Elektrische auto's

Nissan steekt miljarden extra in Chinese tak

Nissan schroeft de investeringen in zijn Chinese tak op met 60 miljard yuan – omgerekend 7,7 miljard euro. Dat maakte de Japanse autofabrikant maandag bekend op een presentatie in Bejing.

Het grootste deel van dat geld gaat naar de ontwikkeling van elektrische auto’s, waarvan Nissan er in 2022 700.000 hoopt te verkopen; ongeveer een derde van alle auto’s die Nissan in China denkt te leveren. Nissan maakt nu al de elektrische Leaf en bouwt ook (gedeeltelijk) elektrische bedrijfsauto’s.

De opkomst van de elektrische auto – nu nog een klein deel van het wagenpark – kan versneld worden als de Chinese regering elektrisch rijden verplicht stelt in vervuilde steden. Daarnaast dwingt de Chinese overheid autofabrikanten om de gemiddelde uitstoot van hun wagenpark naar beneden te schroeven. Om die reden investeert onder meer VW 10 miljard euro in de Chinese markt en ook Ford schroeft zijn investeringen in China op.

De opkomende middenklasse in China is de doelgroep waarop autofabrikanten hun groeiverwachtingen voor de komende jaren stoelen. General Motors en Volkswagen Group zijn de grootste buitenlandse merken in China met een verkoop van elk zo’n 4 miljoen voertuigen per jaar. Nissan, Toyota, Ford en Honda verkopen er 1 à 1,5 miljoen per jaar.

Nissan verkoopt in China auto’s via een joint venture met Dong Feng. Met de extra investering hoopt Nissan aansluiting te vinden bij de twee marktleiders. Nissan verwacht de afzet te vergroten naar 2,5 miljoen auto’s in 2022, door een toename van elektrische voertuigen, maar ook door extra vraag naar het goedkope dochtermerk Venucia en luxe merk Infinity. China zou dan Nissans belangrijkste markt zijn – nu is dat nog de VS.