Opinie

Ollongren benadert probleem partijgiften van de verkeerde kant

Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) heeft iets met buitenlandse beïnvloeding van de Nederlandse democratie. Nog maar amper aangetreden wees zij in een brief aan de Tweede Kamer op het gevaar van „statelijke actoren” die zich zouden willen mengen in „Nederlandse interne aangelegenheden of democratische processen waaronder de verkiezingen”. Het probleem met haar brief was dat de bewijsvoering nogal mager was, om niet te zeggen totaal afwezig.

Ook in het interview dat NRC het afgelopen weekeinde met de minister had bleven haar waarschuwingen steken in algemeenheden. „Het gaat erom dat het in andere landen wel op grote schaal gebeurt en dat het dus hier ook kan gebeuren,” zei zij. Waakzaamheid kan vanzelfsprekend nooit kwaad, maar concrete aanwijzingen die haar opmerkingen plaatsen zouden wel behulpzaam zijn.

Op één punt is Ollongren nu van plan actie te ondernemen. Vorige week kondigde zij aan buitenlandse financiering van Nederlandse partijen te willen tegengaan. Het is een voornemen dat voortvloeit uit een door bijna de hele Tweede Kamer in december 2016 aangenomen motie waarin de regering werd verzocht buitenlandse financiering van politieke partijen en politieke campagnes, waaronder referenda, te beperken.

Alleen de PVV en de eenmansgroepering van het ex-VVD Tweede Kamerlid Houwers stemden toen tegen. De tegenstem van de PVV was niet verwonderlijk want het is juist deze partij die de aflopen jaren tienduizenden dollars uit het buitenland heeft ontvangen via de stichting van de Amerikaanse anti-islamactivist David Horowitz. Deze partij zal dan ook als enige geraakt worden door een financieringsverbod. Andere partijen hebben geen dermate grote buitenlandse giften ontvangen dat zij de grens van verplichte openbaarmaking van 4.500 euro te boven gingen.

Minister Ollongren wil na de zomer een regeling presenteren waarin de buitenlandse financiering aan banden wordt gelegd. Of zij een juridisch houdbare en praktisch uitvoerbare maatregel zal weten te ontwikkelen, is hoogst twijfelachtig. Het zal niet de eerste keer zijn – en al helemaal niet bij het onderwerp partijfinanciering – dat goede bedoelingen leiden tot een nauwelijks te handhaven gedrocht. Om bij het voorbeeld-Horowitz te blijven: niemand zal deze ‘weldoener van Wilders’ kunnen beletten zijn donaties op te splitsen in bedragen onder de openbaarmakingsgrens om deze vervolgens via personen in Nederland in de kas van Wilders’ PVV te laten stromen.

De Tweede Kamer, die om een beperking heeft gevraagd, en de minister benaderen het probleem van de verkeerde kant. Het kwetsbare element bij financiering van politieke partijen is niet zozeer het buitenland, maar het gebrek aan transparantie. De naam van de gever hoeft pas bij donaties vanaf 4.500 euro bekend te worden gemaakt.

Juist hier zou verandering in aangebracht kunnen worden. Nederland zit met de grens van 4.500 euro in vergelijking met een aantal andere Europese landen opvallend hoog. De evaluatiecommissie partijfinanciering stelde vorige week voor de openbaarmakingsgrens te verlagen naar 2.500 euro. Maar waarom niet streven naar totale transparantie? In België ligt de grens bijvoorbeeld op 125 euro. Vanuit een aantal partijen is betoogd dat dit tot minder giften kan leiden omdat gevers niet willen dat hun naam bekend wordt gemaakt. Een bizarre redenering. Openbaarmaking is nu net de bedoeling van transparantie.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.