Recensie

Niemand kan wegkijken van het racisme in Othello

Recensie

Regisseur Daria Bukvic breekt met de blanke toneelconventie dat een geschminkte, blanke acteur de zwarte Moor Othello speelt. Haar regie is van begin tot eind spannend en actueel.

Othello bij Het Nationale Theater in de regie van Daria Bukvic. Foto Sanne Peper

In haar regie van Othello (1603) bij Het Nationale Theater benadrukt Daria Bukvic het contrast tussen blank en zwart. Zij kiest voor de zwarte acteur Werner Kolf in de titelrol als de Moor. Ze wil geen schmink, geen blanke speler die zich met zwartsel kleurt. Kostuums en pruiken van de blanke spelers zijn krijtwit. De voorstelling, die zich afspeelt op een glanzende spiegelvloer, begint met een wervelende, onbezonnen liefdesdans tussen Othello en Sallie Harmsen als Desdemona.

Dan komt de Othello’s valse vriend Jago op, gespeeld door Rick Paul van Mulligen. Met iets opgetrokken lippen, zodat zijn tanden bloot komen, uit hij racistische taal over die zwarte vreemdeling. De blije dans wordt wreed verstoord. Desdemona’s vader (Martijn Nieuwerf) weerkaatst de vreemdelingenhaat als hij Othello een „bruut” noemt, een „nobele wilde” en een „tropische mascotte” die met „zwarte magie” zijn dochter verleidt. Zij „is verliefd op waar ze bang voor is”.

Werner Kolf als Othello en Sallie Harmsen als Desdemona in Othello bij Het Nationale Theater, in de regie van Daria Bukvic.
Foto Sanne Peper

Werner Kolf luistert naar deze aantijgingen met indrukwekkende grootsheid en stil gehouden verdriet. Zijn Othello behoudt de rede, Jago met zijn vunzige tong zinspeelt op niets dan seks.

Wie is het monster?

Door de keuze van Kolf voor de titelrol is er voor de toeschouwer geen verzachtende vluchtmogelijkheid. In de scherpzinnig, actuele bewerking van Esther Duysker ligt de nadruk op echt, en niet op gespeeld of toneelmatig. Hoewel de conventie aangeeft dat Othello door een geschminkte blanke wordt gespeeld, geeft de toneelhistorie vele uitzonderingen: al in 1825 vertolkte de zwarte acteur Ira Aldridge in Londen een bejubelde Othello. Hij was van Afrikaanse afkomst.

Dat neemt niet weg dat deze Othello in het Nederland van nu, met al zijn identiteitsdebatten, noodzakelijk is. We zijn getuige hoe de valsspelende Jago, onder het mom van eerlijkheid, een web van fatale intriges weeft rondom Othello. Het is knap geregisseerd én gespeeld dat Jago’s influisteringen bij Othello aanvankelijk naar binnen slaan: Kolf acteert dat hij gek van jaloezie aan het worden is. Totdat Jago hem de ultieme suggestie doet: wurg Desdemona met haar eigen bezoedelde beddenlaken. De vraag die Bukvic terecht stelt: wie is hier het monster?

Lees ook achtergrond en interviews met regisseur Daria Bukvic en Othello-acteur Werner Kolf: Huidskleur kun je niet spelen

Onontkoombaar

De voorstelling is voorbeeldig en consequent uitgedacht. Aan stalen masten wapperen witte vaandels die Othello’s macht in een witte wereld symboliseren. Aan het slot is alles onttakeld.

Dreigende muziekcomposities begeleiden de handeling, culminerend in het lied Strange Fruit, bekend van de eerste vertolking door Billie Holiday over aan bomen opgehangen gelynchte slaven in Amerika. Lotte Driessen als Emilia brengt het als een indringende aanklacht. Sallie Harmsen toont als Desdemona ontroerend dat haar liefde voor Othello oprecht is. Ondertussen zit Kolf terzijde van het toneel, vol wanhoop, met gebogen hoofd.

Rick Paul van Mulligen als Jago (rechts) en Mark Lindeman als Roderigo.
Foto Sanne Peper

Naarmate het moment van de moord nadert, wordt de spanning intenser en intenser. Op het dramatische hoogtepunt van de wurgscène raakt Othello Desdemona niet aan, maar spreken de acteurs de regieaanwijzing uit: ,,Othello vermoordt Desdemona”. Die abstractie maakt het nog spannender.

Werner Kolf blijft groots in zijn waardigheid en vraagt het publiek: „Zoudt u bang voor mij zijn?” Dan slaat de demon Jago opnieuw toe, in een verrassend en schokkend slot.

Met deze Othello en eerder met Race brengt Het Nationale Theater discussies over racisme naar het hart van het toneel. Daria Bukvic en haar cast laten zien hoe irrationele angsten en vooroordelen onze zienswijze beïnvloeden en dat ze verweven zijn met de blanke identiteit. Dat maakt haar Othello onontkoombaar.