Column

Wereldkampioen zonder adem te halen

Adrie van der Poel en Sven Nys zijn twee iconen van het veldrijden. Ze stonden langs de kant van het WK-parcours in Valkenburg en kwamen tijdens de wedstrijd tot secure observaties. De Vlaming Nys zag topfavoriet Mathieu van der Poel ploeteren door de modder. De lichaamstaal en het gezicht spraken boekdelen: „Bij het veldrijden moeten lichaam en geest altijd op één lijn zitten.”

Ik keek nog eens goed. Nys had gelijk; Mathieu van der Poel moest te veel corrigeren, hij gleed een keer in de reclamedoeken en in het door modderspatten gespikkelde gezicht lag geen energie besloten.

Een veldrijder in vorm concentreert zich op de modder, een paar meter voor zijn voorwiel. Hij tuurt naar de wirwar van strepen, voren en gaten en durft in een split second van richting te veranderen.

Focus op een steeds wisselend spoor.

Van der Poel was na een goede start aan het denken geslagen. Hij voelde al snel dat de souplesse en de kracht van de afgelopen weken niet voorhanden waren. Zijn schouders gingen hangen en de heupen schoten te vaak van links naar rechts.

Nys keek dwars door het oranje pak heen: „Mathieu worstelt met zichzelf.”

De vader van de aanstaande verliezer wist na een paar ronden hoe sterk rivaal Wout van Aert reed. Halverwege de wedstrijd beweerde hij al dat zoon Mathieu geen wereldkampioen zou worden. Adrie van der Poel: „De look van Van Aert is goed. Hij ademt niet. Hij rijdt gewoon rond.”

Hij ademt niet.

Een zinnetje om te herkauwen.

Dus Van Aert ademde niet?

Wie goed keek, kon zien wat Adrie van der Poel bedoelde. Natuurlijk ademde Van Aert; hij zoog zijn borstkas vol en blies alle lucht weer snel naar buiten, alleen: het viel nauwelijks op. Hijgen leek Van Aert vreemd op het loodzware modderparcours. Het moeilijke er makkelijk uit laten zien, dat was wat hij deed.

Mathieu van der Poel had afgelopen week verteld dat hij het hele veldseizoen op frustratie reed. De vier lekke banden tijdens het vorige WK hadden hem getergd. Maar het kan niet anders of Van Aert moet ook door frustratie zijn gevoed; steeds maar weer al die wedstrijden kansloos verliezen van zijn Nederlandse rivaal.

In de modder van Limburg vond Van Aert een uitweg. Zijn uitstekende vorm van de dag bevrijdde de Vlaamse coureur – de eeuwige tweede van dit seizoen – en ging ontketend rond. Toen hij over de finish kwam, stak hij drie vingers op: hij was drie keer op rij wereldkampioen.

Op ruim twee minuten werd Van der Poel derde. Net over de streep zuchtte hij één keer heel diep en pufte zo het laatste beetje ellende uit zijn lijf.

En Van Aert? Hij ademde eindelijk weer en zoog zijn longen vol met tintelende, Hollandse lucht.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.