Weten waar je staat, en waarvóór je staat

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: oud-basketballer en oud-politicus Bill Bradley, die kan luisteren als geen ander.
Illustratie Eliane Gerrits

Als ik voor een interview de radiostudio binnenloop op de 36ste verdieping van een gebouw in Manhattan, sta ik plotseling bij een hiphopband. De jongens dansen op knalrode gympen, hun tanden omlijst met goud. De meisjes zien eruit of ze naar een nachtclub gaan, met hoge hakken en lange glitternagels. Presentator Howard Stern voert het hoogste woord.

Midden tussen de joelende groupies staat mijn gastheer, een boomlange oudere man in een zelfgebreide trui en degelijke schoenen. Een verschijning uit een andere tijd. Het is Bill Bradley, de 74-jarige voormalig basketbalster, oud-senator en ooit veelbelovende presidentskandidaat. Enigszins verlegen lachend schudt hij mijn hand.

Bradley is de voorbeeldige Amerikaan. Sport, politiek, schrijven – alles deed hij met inzet en succes. Voor de sporthal van Princeton University staat een levensgroot standbeeld van hem, voor altijd gevangen in zijn beroemde dribbel.

Na zijn schooltijd kreeg hij aanbiedingen van zeventig universiteiten. Hij koos voor Princeton, dat hij naar de hoogste plaats ooit leidde. Als aanvoerder van het Amerikaanse Olympisch team in 1964 won hij in Tokio goud tegen de Sovjet-Unie. Tien jaar speelde hij bij de New York Knicks en won twee NBA-titels.

Daarna voelde hij de plicht zich voor de publieke zaak in te zetten. Na jaren senator te zijn geweest voor New Jersey, stelde hij zich in 2000 verkiesbaar als presidentskandidaat voor de Democraten. Tot verdriet van velen verloor hij in de voorverkiezingen van Al Gore. „Ach, zat Bill nu toch maar in het Witte Huis”, verzucht mijn buurman regelmatig. Hij zat sinds de kleuterschool bij hem in de klas. In zijn tuin staat nog altijd een bord met ‘Bill Bradley for President’.

‘A Sense of Where You Are’ is de titel van een portret van Bradley in The New Yorker toen hij als student de meest bewonderde basketbalspeler van het land was. „Als je dicht bij de bal bent, hoef je niet naar het net te kijken. Je ontwikkelt een gevoel voor waar je bent”, zegt hij daar. Hij kon zonder te kijken de bal in het net gooien, omdat hij precies wist waar hij in het veld stond.

Het werd zijn levensmotto. Weten waar je staat. En waarvóór je staat. Je niet laten meesleuren door de gebeurtenissen. Het oog gericht op het algemeen belang. Bradley kan als geen ander luisteren. Wekelijks maakt hij het radioprogramma American Voices. „Toen ik senator was, was ik het meest geraakt door de levensverhalen die mensen me vertelden. Nu wil ik iedereen hun verhalen laten horen.” Politieke voorkeur, geld, faam doen er niet toe. Het gaat om wat mensen beweegt.

Bradley, die waarden als eerlijkheid, onbaatzuchtigheid en fatsoen hoog in het vaandel heeft staan, is een dinosaurus in trumpiaanse tijden. Zijn talent was dat hij precies wist waar hij in het veld stond. Maar in zijn tijd was iedereen het erover eens waar het net hing, wat de regels van het spel waren en wat een treffer was. Vandaag de dag kan iedereen zelf de spelregels bepalen, de bal in het wilde weg gooien, met veel bombarie ‘goal’ roepen en zichzelf de eerste prijs toekennen.

Reacties naar pdejong@ias.edu
    • Pia de Jong