Muzikanten verliezen het van techreuzen

Als student sjouwde Jonathan Taplin met de instrumenten van zijn helden uit The Band. Vijftig jaar later pleit hij voor eerlijke royalty’s in het internettijdperk.

Jonathan Taplin: ,,Uiteindelijk moeten overheden grip zien te krijgen op deze techreuzen." Foto Roger Cremers

Voor en door vrije geesten, was de gedachte toen het internet nog in de kinderschoenen stond. De nerds die websites ontwikkelden in hun garage waren net zo creatief als de muzikanten die zonder tussenkomst van studio’s of platenbazen hun werk zouden kunnen uploaden en verspreiden.

Inmiddels liggen de verhoudingen anders, laat Jonathan Taplin zien in zijn boek Move Fast and Break Things. How Facebook, Google, and Amazon have cornered culture and what it means for all of us. Internetplatforms worden steenrijk, terwijl musici naar hun inkomsten kunnen fluiten. Hij was vorige week in Amsterdam voor een lezing bij het John Adams Institute.

„Als je een hit hebt en een miljoen mensen spelen je nummer af op YouTube, verdien je 900 dollar”, vertelt hij somber in de lobby van zijn hotel. „Als het nummer een miljoen keer wordt gestreamd op Spotify verdien je amper 5.000 dollar.” Geen bedragen waar je als band makkelijk van rondkomt.

Taplin heeft een opmerkelijke carrière achter de rug. Als student was hij ‘road manager’ van The Band, wat betekende dat hij hun gitaren in en uit de bus tilde. „Ik was verliefd op de muziek.” Ook managede hij de tour van Bob Dylan. Later produceerde hij films, onder andere met Scorcese (The Last Waltz, 1978) en Wim Wenders (Until the End of the World, 1991). Vervolgens werkte hij als investeringsbankier en als hoogleraar communicatie aan de University of South California.

Taplins boek gaat over de vernietigende werking van Facebook, Google en Amazon op de muziekindustrie. Het staat vol ontluisterende feiten. Zoals: de verkoop van vinyl (!) levert de makers gemiddeld meer op dan miljoenen streams op internet. Hij citeert Prince: ‘Het internet is voorbij voor iedereen die betaald wil worden.’

Het beeld dat Taplin schetst van Silicon Valley-bazen is bijna karikaturaal: overwegend mannen die te vroeg te veel hebben verdiend, en agressief alles overnemen wat anders de concurrent een voordeeltje zou kunnen opleveren. Hun voornaamste zorg is buiten de overheid om te kunnen functioneren en die steeds een stapje voor te blijven. Ze investeren allemaal grof geld in een leven na de dood, want ook die willen ze te slim af zijn. En dat alles met een zweem Californisch vrijbuiterschap en een onschuldig ogende capuchontrui.

Taplin benadrukt de invloed van de libertarische filosofe en schrijfster Ayn Rand in Silicon Valley. Haar romans The Fountainhead (1943) en Atlas Shrugged (1957) vormen een grote inspiratie voor techondernemers, betoogt Taplin: „Die boeken zijn hun gospel of wealth. Zij zien zichzelf als creatieve pioniers en vinden dat de overheid hen alleen maar hindert in hun missie de wereld te verlichten met hun snufjes.”

De belangrijkste evangelist is wat Taplin betreft Peter Thiel, oprichter van PayPal. Taplin citeert hem vaak, met afgrijzen en verholen bewondering over het aplomb waarmee hij zijn missie brengt. Thiel vindt dat kapitalisme en democratie onverenigbaar zijn en dat democratie daarom plaats moet maken – briljante ondernemers zoals hij worden maar gehinderd door het domme volk (‘the unthinking demos’). Ook zegt hij Rand graag na dat altruïsme de beschaving om zeep helpt.

Uit uw boek rijst een beeld van een Silicon Valley vol gewetenloze ondernemers.

„Er is weinig plaats voor idealisme. Als je een zoekmachine hebt met drie miljard gebruikers heb je geen tweede nodig. Als je een sociaal netwerk hebt met 2,3 miljard gebruikers, idem dito.”

Zuckerberg zegt Facebook te willen verbeteren en content strenger te zullen filteren.

„Zuckerberg lijkt zich inderdaad iets aan te trekken van de kritiek, maar het moet nog blijken in hoeverre dat niet enkel PR is. Zijn maatregelen betekenen in de praktijk minder advertenties, minder domme poezenfilmpjes en meer content van vrienden. Vorige week maakte Zuckerberg bekend dat dat ervoor heeft gezorgd dat mensen wereldwijd vijftig miljoen uur minder per dag op Facebook zitten. Dat lijkt enorm, maar het is slechts 5 procent van het totaal aantal uren.”

U doet alsof de techbazen allemaal malafide bedoelingen hebben. Zijn ze wel geïnteresseerd in de morele implicaties van hun werk?

„Nauwelijks. Sheryl Sandberg (operationeel directeur van Facebook, red.) zei twee maanden geleden dat ze geschokt was dat hun advertentiesoftware werd gebruikt om een antisemitische doelgroep te bereiken. Hoe naïef kun je zijn?”

Is de generatie van digital natives kritischer?

„Hier in Europa wel. In de VS zijn tieners clueless. De studenten aan de University of Southern California, waar ik doceerde, willen maar één ding en dat is bij Facebook, Amazon of Google werken, want nergens anders vind je drie miljard mensen die dagelijks hun gegevens inleveren waarmee je dan aan de slag kunt.”

Zullen de Europese sancties gewicht in de schaal leggen?

„Absoluut. De AVG (algemene verordening gegevensbescherming) die vanaf 25 mei moet worden nageleefd, dwingt die bedrijven wereldwijd te veranderen. Eurocommissaris voor Mededingging Margrethe Vestager is koelbloedig, ze is een held. Europa loopt voorop. Bij ons in de VS nemen politici geen standpunt in omdat ze niet begrijpen wat er gebeurt. Ze denken ‘ach, een beetje ondernemersgeest’. Op onze overheid hoeven we sowieso niet te rekenen de komende drie jaar.”

Hoe ziet u de toekomst van de muziekindustrie voor zich?

„Overal zie je initiatieven die tegenwicht proberen te bieden aan grote platforms en een eerlijke verdeling voorstaan. In Kopenhagen sprak ik met mensen die een digitale muziekcoöperatie hebben opgericht. Alle belangrijke lokale singer-songwriters hebben zich erbij aangesloten. Die kleine initiatieven zijn een begin, maar uiteindelijk moeten overheden grip zien te krijgen op deze techreuzen.”