Houten graafstokken en hefbomen van Neanderthalers teruggevonden

Archeologie Uit de verre prehistorie zijn heel weinig houten voorwerpen teruggevonden en dan alleen nog speren. Maar nu zijn in Italië graafstokken van Neanderthalers teruggevonden. Of waren het hefbomen?

De opgraving in het oude warmwatermeertje in Pogetti Vecchi. Foto PNAS

In Toscane zijn 39 bewerkte stukken hout gevonden van ongeveer 170.000 jaar oud. Waarschijnlijk waren het graafstokken van Neanderthalers. De meeste stokken waren gebroken en in slechte staat, maar de vaardige houtbewerkingen door Neanderthalers, met vuur en scherpe messen, zijn nog steeds duidelijk te zien. Het is een bijzondere vondst omdat er uit de prehistorie zeer weinig houten werktuigen worden teruggevonden. En deze stokken uit Poggetti Vecchi (nabij Grosseto, 150 km ten noorden van Rome) zijn zelfs de eerste die met vuur bewerkt zijn, schrijven de Italiaanse onderzoekers maandag in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS. Ze zijn bewaard gebleven op de bodem van een vulkanisch warmwatermeer. De oudste sporen van vuurgebruik door Neanderthalers en andere mensachtigen zijn veel ouder, minstens 400.000 jaar.

Foto’s en tekeningen van een aantal houten werktuigen uit Poggetti Vecchi. Verkoolde stukjes zijn aangegeven in rood. Blauwe rondjes geven meetpunten aan. A, B, C en D hebben duidelijke handvatten. Illustratie PNAS

De langste stokken zijn 106 en 114 centimeter lang en waarschijnlijk hadden alle stokken oorspronkelijk die lengte, met een stompe kant als een soort handvat, en een meestal niet verder aangescherpte punt aan de andere. De doorsnee varieert van 2,5 tot 4 centimeter.

De stokken zijn waarschijnlijk geen speren. Op grond van de stompe handvatten (waarvan er zes zijn teruggevonden) en de niet aangescherpte punt worden ze getypeerd als ‘graafstokken’, een bekend algemeen werktuig van jagers-verzamelaars. Zo’n graafstok is handig om wortels mee op te graven of (met de stompe kant) als stampers om voedsel te bewerken. Jagers-verzamelaars gebruiken ze ook om kleine dieren ut hun holen te krijgen. Australische Aboriginals gebruikten een vergelijkbaar werktuig (de ‘waddy’) zelfs als knuppel. Misschien werden sommige Poggetti-stokken ook gebruikt als ‘jaagstokken’, om bijvoorbeeld in een dichte zwerm vogels te werpen.

Een van de stokken, met handvat en verkoolde stukken, op de opgraving. Deze stok is ook afgebeeld in tekening A. Foto PNAS

De Britse archeoloog en paleolithische-sperenkenner Annemieke Milks (University College London) prijst het ‘overtuigende’ onderzoek van deze zeldzame vondst. „Dit bewijst maar weer eens hoeveel materiaalkennis de Neanderthalers bezaten, ook van hout.” Maar ze is niet zo zeker van de veronderstelde functie, zo laat ze per mail weten. „Misschien gebruikten ze deze robuuste stokken ook als hefbomen. Het is pure speculatie, maar als je ziet hoeveel grote zoogdieren die Neanderthalers slachtten, misschien ook op deze plek, dan kan het best handig zijn geweest om zo’n karkas op te lichten als je aan het snijden bent. We weten nog zo weinig van het prehistorische gebruik van hout!”

Instrument voor vrouwen

Bij recente jagers-verzamelaars is de graafstok vooral een instrument voor vrouwen, zoals de speer juist bij mannen hoort. Als dat bij Neanderthalers ook zo was, is het oude meertje een plek waar zowel mannen als vrouwen bijeenkwamen, zo schrijven de Italiaanse archeologen. Want er zijn bij de stokken behalve stenen werktuigen ook veel botten van bejaagde dieren gevonden, vooral van Palaeoloxodon antiquus (de ‘pleistocene bosolifant’), een klein aantal ook met snijsporen.

De stokken uit Poggetti Vecchi zijn bewerkte rechte takken van buxushout, het hardste hout dat in Europa te vinden is. Van de takken zijn de zijtakken afgesneden en de schors verwijderd, de dikke kant is bewerkt en gladgemaakt tot een soort handvat ontstond, handig om kracht mee te zetten. Twee stokken hebben wel een enigszins aangescherpte punt maar die zijn waarschijnlijk ontstaan omdat bij het gebruik de stompe punt beschadigd raakte en een van de Neanderthalers er een grote splinter uit losgetrokken heeft. Twaalf stokken zijn geblakerd: waarschijnlijk zijn die in het vuur gehouden om daarna gemakkelijker de schors te verwijderen.

Lees ook Neanderthalers konden echt wel wat

Al deze bewerkingen passen in het moderne beeld van de Neanderthalers als slimme jagers en handige werktuigmakers. Neanderthalers waren stevig gebouwde mensen met een gemiddeld grotere hersenomvang dan de moderne mensen (Homo sapiens), die leefden in West-Azië en Europa tussen 250.000 en 40.000 jaar geleden. De huidige mensen buiten Afrika hebben 2 tot 4 procent Neanderthal-DNA in hun genoom, maar ondanks die vermenging geldt de Neanderthaler als een buiten Afrika ontstane zijlijn van de sapiens-mensentak.

Beroemde speren

Houtbewerking is minstens twee keer zo oud als de huidige vondst in Italië, al zijn de vondsten uiterst zeldzaam. In het Engelse Clacton-on-Sea is een afgebroken scherpe speerpunt van ruim 400.000 jaar gevonden. In het Duitse Schöningen is in de jaren negentig in een bruinkoolmijn een ongelooflijke vondst van 12 goed geconserveerde speren gedaan, sommige ruim 2 meter lang, allen 300.000 jaar oud. Ook in Duitsland, in Cannstatt, is een bewerkte stok van twee meter teruggevonden, waarschijnlijk ook een speer, 243.000 jaar oud. In het Duitse Lehringen is een vergelijkbare speer gevonden, 120.000 jaar. Alle zijn het werk van Neanderthalers of hun directe voorouders. De oudste teruggevonden houten werktuigen van Homo sapiens zijn 40.000 jaar oude graafstokken uit de Border Cave in Zuid-Afrika.

    • Hendrik Spiering