Lokale keffertjes gingen besturen

Gemeenteraadsverkiezingen

Vier jaar geleden behaalden lokale partijen bijna 28 procent van alle stemmen. Het sufferdje van de politiek zijn ze al lang niet meer.

Een verkiezingsbord in Heusden. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Wat het geheim van het succes is? Wim van Hunnik, fractievoorzitter van Gemeentebelangen Opmeer, moet er aan de telefoon even over nadenken. Hij komt met: „Wortels in de samenleving.” En even later: „Grote ego’s hebben we niet. Dat is weleens anders, zie ik om me heen.”

Een blauwdruk voor hoe je een succesvolle lokale partij wordt, heeft Gemeentebelangen Opmeer niet. En succesvol is de partij. Niet omdat ze de grootste is in de gemeenteraad – dat geldt voor meer lokale partijen. Noch omdat Gemeentebelangen een wethouder levert. Ook dat doen meer lokalen: bijna eenderde van de wethouders is van een lokale partij.

Wel omdat Gemeentebelangen al in 1913 werd opgericht, als kieskring Hoogwoud, en sindsdien altijd in Opmeer en diens voorlopers in de gemeenteraad heeft gezeten. Daarmee is de partij ouder dan de in 1918 opgerichte SGP, die als oudste landelijke partij van Nederland geldt.

De oprichters waren een boer, een fietsenmaker en een kleine tuinder. „Vanaf het eerste uur was Gemeentebelangen de partij voor de gewone mens, opgericht om een weerwoord te bieden aan de machtige boeren en notabelen in de omgeving”, staat in het verkiezingsprogramma voor 21 maart. Van Hunnik zegt: „We zijn no-nonsense, herkenbaar en aanwezig.”

Vaak wordt gedacht dat lokale partijen pas eind vorige eeuw opkwamen. Met Leefbaar Hilversum (1993) en Leefbaar Utrecht (1997). En ja, in 2002 wonnen de Leefbaren in 44 gemeenten zetels, in twaalf daarvan werden ze in één klap de grootste partij. Het werd gezien als het antwoord op de onvrede van de kiezer met landelijke politieke partijen en als een protest tegen een gesloten bestuurscultuur.

Maar Nederland heeft altijd lokale partijen gekend: in het zuiden doorbraken ze de heerschappij van de Katholieke Volkspartij, elders deden landelijke partijen in kleine gemeenten vaak niet mee aan de gemeenteraadsverkiezingen. Inmiddels zijn 3.177 van de 8.918 raadsleden namens een lokale partij gekozen. Lokale partijen kregen in 2014, bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen, bijna 28 procent van de stemmen. De grootste landelijke partij, het CDA: ruim 14 procent. En aan de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart zullen opnieuw zo’n duizend lokale partijen meedoen.

Bestuursverantwoordelijkheid

Wie lokale partijen nog vereenzelvigt met lokale sufferdjes, vergist zich, zegt Marcel Boogers, hoogleraar regionaal bestuur aan de Universiteit Twente. „De aanhang blijft groeien en ze nemen overal bestuursverantwoordelijkheid.”

Lokale partijen zijn niet over één kam te scheren, maar hebben volgens hem de afgelopen decennia de gemeentepolitiek verlevendigd. „Naast de oude links-rechtstegenstelling zijn er extra scheidslijnen gekomen die lokaal meer tot de verbeelding spreken. Hoe men bijvoorbeeld tegenover de nieuwe ringweg staat, of over een nieuw theater denkt. Dat is niet typisch PvdA of CDA.” Alleen, zegt Boogers, gaan de gemeenteraadsverkiezingen daar nauwelijks over. „De komende weken zullen we weer zien dat ze een populariteitspoll voor de landelijke partijen worden.”

Ten onrechte bestaat het idee dat lokale partijen populistisch zijn. Of dat ze instabiliteit met zich meebrengen. Dat imago dateert uit de Leefbaren-tijd, toen die partij in sommige gemeenten rollebollend ten onder ging. „Lokale afdelingen van landelijke partijen hebben er alles aan gedaan om dat beeld te bevestigen”, zegt Boogers. „In werkelijkheid zijn ze maar nét iets meer geneigd tot ruzie.”

Dat komt door de minder hechte partijstructuur en doordat populaire kandidaten die veel voorkeurstemmen krijgen, zich minder gebonden voelen aan partijdiscipline. Dat laatste geldt overigens ook bij lokale afdelingen van landelijke partijen. „Je hebt een heleboel heel brave lokale bestuurderspartijen”, zegt Boogers.

Frisheid

De hoogleraar ziet wel een trend: „Die heel venijnige anti-establishmenthouding is ervan af.” Dat heeft twee redenen: de landelijke partijen zijn minder almachtig en dus is „er minder om tegen aan te schoppen”. Ten tweede: sommige lokale partijen zitten al een tijd in het college. „Niet voor niets is Leefbaar Rotterdam na drie collegeperiodes een alliantie aangegaan om frisheid te houden.” De partij werkt samen met – landelijke partij – Forum voor Democratie.

Gemeentebelangen Opmeer moet niet veel hebben van ‘geschop’ tegen het establishment. „Je wordt veel gelukkiger als je kijkt naar wat je verbindt dan dat je de verschillen gaat benadrukken”, zegt fractievoorzitter Wim van Hunnik. „Na afloop van de vergadering drinken we altijd samen een biertje, zodat je lelijke gedachten niet vasthoudt.”

    • Titia Ketelaar