is. Of Wu Ching-kuo, inmiddels weg als voorzitter bij boksbond AIBA wegens financieel mismanagement, die misschien graag Russen in het olympisch toernooi zou willen hebben. Of Sergei Bubka, die in opspraak raakte vanwege het overmaken van 45.000 dollar aan Valentin Balachnitsjev, oud-voorzitter van de Russische atletiekbond. Of Pat Hickey, die als voorzitter van de Europese olympische comités misschien een band met Rusland zou willen houden. Hickey werd overigens tijdens de Spelen gearresteerd wegens illegale handel in kaartjes.

Bokel gaat niet namen en shamen, maar kan zich wel voorstellen dat er enkele leden van het uitvoerend comité waren die een belang bij Rusland hadden. Zij spreekt van „mensen met bepaalde achtergrond, een bepaald bondsbelang of bepaalde connecties”. Uit die hoek kwam ook de zwaarste steun voor de individuele in plaats van collectieve straf. IOC-voorzitter Thomas Bach was minder dwingend, al werd hij in de media als de verdediger van Rusland afgeschilderd. Bokel onthield zich uiteindelijk van stemming. Daarvan heeft ze een beetje spijt, mede na kritiek van veel sporters. „Achteraf had ik tegen moeten stemmen, maar toen was de meerderheid zo overweldigend dat ik het nut er niet van inzag.”

Als lid van een driehoofdige commissie die Russische sporters vervolgens moest screenen voor deelname aan Rio, ontdekte Bokel dat bijvoorbeeld de boksbond totaal geen out-of-competition-controles uitvoerde, wat een goede beoordeling over het dopingverleden van Russische boksers moeilijk, zo niet onmogelijk maakte. Bokel schrok daar erg van. „Ik dacht echt dat iedere sporter op de Spelen toch wel één keer buiten competitie op doping was gecontroleerd.”

Meteen na Rio zat Bokels termijn als IOC-lid erop. Ze werd niet gevraagd aan te blijven, misschien werd ze als kritisch of lastig ervaren. Maar ambities zijn er nog steeds. Zou zij dan de plek van Camiel Eurlings namens Nederland kunnen overnemen? Bokel, per 1 februari directeur van de integriteitsorganisatie FairSport, zegt geen nee, hoewel ze niet gepolst is. Met een lach: „Wie weet kom ik in Pyeongchang mensen van NOC*NSF tegen.”

    • Henk Stouwdam