Wout heerst alleen in de race van het jaar

Mannen

In de strijd om de regenboogtrui verloor Mathieu van der Poel zondag opnieuw van aartsrivaal Wout van Aert, terwijl hij dit jaar dominanter was dan ooit. „Ik heb er geen verklaring voor. Vandaag was er iemand beter. Veel beter.”

Niet Mathieu van der Poel, maar Wout van Aert wint in Valkenburg het WK veldrijden. De Belg won de wereldtitel voor het derde jaar op rij. Foto Marcel van Hoorn/ANP

Een half uur voor de start van het WK veldrijden voor mannen is er aan de torenhoge favoriet voor de titel en zijn entourage niet zo veel bijzonders te zien. Het is een zondag als alle andere in het leven van de familie Van der Poel, met in de hoofdrol natuurlijk Mathieu, de jongste zoon die de overwinningen deze jaargang aan elkaar rijgt alsof concurrentie niet bestaat.

De taferelen rond een moderne camper annex vrachtwagen spelen zich in een rustgevend stramien af: pa Adrie spuit de fietsen schoon, mecaniciens sleutelen aan wielen en pedalen, moeder Corinne vergezelt haar zoons achter gesloten deuren en op den duur komen Mathieu en zijn broer David de trap af, om zich op een rollerbank warm te trappen. Mathieu doet dat met een grote koptelefoon op het hoofd en een zo mogelijk nog grotere zonnebril op de neus, David zonder al die franje. Het is de afspiegeling van hun karakters.

Toch gebeuren er wat eigenaardigheden, zo vlak voor de race die Mathieu geacht wordt te winnen, nadat hij dit seizoen 26 van de 32 races de beste was. Als hij begint met warmdraaien, zet hij het op een vloeken. Waarom hebben ze hem op een rollerbank mét weerstand gezet? Hij fietst altijd zónder rollerbank, godbetert. Adrie lost het vliegensvlug op. „Als hij dat vraagt, dan regelen we dat”, legt vader uit.

Na tien minuten trappen vindt Mathieu het genoeg. Hij heeft nog geen sprint getrokken, waar David zich in het zweet werkt. De meeste veldrijders proberen bij het warmfietsen alle hartslagzones aan te tikken, om het lichaam goed door te spoelen. Dat onderdeel slaat de jongste Van der Poel vandaag over.

In de camper wil hij weten welke kleding zijn broer zal aantrekken tijdens de wedstrijd. David van der Poel vertolkt een rol in de schaduw van zijn broertje, maar nu komt zijn raad goed van pas. Adrie geeft de boodschap door: „David, Matje wil weten welk onderlijfje jij aan doet. Die met die gaatjes? Die met die gaatjes!”

Met modder doordrenkt

Even daarvoor was er bij de Van der Poeltjes wat twijfel ontstaan over de materiaalkeuze voor de met modder doordrenkte veldrit, die fietsen op en rond de Cauberg soms onmogelijk maakte. Er waren loopgraven ontstaan waarin het vederlichte materieel het zwaar te verduren zou krijgen en de herinnering aan het desastreus verlopen WK van vorig jaar in Luxemburg was nog vers. Ook toen was Van der Poel de grote favoriet en bovendien de beste man in koers, maar vier lekke banden deden hem de das om.

Lees ook ‘Dit hele seizoen rijd ik op wraak’, over de voorbereiding van Van der Poel

Dat zou hem dit jaar niet gebeuren, en dus toog zijn entourage met vijf fietsen en een dozijn banden met allerlei soorten profielen naar de pitstraat. Op elke situatie kon worden ingespeeld, mocht het aan het materiaal liggen.

Maar dat deed het niet. Al in ronde één werd duidelijk dat Van der Poel niet de beste versie van zichzelf was. Bij de start kwam hij niet op kop, en dus moest hij in de achtervolging. Een machtige sprint onder het Holland Casino deed hoop leven, maar na een baggerhelling die te voet moest worden bedwongen stond zijn mond wagenwijd open, zijn gezicht liep rood aan. Zeldzame stuurfouten, het lijf hortte en stootte, Van der Poel was de controle over zijn fiets soms kwijt. Het was alsof hij achter zijn eigen schaduw aanfietste, maar dat was zijn aartsrivaal, de regerend wereldkampioen Wout van Aert.

Eventjes, misschien een halve ronde, reden ze zij aan zij zoals het vorige seizoen. Toen vochten de twee elk weekend een prachtvol duel op leven en dood. Zover kwam het nu niet.

Weer die verrekte helling, ronde twee van zeven. Van Aert danste zonder hapering omhoog waar Van der Poel maar geen grip leek te vinden met schoenen die het verschil kunnen maken als ze vastgeklikt zitten aan de pedalen van een fiets. Voor de Belg maakte het niet uit: die kon zondag als de beste fietsen, hollen én klauteren. Hij pakte vijf seconden, tien, dertig. Adrie van der Poel, bedenker van het parcours, had het vanuit de materiaalpost al gezien: dit was een gelopen koers. Waarschijnlijk had hij bij Van Aert de hyperfocus herkend die zijn zoon zo vaak onverslaanbaar maakte. Van Aert keek uit zijn ogen alsof hij geen besef van tijd en ruimte meer had, geen registratie van pijn bovendien. Hij was op deze zondag de vleesgeworden suprematie, alsof hij en Van der Poel van gedaante hadden gewisseld.

De wereld op zijn kop

Bij Van der Poel lukte niets meer. Hij kreeg de rits van zijn wielerpak rondenlang niet open, moest op modderstroken lopen waar zijn concurrenten bleven fietsen. Het was de wereld op z'n kop.

Zilver bleek ook een brug te ver. Terwijl Van Aert zowat een kilometer vooruit reed en superieur naar de wereldtitel snelde, kwam ook de Belg Michael Vanthourenhout nog langszij. Voor Van der Poel was brons het maximaal haalbare. Hij werd op waarde geklopt.

En dus kwam er in tegenstelling tot vorig jaar geen mentaal geknakte jongeman de perszaal binnengestapt. „Er was vandaag iemand beter, veel beter”, sprak Van der Poel met de berusting van een verslagen doch volwassen sportman. „Ik heb er geen andere verklaring voor.”

Hij domineerde niet de wedstrijd van het jaar. Dat deed Wout van Aert juist wel, nu al drie jaar achtereen. Kon Van der Poel mee leven. „Ik heb altijd gezegd dat ik graag zoveel mogelijk wedstrijden wil winnen”, zei hij. „Natuurlijk is het WK een grote wedstrijd, maar voor mij is het een race als alle andere. Over dit seizoen ben ik de beste.” Daar sloot de wereldkampioen zich even later zonder aarzelen bij aan.

Lees ook Wereldkampioen zonder adem te halen, een column van Wilfried de Jong