Opinie

    • Jutta Chorus

Waarom staan de werknemers niet op?

In Loppersum ontmoette ik afgelopen week een vrouw die de onzekerheid van haar arbeidscontract erger vindt dan de aardbevingen. Miranda Telkamp (27) verkoopt brood in de supermarkt. Ze heeft een jaarcontract en vertrouwt erop dat het aan het eind van 2018 wordt omgezet in een dienstverband. Maar dan nog. Ze heeft net een kind gekregen. Haar moeder werd pas geleden na jaren trouwe dienst bij PostNL zomaar ontslagen. „Hoeveel ik verdien, vind ik niet eens zo belangrijk. Het is belangrijker dat ik ervan op aankan dat ik elke maand mijn vaste lasten kan betalen en dat ik mijn collega’s houd.”

De Nederlandsche Bank (DNB) onderzocht waarom de klaterende economische groei niet leidt tot loonstijgingen. Als Nederland zo rijk is, waarom profiteert de hardwerkende Nederlander daar dan niet van? Uit het onderzoek blijkt dat de modernisering van de arbeidsmarkt, waarmee vrijwel alle politieke partijen de afgelopen jaren instemden, dit gevolg heeft: de lonen gaan omlaag, de winsten gaan omhoog. Die trend zette vanaf 1995 in, tijdens de vederlichte jaren van Paars, toen de PvdA haar ideologische veren afschudde en met de VVD en D66 ging regeren. Uitzendkracht en freelancer werden vertrouwde figuren op de werkvloer. Bedrijven, zo lees ik in het DNB-onderzoek, zijn in 22 jaar tijd steeds minder gaan uitgeven aan arbeidskosten, terwijl ze ondanks de crises meer verdienden.

‘Het gaat goed met de economische groei, maar niet met mijn portemonnee’

Ik denk aan de marktkoopman in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer, die zei: „Het gaat goed met de economische groei, maar niet met mijn portemonnee.” Ik denk aan de bezorgers van Deliveroo die massaal zijn ontslagen en nu onverzekerd als zzp’er door veertien steden rijden. De omzet van Deliveroo is in 2016 met 600 procent gestegen, maar het idee dat werknemers daarvan meeprofiteren, bestaat kennelijk niet meer. Philip Padberg, directeur van Deliveroo, loog over de arbeidscontracten: „We willen riders meer zekerheid bieden, maar hebben ook flexibiliteit nodig.”

Negentiende-eeuwse toestanden. Lodewijk Asscher is er als minister van Sociale Zaken niet in geslaagd de uitbuiting te beteugelen. Waarom komen werknemers – afgezien van een enkele rechtszaak – dan niet massaal in opstand? DNB wijst de zwakkere positie van flexwerkers in de loononderhandelingen aan als oorzaak van de stagnatie in de lonen. Zij zijn nauwelijks vertegenwoordigd in de vakbonden en ondermijnen ook nog met hun goedkope contractjes de positie van werknemers.

Wie profiteren er intussen van de bedrijfswinsten? Zij die niet werken, maar speculeren: de beleggers, aangemoedigd door Rutte en zijn „samen centjes verdienen”. Niet zelf ondernemen, niet de handen uit de mouwen steken, maar lamlendig toekijken. Het is de geest van Jan Salie.

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

    • Jutta Chorus