Commentaar

Kabinet onderschat diepte van de crisis in de rechtshulp

Minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) maakte vorige week een opgeruimde indruk bij een debat met de Tweede Kamer over de crisis in de sociale advocatuur. Hij was nog op ontdekkingstocht. Hij beloofde vele ‘kopjes koffie’ in het beroepsveld te gaan drinken. Met z’n allen zouden we er wel uit komen. „Rond de zomer” komt hij met voorstellen over de gesubsidieerde rechtsbijstand, waarbij het huidige budget van ‘400 miljoen plus’ dan wel de limiet was. Het leek hem vooral een kwestie van minder rechtszaken, toepassing van meer legal tech en een nieuwe vorm van bekostiging. Wellicht de groep rechthebbenden beperken en meer overlaten aan paralegals? Zoiets.

De sociale advocaten op de publieke tribune gingen met lege handen naar huis. Alweer. Hun vorige demonstratie was in 2013, daarvoor 2011. Men voelt zich niet serieus genomen en verdenkt het kabinet ervan die ‘lastige advocatuur’ uit te willen kleden om politieke redenen. Geen reparaties dus, geen snelle maatregelen die richting geven of vertrouwen bieden, geen concrete stappen. Nee, koffie, praten, overleg: polderen. Inmiddels liggen er drie rapporten over de crisis in de sociale rechtshulp, waarvan de meest recente nota bene twintig jaar achterstallig onderhoud vaststelt, een financieringstekort van 127 miljoen en verder inzakkende kwaliteit aankondigt. De rechtshulp aan de 40 procent burgers met een lager inkomen wordt inmiddels gedeeltelijk door deze advocaten uit eigen zak betaald, in afwachting van reparatie van het stelsel.

De hoop is gevestigd op het laatste rapport, geschreven onder voorzitterschap van de president van het gerechtshof Amsterdam, Herman van der Meer, Andere tijden getiteld. En dat is niet voor niks. Regels zijn nu zó complex, de vraag naar rechtshulp is zó gestegen dat de tarieven voor gratis advocatenbijstand geen fatsoenlijk inkomen meer opleveren. Dat leidt ertoe dat gevestigde advocaten zich terugtrekken, jonge aanwas uitblijft en er straks dus een tekort aan onafhankelijke rechtshulp dreigt. Juist aan de onderkant van de samenleving. Dit spreekt minder tot de verbeelding dan de Groningse gasbevingen, maar in de rechtsstaat zijn de scheuren ook zichtbaar. Het geduld raakt daar ook op.

Minister Dekker beschikte over weinig parate kennis en bleek de urgentie evenmin te voelen, maar bij de advocatuur broeit het. Stakingen en hardere acties liggen in het verschiet. Dekker had makkelijk alvast een paar gaten kunnen dichten en perspectief op een oplossing kunnen bieden. Van der Meer deed maar liefst 52 verbetersuggesties – waarvan een paar om de perverse prikkels eruit te halen. Procederen in arbeids-, huur-, en echtscheidingszaken loont nu beter dan tijd investeren in een schikkingspoging. Het is een kwaal die in het hele stelsel zit: proceshandelingen worden gefinancierd, niet behaalde resultaten of oplossingen. Het systeem leent zich ervoor om het te bespelen.

De sociale advocatuur legt het in innovatie en productiviteit af tegen de rechtsbijstandverzekeraars.

Men vlucht naar eenmanskantoren en neemt er wat rechtsgebieden bij, wat geen van beide de kwaliteit bevordert. De solidariteit binnen de advocatuur is intussen ver te zoeken. De zakelijke advocatuur ziet het wettelijk beschermde beroep als een licentie om op de vrije markt zoveel mogelijk te verdienen en wentelt de publieke taak van de pro-deorechtshulp zonder enige scrupule af op de belastingbetaler.

Dekker staat dus voor een stevige opgave. Ja, de advocatuur is lastig, maar ook essentieel in een rechtsstaat. Dit stelsel wankelt en vraagt om een zeer stevige hervorming.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.