Een stuk stabieler dan voor de crisis

Spanje De kredietstatus van Spanje is verhoogd, de economie klimt uit het dal. Spanjaarden hebben weer vertrouwen in de toekomst.

Hoogleraar Javier Díaz Giménez is niet bang voor een nieuwe bubbel. „Er komen meer toeristen dan ooit, er zijn honderdduizenden banen gecreëerd. Er wordt weer gebouwd. Mensen geven weer geld uit.” Foto Angel Garcia/Bloomberg

Het optimisme is terug. De Spaanse economie groeit gestaag. Huizenprijzen stijgen en zelfs de hijskranen zijn terug in het straatbeeld. Meer dan 82 miljoen toeristen bezochten in 2017 het Zuid-Europese land waar volgens de experts „de muziek weer speelt en de mensen weer dansen”. Kredietbeoordelaar Fitch gaf Spanje onlangs de zogenoemde A-status terug. Die was het land gedurende een diepe crisis in 2012 kwijtgeraakt.

Het Spaanse economische wonder was aan het begin van deze eeuw niet meer dan een luchtkasteel gebleken. „Zes, zeven jaar geleden liep alles heel hard terug. Het was overleven”, zegt de Mexicaanse immigrant Hugo Fernández, die als muzikant en muziekleraar in Madrid zijn geld verdient. „De grote angst om werkloos te worden is nu verdwenen.”

Zo werkt het herstel op macroniveau met een dalende werkloosheid – van ruim 26 procent in 2013 naar ruim 16 procent nu – door op microniveau. Al is het verschil tussen arm en rijk bijna nergens zo groot in Europa als in Spanje. Iets minder dan de helft van de beroepsbevolking verdient netto 1.000 euro per maand of minder. Het is met name de bovenste laag van de bevolking die het meest profiteert van het herstel.

Het ligt in de verwachting dat andere kredietbeoordelaars als Moody’s en Standard & Poor’s de status van Spanje binnenkort ook zullen opwaarderen. „Het is belangrijk dat Spanje de A-status terugkrijgt”, stelt Marco Hulsewé, een Nederlandse zakenman die zich in Barcelona bezighoudt met bedrijfsfinanciering. „Het gaat met name om de trend. Die geeft aan dat het vertrouwen weer terug is.”

Catalaanse onrust voorbij

Vertrouwen is het sleutelwoord. Dankzij de hogere kredietstatus mag Spanje zichzelf weer een betrouwbare debiteur noemen. Pensioenfondsen en grote beleggers zullen makkelijker in Spaanse staatsobligaties stappen. Hulsewé: „Veel grote fondsen kijken naar de ratings voor investeringsrisico’s.”

Als het om economische groei gaat, behoort Spanje tot de koplopers van Europa. In 2017 nam het bruto binnenlands product met 3,1 procent toe. Toch bleven de verschillende kredietbeoordelaars vorig jaar voorzichtig, mede ingegeven door de onzekere politieke situatie van het land. Fitch handhaafde in juli 2017 nog de zogenoemde ‘BBB+’-status, die Spanje sinds 2014 had. Dat was nog voor de crisis in Catalonië echt wereldnieuws werd. De autonome regio is goed voor 20 procent van het bruto binnenlands product.

Met name in Catalonië zelf sloeg de onzekerheid over de toekomst toe toen de separatisten in oktober 2017 afscheiding van Spanje probeerden te forceren. Het vertrouwen in de Catalaanse economie bleek zo broos dat meer dan drieduizend bedrijven ‘op papier’ vertrokken. De centrale Spaanse regering verlaagde de groeiverwachting. De Catalaanse hoogleraar Gonzalo Bernardos Domínguez vreesde in oktober vorig jaar zelfs nog voor een recessie in Catalonië.

Maar mede door ingrijpen van de regering in Madrid, die Catalonië onder curatele plaatste, keerde de rust enigszins terug. Hoewel er nog altijd geen zicht is op een stabiele regioregering, is het vertrouwen in de economie weer dusdanig terug dat Fitch de risico’s inmiddels beperkt acht.

Flinke groei

„Hoe groot de invloed van de Catalaanse crisis is zullen we nooit precies weten”, zegt hoogleraar Javier Díaz Giménez van IESE Business School. „Je kunt wel stellen dat de Spaanse economie óndanks Catalonië weer flink groeit. Spanje doet het bijvoorbeeld in vrijwel alles beter dan Italië. Dat is een belangrijke graadmeter voor ons. Je kunt nu al voorzien dat het jaar 2018 in vele opzichten positief zal zijn.”

Toch gelooft niet iedereen dat de Catalaanse crisis slechts voor een rimpeling zorgde. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) houdt een slag om de arm. In de laatste World Economic Outlook wordt nog altijd argwanend gekeken naar Spanje. „Hoewel de groei in Spanje boven verwachting is geweest, zal die in 2018 door de politieke onzekerheid weer teruglopen naar 2,4 procent”, voorspelt het IMF.

Econoom Bernardos Domínguez is optimistisch. Met name de Spaanse huizenmarkt gaat volgens hem „een magnifiek jaar” tegemoet. Het was vooral die markt die tien jaar geleden volledig in elkaar zakte en Spanje in een diepe crisis stortte. De talloze spookdorpen vol met onverkochte woningen maken de erfenis zichtbaar. De puinhopen van het verleden worden niet opgeruimd.

Lees ook: Spanje straalt weer, mede dankzij toerisme

Volgens Domínguez zal een nieuwe generatie echtparen, die doorgaans zo’n 2.000 euro netto in de maand te besteden hebben, zich nu wederom richten op de koopwoningmarkt. „Het zal weer makkelijker worden om hypotheken af te sluiten voor 100 procent van de waarde van het huis of zelfs meer”, voorspelt hij in een opiniestuk in El Español. „Door de verhoogde vraag en een minder groot aanbod zouden prijzen tot wel 11 procent kunnen stijgen.”

De Mexicaanse muzikant Fernández volgt de positieve berichten over de Spaanse economie met enige reserve. „Ik ben twaalf jaar geleden naar Spanje gekomen. In het begin ging alles vrij snel goed. Ik trad veel op en daarnaast gaf ik gitaarles. Met de teruggang van de economie was ik niet bezig. Totdat de muziekschool er opeens mee ophield. Failliet. Mensen bezuinigden op privélessen. Ik heb de crisis wel gevoeld. Dat is nu voorbij, al heb ik nu niet meer geld dan voorheen. Als ik de huizenprijzen nu zo snel weer zie stijgen, ben ik bang dat er weer een zeepbel wordt opgeblazen. Want wie kunnen die prijzen betalen?”

Díaz Giménez, een van de economische experts van IESE Business School, is niet bevreesd voor een nieuwe bubbel. „Op dit moment zitten we in een stijgende lijn en daar komt ooit weer een einde aan. Maar de muziek zal niet zo abrupt stoppen als tien jaar geleden. Het is leuk om te constateren dat Spanje de A-status terug heeft. Maar het gaat er vooral om waaróm dat zo is. Er komen meer toeristen dan ooit, er zijn honderdduizenden banen gecreëerd. Er wordt weer gebouwd. Mensen geven weer geld uit. Natuurlijk kan en móét het op tal van punten nog beter. Een lagere staatsschuld, hogere lonen. Maar ik denk dat de economie van Spanje nu veel stabieler is dan voor de crisis.”

    • Koen Greven