Marloes Stofferis (28) is molenaar in opleiding. Momenteel is ze werkzaam in Molen de Ster, in de wijk Lombok, Utrecht.

Foto Bram Petraeus

Molenaars werken met de wind van vandaag

Molenaarschap Het beroep molenaar staat sinds kort op de lijst van immaterieel erfgoed. Maar eigenlijk is het vak al uitgestorven, zegt een van de laatste beroepsmolenaars.

Hij wendt zijn hoofd alleen af om sigarenrook uit te blazen. Verder kijkt Johan Slingerland (57) onafgebroken naar het westen. Daar hangen donkere buien met zware windstoten. De januaristorm die de volgende dag het land zal platleggen, dient zich alvast aan met een onrustige kracht 5. Eerder deze ochtend heeft Slingerland al aan de vang (rem) van zijn molen gehangen. Als je te laat bent, slaat -ie op hol. Dan breken zo de wieken, of worden ze een helikopter en rukken ze de kap van de molen. Heb je één miljoen euro schade.

Slingerland is een van de laatste professionele molenaars van Nederland. Met zijn drie collega’s op de molens verderop in het landschap maalt hij het water van de weilanden bij Aarlanderveen in het Groene Hart. Zijn molen, uit 1801, staat op het diepste punt, het waterpeil is 5,4 meter onder NAP. Met een grote spiraal (‘vijzel’) maalt hij het 90 centimeter omhoog op het afwateringskanaaltje aan de andere kant van de molen. In de volgende drie etappes van deze zogenaamde molenviergang wordt het omhoog gemalen naar de Oude Rijn, die een vast peil heeft van 0,6 meter onder NAP. Bij Katwijk gaat het in zee.

Zo wordt Nederland al eeuwen drooggemalen, zij het dat elektrische gemalen de wind en de molenaar overbodig hebben gemaakt.

Het molenaarschap staat sinds december 2017 op de Unesco-lijst voor ‘immaterieel erfgoed van de mensheid’. Het is een symbolische plek op een erelijst, er staat geen geld tegenover, maar het zet de schijnwerper even op de Nederlandse molenaars. Molens zijn archaïsche machines op duurzame energie, de oudste fabrieken in het landschap. Het molenaarschap vereist een leven in dienst van het weer en het water. Dat willen nog maar weinig mensen. Maar voor één dagje in de week op een molen werken zijn wel enthousiastelingen te vinden.

Altijd in de buurt zijn

De nominatie voor Unesco (onderdeel van de Verenigde Naties) ging gepaard met een inventarisatie waaruit blijkt dat van de ongeveer 1.200 molens in Nederland er zo’n zestig een beroepsmolenaar hebben; veelal zijn dat korenmolens (voor meel) en de toeristische productiemolens van de Zaanse Schans. En een enkeling als Johan Slingerland die nog daadwerkelijk in dienst is van het waterschap. Veruit de meeste molens draaien alleen in het weekend, met vrijwillige molenaars; op een speciale opleiding leerden al ruim 2.500 hobbyisten de technische kneepjes van het vak.

Belangrijk en mooi, vindt Slingerland, maar het heeft niets te maken met het molenaarschap dat op die lijst staat. Op de vraag wat dat dan anno 2018 betekent, antwoordt hij dat het beroep feitelijk al is uitgestorven. Daar helpt geen Unesco aan.

„Het peil bepaalt of je moet malen, de wind bepaalt of je kan malen. Vaak weet je dat pas om half zeven ’s ochtends. Daar moet je mee kunnen leven.” Hij krijgt voor het molenaarschap een half jaarsalaris, hij bepaalt zelf wanneer hij werkt maar molenaar is hij „365 dagen per jaar”. Jaarlijks draait hij 1000 uur voor het waterschap, ook al is er ook een gemaal. De molen moet draaien om hem te behouden, het is immers een monument.

Foto Bram Petraeus

Slingerland heeft zijn klompen en blauwe overall uitgedaan en heeft de warmte van zijn achtkantige huis opgezocht. Centraal in het vertrek staat iets wat een schouw met een venster lijkt, maar als hij het licht aanknipt blijkt het zicht te geven op de vijzel die het water omhoog pompt, dwars door het huis.

Rondom de woonkamer zijn ramen. Slingerland is aan tafel gaan zitten met zijn blik naar het westen. De donkere wolken lijken wat af te vlakken. Over zijn gezicht valt om de seconde de schaduw van één van de wieken die buiten op hoge snelheid de lucht doorklieven; aan het geluid is hij gewend. De molenaarswoning trilt er een beetje van. „Kijk, het weerbericht en Buienradar zijn fijne hulpmiddelen, maar met dit weer moet je constant opletten. Dit doen we puur op zicht. Ook bij kalme wind moet een molenaar altijd in de buurt van de draaiende molen zijn.”

Dertig jaar geleden nam hij de molen van zijn vader over, inclusief het bijbehorende veebedrijf. Dat is makkelijk combineren, kan hij de koeien doen terwijl hij de lucht en de molen in de gaten houdt. „Ook mijn drie collega’s hier in de polder hebben zulke oplossingen. Twee werken bij de molenmakerij en kunnen ’s ochtends hun baas bellen dat ze niet komen. En de twee dagen daarna ook niet, want er is wind en het heeft geregend. Vind maar eens een andere werkgever die zo flexibel is.”

Meisjesdroom

Marloes Stofferis (28) heeft zo’n combinatie gevonden. Ze is in opleiding als vrijwillige molenaar en ze is cultureel programmeur. In een molen. „Ideaal, ik ben zowel muziek- als molennerd.” In haar rode overall staat ze aan het molenrad, met uitzicht over Utrecht. Ze overlegt met de molenaar of ze krimpend zal kruien, of ruimend. Ofwel: de kap tegen de klok in draaien, of met de klok mee. Het is zaterdag, dus er is bedrijvigheid op zaagmolen De Ster, aan de rand van het hypermoderne stationsgebied van Utrecht, aan het begin van de gemengde wijk Lombok en op steenworp afstand van de nieuwe moskee.

De wind is nauwelijks voelbaar, maar wat er staat komt uit het noorden en moet zich tussen de stadsgebouwen door vechten. Stofferis klimt in de wieken om de zeilen op te spannen. Het mag niet baten, te weinig wind om op te draaien, laat staan om de gigantische zagen beneden in beweging te zetten. De lange stammen van douglassparren die in het water liggen zullen daar nog minstens een week moeten wachten. Stofferis baalt. Ze wil malen en als het even kan ook het koude water in om met de bomen te slepen. Heerlijk werk. Volgende week misschien.

Foto Bram Petraeus
Marloes Stofferis (28) is molenaar in opleiding. Momenteel is ze werkzaam in Molen de Ster, in de wijk Lombok, Utrecht.
Foto Bram Petraeus

Ze werkt als freelancer in de muziekindustrie ,,maar ik ben echt niet gemaakt om elke dag achter de computer te zitten”. Op deze stadsmolen leert ze draaien, zagen, timmeren, smeren, de molen onderhouden. En ze is dus cultureel programmeur. Het podium en de bar staan midden tussen de halfbewerkte planken en indrukwekkende zaagconstructies. „Het ademt historie. We zullen bij concerten ook regelmatig rondleidingen bieden. Ik hoop dat mensen zo meer te weten komen over dit monument.”

In mijn jeugd kwam ik vaak bij mijn opa in het dorp waar een molen was, toen wilde ik daar al werken.

Marloes Stofferis, in opleiding als vrijwillige molenaar.

De molen uit 1739 werd na de industrialisatie grotendeels ontmanteld en is twintig jaar geleden herbouwd. Hij staat op het historisch molenerf van de houtzagerij waarvan de bijgebouwen nu andere functies hebben, zoals kinderboerderij, speelplaats en kinderopvang. Een gitaarbouwer zit er ook. In de molen zelf worden tapas- en broodplankjes van de zagerij verkocht. De plek heeft een belangrijke functie in de wijk en trekt veel toeristen. Dit is de manier waarop veel molens kunnen blijven bestaan. De oorspronkelijke functie is er vooral nog voor de show.

Het was Stofferis’ meisjesdroom om molenaar te worden. „In mijn jeugd kwam ik vaak bij mijn opa in het dorp waar een molen was, toen wilde ik daar al werken. Maar het heeft voor mij een extra lading gekregen omdat ik grotendeels in het buitenland ben opgegroeid. Mijn vader werkte in de olie-industrie en we woonden in het Midden-Oosten, Frankrijk, Engeland, Amerika.”

Foto Bram Petraeus

Ze heeft bijzonder weinig op met nationalisme en geniet juist van haar brede blik op de wereld. Ze studeerde antropologie en werkt in de muziekindustrie veel met niet-westerse bands. „Maar toen ik terugkwam vielen de molens mij weer op als onderdeel van de Nederlandse identiteit. Ik denk dat veel Nederlanders niet meer zien hoe bijzonder ze zijn. Bijna mythisch, het land winnen van de zee.”

Haar opleiding duurt nog ruim een jaar, daarna mag ze zelfstandig malen. Fulltime molenaar worden? Klinkt leuk, „maar het zou niet passen in mijn andere bezigheden, zoals het bezoeken van muziekfestivals in het weekend.” En hoe zou dat moeten als ze, zoals over een paar weken, een maand naar Brazilië gaat?

Molenaarsvirus

Hij doet het niet vaak, maar Johan Slingerland kan best een weekendje weg. „In de nu-maatschappij willen we op vrijdagochtend besluiten om te gaan en ’s middags vertrekken. Ik moet een week van tevoren een vervanger zoeken. Het molenaarschap past eigenlijk niet meer in deze tijd, daar moet je eerlijk over zijn.”

Hij hoeft ook niet per se te draaien als het echt niet kan. Er staan gemalen. Maar ja, dat molenaarsvirus. „Ik maal ook wel eens ’s nachts. En als het goed waait en het is nat geweest, maak ik soms dagen van 14 uur. Dat mag volgens mij niet eens, maar als het kan, wil je de wind benutten.”