Twintig jaar cel in hoger beroep undercoverzaak

Wim S. werd eerder veroordeeld tot achttien jaar gevangenisstraf. Hij bekende tijdens een undercoveroperatie van de politie.

Foto iStock

De 42-jarige Wim S., die in december 2010 zijn vriendin vermoordde in de achtertuin van haar woning in Kaatsheuvel, is maandag door het gerechtshof in Den Bosch veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf. Dat is twee jaar langer dan de eis van het Openbaar Ministerie en de straf die een lagere rechter eerder had opgelegd.

Volgens het gerechtshof heeft de man zijn vriendin, de 34-jarige Heidy Goedhart, “opzettelijk en met voorbedachte raad, op gruwelijke en lafhartige wijze van het leven beroofd”. Het hof vindt achttien jaar cel onvoldoende, onder meer vanwege “de kille en laffe wijze waarop en de omstandigheden waaronder de man de moord heeft gepleegd”. S. moet ook een schadevergoeding van ruim 260.000 euro betalen aan de kinderen die werden geboren uit zijn relatie met het slachtoffer.

‘Joep’

In 2011 zat S. een paar maanden vast op verdenking van betrokkenheid bij de dood van Goedhart, maar uiteindelijk werd hij vrijgelaten vanwege gebrek aan bewijs. Daarop werd er in 2013 een omstreden undercoveroperatie op touw gezet om S. te laten bekennen. Een agent deed zich daarbij voor als ‘Joep’, eigenaar van een beveiligingsbedrijf. S. was op zoek naar werk en liet zich door de man inhuren. Een jaar later vroeg ‘Joep’ aan S. of hij in vaste dienst wilde komen.

Tijdens een sollicitatiegesprek bij de zogenaamde hogere baas in het Spaanse Marbella zou deze man hebben gezegd dat hij wist van de moord en problemen wilde voorkomen. De baas stelde: als je bekent, stoppen je problemen en heb je de baan. S. ontkende zijn betrokkenheid, maar in de taxi terug bekende hij alsnog tegenover ‘Joep’. Het gerechtshof schrijft daarover:

“Toen de vriendin thuiskwam van een feest heeft hij haar opgewacht in de achtertuin, haar met een baksteen tegen het hoofd geslagen en haar keel dichtgeknepen, waarna zij is overleden. Hij heeft een inbraak in scène gezet door in huis enkele kastdeuren en lades open te zetten.”

S. had tegelijkertijd een relatie met een andere vrouw en wilde volgens het hof verder met zijn nieuwe vriendin. Hij zou de problemen van een eventuele relatiebreuk niet aankunnen.

Twee weken na de bekentenis, in oktober 2014, werd S. aangehouden. Later trok hij zijn uitspraken in. De rechtbank in Breda vond de bekentenis desondanks geloofwaardig genoeg en in mei 2016 werd S. veroordeeld tot achttien jaar cel. Na de uitspraak werd er meteen hoger beroep aangekondigd. “Ik ben het niet, u heeft de verkeerde”, zei S. volgens Omroep Brabant.

Lees meer over de undercoveroperatie: Het strand kan ook best een verhoorkamer zijn

Twijfels over waarde van bekentenis

Rechtspsychologen uitten eerder hun twijfels over de waarde van de bekentenis. Een verdachte inpalmen, zoals bij Wim S. gebeurde, is óók een manier van druk uitoefenen, zei rechtspsycholoog Harald Merckelbach in 2015 tegen NRC. De verdediging stelt dat er niet kan worden bewezen dat S. de moord heeft gepleegd en dat de undercoveractie niet legitiem was.

Sinds de eeuwwisseling mag de politie informatie inwinnen door undercoveroperaties. Wel moet deze bevoegdheid ‘proportioneel’ worden ingezet. Uiteindelijk is het aan de rechter om te oordelen over de betrouwbaarheid van de ingewonnen informatie.

    • Maarten Dallinga