Iraaks meisje bij een verwoest huis in de buurt van Mosul.

Foto Ahmad al-Rubaye/AFP

De jihadist wordt per tweet gedagvaard

Contraterreur Europa raakte in de greep van een nieuw soort veiligheidsdenken. Een weg terug is er waarschijnlijk niet, stelt een denktank.

Nederland kende de afgelopen jaren geen noodtoestand, maar belandde sinds de laatste golf aanslagen in Europa wel in totaal nieuw vaarwater, zegt Bibi van Ginkel. De terreurexpert van het Haagse Instituut Clingendael doelt op een „heel nieuw veiligheidsdenken” dat Nederland en buurlanden als België en Duitsland overspoelde. „Daardoor zijn bevoegdheden van opsporingsdiensten vergroot, strafmaatregelen opgerekt”, stelt ze vast. In de vervolgingspraktijk zijn verdenkingen vager geworden, misdrijven nog niet uitgevoerd, zijn mogelijke daders absent en worden ze gedagvaard via sociale media.

Van Ginkel: „Bij dit alles zijn we behoorlijk opgeschoven. De vraag is of we ooit nog terugschuiven. Dit lijkt het nieuwe normaal.”

Nu de golf aanslagen over zijn bloedige hoogtepunt heen lijkt, hebben Van Ginkel en buitenlandse collega-wetenschappers een inventarisatie gemaakt van de juridische en bestuurlijke aanpak van Duitse, Belgische en Nederlandse terugkeerders. Dat gebeurde onder leiding van het Egmont Instituut, een denktank in Brussel.

Juist terugkeerders waren vaak betrokken bij aanslagen, zoals op popzaal Bataclan in Parijs (november 2015). Voor Nederland deed ook Simon Minks aan het onderzoek mee, als advocaat-generaal bij het Haags gerechtshof betrokken bij de vervolging van tal van terreurverdachten.

Het rapport van het Egmont Instituut verschijnt deze dinsdag. Het werpt licht op de grote veranderingen die landen als Duitsland, België en Nederland in strafrechtelijke en bestuursrechtelijke zin ondergingen.

Bij de vervolging van terreurverdachten ontwikkelde zich een praktijk waarin niet langer concrete strafbare feiten of daden centraal staan, zoals de mogelijke betrokkenheid bij een aanslag. Van Ginkel: „Verblijf in een gebied, of lidmaatschap van een organisatie zijn al voldoende voor vervolging.” Deze vervolging is dan ook nog eens gebaseerd op vagere zaken als ‘voorbereiding’ van terroristische misdrijven of de ‘intentie’ ertoe.

Paspoorten innemen, een gebiedsverbod – daar kwam geen rechter aan te pas

Bibi van Ginkel, terreurexpert

Paspoort ontnomen

Bestuursrechtelijk zijn met name in Nederland uitzonderlijke stappen gezet, vindt Van Ginkel. Zo werd een radicale Haagse imam een gebiedsverbod opgelegd, en is uitreizigers het paspoort ontnomen. Van Ginkel: „Daar kwam geen rechter aan te pas, hooguit achteraf om zo’n besluit te toetsen als het werd aangevochten.”

Het Openbaar Ministerie opende bij verstek meerdere zaken tegen jihadisten van wie werd aangenomen dat ze nog in het kalifaat strijd voerden. Wat het aantal verdachten betreft, was dit een unicum, ook in vergelijking met het buitenland. En er kwamen netelige juridische vragen uit voort. Of het wel in de haak was, bijvoorbeeld, dat het Openbaar Ministerie een dagvaarding via Twitter ‘overhandigde’. Zo’n tweet moet de betrokkene op het slagveld in Syrië dan maar net zien.

De buurlanden volgden deze juridische vondst niet. Voor terreurbestrijding diende Nederland daarentegen wel als lichtend voorbeeld. Voor contraterreur gingen inlichtingendiensten AIVD en MIVD, terreurbestrijder NCTV, Openbaar Ministerie, politie en gemeenten nauwe samenwerking aan. Uit reconstructies van aanslagen in Brussel (maart 2016) en Berlijn (december 2016) bleken lokale, regionale en landelijke overheden en de diverse diensten volstrekt langs elkaar heen te hebben gewerkt. „Sindsdien zijn België en Duitsland bezig een inhaalslag te maken in de richting die Nederland eerder koos”, zegt Van Ginkel.

Kalifaatkinderen

Een afwijkende aanpak is weer wel zichtbaar bij de omgang met ‘kalifaatkinderen’ – kinderen die het hun ouders meereisden naar het kalifaat van Islamitische Staat in Syrië en Irak of er werden geboren. Nederland haalt geen kinderen terug uit die regio. De AIVD schat dat het om ruwweg honderd minderjarige kinderen gaat met Nederlandse ouders.

Mede om humanitaire redenen proberen Duitsland en, in mindere mate, België juist wel kinderen van eigen uitreizigers terug te halen, desnoods met hun moeder. De vader van de Nederlandse Laura H. profiteerde er twee jaar geleden van. Toen kreeg hij hulp van een Duitse organisatie bij het repatriëren van zijn dochter en haar twee kinderen.

Nederland weigert zulke assistentie voor kinderen en hun moeders. De nog kersverse coalitie van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie kreeg er onlangs zelfs ruzie over. Toen D66 en ChristenUnie opperden ook kalifaatkinderen te repatriëren, wees de VVD dat resoluut af. „Dat gaan we gewoon niet doen”, zei VVD-Kamerlid Arno Rutte. „Als je die kinderen terughaalt, krijg je hun ouders erbij.”

De Raad voor de Kinderbescherming heeft sinds vorig jaar een ‘terugkeerplan’ voor kinderen uit IS-gebied. Lees ook dit achtergrondverhaal over hoe dat plan eruit ziet.

Onthoofde teddybeer

Het lot van de kinderen – maar ook de vraag in hoeverre ze verantwoordelijk zijn voor hun daden ginds – blijft voor elk van de drie onderzochte landen een dilemma, zegt Bibi van Ginkel. „Want wat doe je met kinderen van negen jaar oud die in trainingskampen hebben gezeten en instructiefilmpjes hebben gezien waarop een kind een teddybeer onthoofdt? Kinderen die ideologische gehersenspoeld zijn? Zijn het slachtoffers? Worden het daders?”

Het jeugdstrafrecht hanteert een ondergrens van twaalf jaar. De AIVD ziet kinderen van uitreizigers al als een potentieel gevaar vanaf hun negende. De eerste juridische casus, en bijbehorende dilemma’s daarover, moet zich nog aandienen.

    • Kees Versteegh