‘Jihadisten uit Syrië en Irak kunnen spil van nieuwe netwerken worden’

Onderzoek ‘Terugkeerders’ blijven voor gevaar zorgen, zeggen wetenschappers. Maar de aard van het gevaar verandert.

Kapotgeschoten straat in Mosul, Irak. Foto Felipe Dana/AP

Extremistische jihadisten die meevochten in Syrië en Irak blijven onverminderd gevaarlijk. Maar de aard van het gevaar verandert. De kans is reëel dat ze, na terugkeer in Nederland en een eventuele gevangenschap, gaan functioneren als spil van nieuwe terreurnetwerken.

Dat schrijft een internationale groep van zeven deskundigen uit Duitsland, België, en Nederland, in een rapport over ‘terugkeerders’ dat deze dinsdag in de drie betrokken landen verschijnt. De rapporteurs voorzien dat teruggekeerde jihadisten inspelen op het gepolariseerde politieke en maatschappelijke klimaat in Nederland en onder vrienden en volgelingen een radicaal gedachtengoed verspreiden.

Het Egmont Instituut, een denktank voor internationale betrekkingen in Brussel, nam het initiatief voor het rapport. Deelnemers aan Nederlandse zijde waren Bibi van Ginkel van Instituut Clingendael en Simon Minks, advocaat-generaal bij het ressortsparket in Den Haag. Hij is betrokken bij de vervolging van mensen die worden verdacht van terroristische misdrijven.

Lees over het rapport ook: De jihadist wordt per tweet gedagvaard

Veteranen

„De dreiging wordt niet minder, maar anders”, vat Bibi van Ginkel het rapport samen in een gesprek met NRC. Zij en haar collega’s stellen in het rapport: „Studies van eerdere golven jihadi laten zien dat veteranen een cruciale rol spelen in de bestendiging van jihadistische bewegingen van de ene naar de andere generatie. Dat begint vaak vanuit de gevangeniscel waar veel terugkeerders uit Syrië en Irak nu al verblijven.”

Van Ginkel en haar collega’s waarschuwen tegen „terreurbestrijdingsvermoeidheid”, nu de golf aanslagen die rond 2014 begon met de aanslag op het Joods Museum in Brussel lijkt te luwen.

In de vergelijkende studie worden het gevaar, de aanpak en de achtergronden van terugkeerders naar Nederland, Duitsland en België onderzocht. Voor Nederland gaat het om zo’n vijftig mensen die zijn teruggekeerd (van wie een derde vrouw), en 185 mensen die volgens inlichtingendienst AIVD ergens op een slagveld zwerven in Syrië, Irak of Libië, en mogelijk terugkomen.

Van de mensen die al naar Nederland terugkeerden is een kleine groep zeer gevaarlijk, stelde de AIVD eerder. Een woordvoerder van de dienst wil niet zeggen wie van hen gevangen zit en wie vrij rondloopt. Over deze groep schreef de AIVD „dat zij in potentie over kunnen gaan tot het beramen of plegen van aanslagen, al dan niet geïnspireerd door, of in opdracht van, een jihadistische groepering in het strijdgebied.” Met zo’n 290 mensen die (sinds 2013) naar Syrië en Irak vertrokken, staat Nederland overigens relatief hoog op de internationale ranglijst van uitreizigers.

Honderd kinderen

De wetenschappers constateren opmerkelijke verschillen tussen Duitsland, België en Nederland in de aanpak van uitreizigers en terugkeerders. Nederland onderscheidt zich in ten minste drie opzichten. Anders dan in België en Duitsland doet het voor zover bekend geen enkele poging om de ongeveer honderd kinderen van uitreizigers te repatriëren. Verder kent Nederland een veel centralistischer aanpak van terreurbestrijding, waarbij inlichtingendiensten, Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, politie en Openbaar Ministerie samenwerken. Ook werken allerlei instanties in Nederland samen in de begeleiding van terugkeerders. Daarbij gaat het om gemeenten, reclassering, politie en inlichtingendiensten. De wetenschappers zijn positief over deze aanpak.