Zonder hulp moeten ze terug, in een tent

Palestijnse vluchtelingen uit Syrië

President Trump bezuinigt fors op hulp aan Palestijnse vluchtelingen. De eerste slachtoffers hiervan zijn de Palestijnen uit Syrië in Libanon.

Links en rechtsonder: Naar Libanon gevluchte Syrische Palestijnen. Rechtsboven: gezicht op het vluchtelingenkamp Shatila in Beiroet, waar Palestijnen dicht opeengepakt leven. Foto’s AFP, Getty, Hollandse Hoogte

Rajaa Sa’adiya, 43, betaalt elke maand 300 dollar (240 euro) huur voor één kamer zonder ramen in het Palestijnse vluchtelingenkamp Chatila in Beiroet. Zij woont hier met twee zonen van 15 en 16 en een dochtertje van vier. Haar man is gestorven in een gevangenis in Damascus; haar oudste zoon zit daar nog steeds vast.

De familie krijgt maandelijks 200 dollar van UNRWA, de VN-organisatie die sinds de vorming van Israël in 1948 voor de Palestijnse vluchtelingen instaat. De rest, zegt Sa’adiya, scharrelen ze bijeen. „Mohamed helpt een man die een koffiekar uitbaat, Ahmed werkt met tapijten, en ik werk soms als schoonmaakster.”

De hulp die mensen als Sa’adiya krijgen, dreigt op te drogen nu de Verenigde Staten hebben aangekondigd dat zij hun bijdrage aan UNRWA fors verminderen. Washington was altijd de voornaamste geldschieter van UNRWA: de voorbije jaren doneerde het jaarlijks rond de 360 miljoen dollar.

Eerder deze maand besloot de regering-Trump dat die hulp dit jaar meer dan gehalveerd wordt tot 125 miljoen dollar. Daarvan is 60 miljoen dollar gestort; nog eens 65 miljoen dollar wordt achtergehouden, officieel tot de VN-organisatie niet nader gespecificeerde hervormingen doorvoert. Bovendien mag het gestorte geld niet gebruikt worden voor Palestijnse vluchtelingen in Syrië of Libanon.

Contante betalingen

Reeds vanaf februari moeten daardoor de contante betalingen, zoals die voor de huur van de Sa’adiya’s, gestaakt worden, zei Claudio Cordone, UNRWA-directeur voor Libanon, woensdag tijdens een fondsenwerving in een hotel in Beiroet.

Vanaf maart komt ook de medische hulp in het gedrang. Voor de familie Sa’adiya gaat het om 100 dollar per maand voor de bloedtransfusies die de vierjarige Mariana nodig heeft voor haar thalassemie, een erfelijke bloedziekte.

In september droogt ook het geld op voor de 65 scholen die UNRWA in Libanon uitbaat. Dat laatste maakt voor de Sa’adiya’s niet veel uit: Mohamed en Ahmed zijn al lang gestopt met school om te gaan werken.

De Amerikaanse betalingsstop volgt op president Trumps controversiële beslissing in december om Jeruzalem te erkennen als hoofdstad van Israël, en de ambassade van de VS daarheen te verhuizen. Begin januari dreigde Trump op Twitter al met een betalingsstaking. „Wij betalen de Palestijnen elk jaar HONDERDEN MILJOENEN DOLLARS en wij krijgen daarvoor geen waardering of respect terug. Zij willen niet eens onderhandelen over vrede met Israël…Waarom zouden wij dan die enorme betalingen aan hen doen?”

Rajaa Sa’adiya gaat niet over vredesonderhandelingen met Israël. Zij weet alleen dat het geld van UNRWA het verschil beketent tussen nipt overleven en niet.

„Als de hulp stopt, is dat een groot probleem voor ons”, zegt zij. „Ik weet niet wat we dan gaan doen. Terug naar Syrië misschien? Maar in een tent dan, want ons huis in Yarmouk is verwoest.”

De Syrische Palestijnen – ze zijn met meer dan een half miljoen – zijn allesbehalve gelukzoekers. Voor de oorlog was Syrië een van de betere landen om Palestijns vluchteling te zijn. Zij hadden er bijna dezelfde rechten als de Syriërs.

„Wij hadden een goed leven in Syrië”, zegt Sa’adiya. „We hadden een eigen huis van twee verdiepingen. Mijn man had werk. Wij kregen geen geld van UNRWA. Dat was niet nodig.”

De cijfers van UNRWA staven dat. Voor de oorlog deed 7 procent van de Palestijnen in Syrië een beroep op UNRWA; vandaag is 95 procent afhankelijk van noodhulp om te overleven. Het gaat om 438.000 mensen in Syrië zelf (van wie de helft ontheemd is), 32.561 in Libanon en 16.951 in Jordanië.

Op de persconferentie van woensdag vroeg UNRWA om 409 miljoen dollar om de Palestijnse vluchtelingen in en uit Syrië in 2018 te kunnen blijven helpen. In 2017 ging het om 329 miljoen dollar, waarvan slechts 43 procent werd opgehaald.

Palestijnen in Gaza

Maar de Amerikaanse beslissing raakt meer dan de Syrische crisis alleen. UNRWA staat ook in voor de Palestijnen in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever. Voor hen is nog eens zo’n 400 miljoen dollar nodig in noodhulp. Op termijn komt ook het reguliere budget van UNRWA in het gedrang: meer dan 1 miljard dollar, waarvan de helft bestemd voor de UNRWA-scholen.

Israël vindt dat best. UNRWA, zegt premier Netanyahu, „vereeuwigt het probleem van de Palestijnse vluchtelingen. Het vereeuwigt het verhaal van het zogeheten ‘recht op terugkeer’, dat als enige doel de vernietiging van de staat Israël heeft. Om die reden moet UNRWA verdwijnen.”

Lang niet iedereen in Israël is het daarmee eens. The Jerusalem Post berichtte vorige maand over een intern document van het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat onder Netanyahu ressorteert, waarin juist gewaarschuwd wordt tegen het terugschroeven van de hulp aan UNRWA.

„Dit kan de humanitaire situatie doen verergeren en kan tot een catastrofe leiden, vooral in Gaza”, stelt het document. „Dit gaat niet helpen, integendeel: het legt de last juist op Israël.”

Volgens UNRWA-directeur Pierre Krähenbühl gaat het om de ergste financiële crisis in het bestaan van de organisatie. Tijdens de fondsenwerving vorige week in Genève riep Krähenbühl op om humanitaire noden gescheiden te houden van ‘politieke overwegingen’.