Column

De zinderende glamourloosheid van het veldrijden

Zap

Bij Vlaamse omroep VRT komt het veldrijden extra tot zijn recht. De Vlamingen herkennen een kruisgang wanneer ze er een zien.

Na de mislukking van Mathieu van der Poel zit u vast niet te wachten op een liefdesverklaring aan het veldrijden, de sport die even tijdloos is als het slijk waar de renners doorheen sleuren. Ik bekeek het wereldkampioenschap zondag op VRT-zender Sporza.

Daarbij speelde – ik ben hier niet trots op – verlangen naar leedvermaak een rol. Ik wilde wel horen hoe de Vlaamse commentatoren de nederlaag van het Belgische veldrijden tegen de ogenschijnlijk onverslaanbare Nederlander zouden verwerken. Wellicht heb ik zo de toorn der goden over Van der Poel afgeroepen en zijn lot bezegeld - er zijn nu eenmaal mysterieuze krachten in de sport.

Het was niet de enige reden. De zinderende glamourloosheid van het veldrijden komt extra tot uiting in de kalme deskundigheid van de Vlaamse commentatoren, die zich bij voorbaat al indekken tegen een nederlaag. De middag begon met een geweldige reportage bij de camper van de Nederlanders. Mathieu van der Poel zat met een veel te grote koptelefoon op een hometrainer, glad en ongenaakbaar als een tanig broertje van Sven Kramer. („Hij blinkt in zijn vel”, hoorde ik een commentator later zeggen.)

Achter hem stond vader Adrie van der Poel, zelf oud-wereldkampioen en meervoudig tweede. Nee, hij had geen idee wat zijn zoon op zijn koptelefoon beluisterde. Het gesprekje kabbelde voort over regen, modder en zenuwen. Toen zei de verslaggever dat de Nederlanders al vooruit leken te lopen op een overwinning. De camera zoomde intussen in op een houten champagnekist in een hoekje naast de deur van de camper. Van der Poel lachte. „Wil je echt weten wat daar in zit? Dat is de afvoer van de wc.” Een champagnekist vol uitwerpselen, hoe overduidelijk kan een voorteken zijn.

De race was, u weet het, vlot beslist. Al in de tweede ronde moest Van der Poel zijn rivaal Wout van Aert laten gaan. De schok was de favoriet van het gezicht te lezen. „Het lipje hangt wat te diep”, vonniste de commentator. We zagen Van der Poel met trillende benen door de modder glibberen, als een Spaanse ooievaar op een bevroren Tjeukemeer.

Lees ook: „Ik heb er geen verklaring voor. Vandaag was er iemand beter. Veel beter.”

Toen Van der Poel bijna onderuit ging zei commentator Michel Wuyts: „Hij moet zich vastgrijpen aan moeder aarde.” De Vlamingen herkennen een kruisgang wanneer ze er een zien. Arme jongen.

De VRT liet in een hoekje van het scherm talloze analytici aanrukken. Kun je je op dit parcours herpakken, luidde de vraag. „Jamais!” was het antwoord. Er werd gemeld dat Adrie van der Poel bij de NOS al „koers voorbij” had gezegd. We waren amper twintig minuten bezig. Winnaar Van Aert werd gedoopt tot „de Clark Gable van de cross.” Zó mooi is veldrijden bij de VRT: zelfs de complimenten zijn een halve eeuw oud.

Bij de meeste sporten gaat de regie bij teruglopende spanning over op fraaie beelden: shots van het publiek, originele camerastandpunten, een ketting aan close-ups en slowmotion. Maar niet bij veldrijden. Precies één keer was er een shot te zien waar je alleen de benen van Van Aert door de opspattende plassen zag gaan. Verder was er alleen noest gefilmde aandacht voor de renners en hun positie. Modder behoeft geen mooifilmerij.

Nadat de Vlamingen hun zege uit duizend standpunten hadden nabeschouwd, besloot de VRT-uitzending met een korte reclamespot van de sponsor van de verslagen Nederlandse favoriet, een gokbedrijf. „Circus en Mathieu van der Poel houden van weddenschappen”, klonk het. Waarschijnlijk was dat minder wreed bedoeld dan het klonk.