Karig PSV is Cocu’s kleine meesterwerk

Eredivisie

Noem het geluk, geloof, kunde, toeval, de kracht van het team – ergens heeft dit PSV iets onwrikbaars.

PSV-speler Joshua Brenet heeft tegen PEC Zwolle de 4-0 gemaakt. Foto ANP Pro Shots

Loop door een van de gangen in het Philips Stadion, en de PSV-hoogtepunten trekken je naar de muur. De oprichting in 1913, na een sportfeest van de N.V. Philips Gloeilampenfabrieken. Club van en voor het Philips-personeel. De geboorte dertien jaar later van Coen Dillen, sigarenhandelaar, Philips-medewerker en clubicoon met ooit 43 doelpunten in één seizoen. Hij overleed in 1990. „63 jaar oud pas”, staat er.

Willy van der Kuijlen (71) komt binnen, ‘Mister PSV’, topscorer aller tijden van de eredivisie met 311 goals. Vriendelijk knikje, maar nee, hij heeft geen tijd voor een gesprekje. „Bel maandag maar.”

Loop verder door de gang en zijn betekenis wordt duidelijk in de eerste gouden periode, midden jaren zeventig. Drie landstitels in vier jaar, en de UEFA Cup in 1978. Samen met de broertjes Van de Kerkhof, onder leiding van coach Kees Rijvers.

Je vraagt je af hoe de huidige ploeg over pak ’m beet dertig jaar ingeschaald zal worden. Aan welke namen zal tegen die tijd gememoreerd worden?

Spits Luuk de Jong? Middenvelder Jorrit Hendrix? Phillip Cocu, de Rijvers van dit decennium?

De ziel van dit PSV, probeer het maar eens te ontrafelen. Door een 4-0 op PEC Zwolle zaterdag boekt het de 21ste thuisoverwinning op rij en evenaart zo de recordreeks van 1986 en 1987. Die vond plaats in de succesvolste periode in de clubhistorie, met zes titels in zeven jaar, waarvan drie onder Guus Hiddink.

Denk aan die tijd, en je denkt aan Hans van Breukelen, Ronald Koeman, Wim Kieft, Berry van Aerle. Denk aan nu, en het is zoeken. Zie de eerste helft tegen Zwolle en je verwondert je over de huidige koppositie met zeven punten voorsprong op Ajax. Het is wankelmoedig, lusteloos, zonder creativiteit, zonder lef.

„Ik vond ons erg slecht en matig in de opbouw”, zegt Cocu. De aanvallers worden onvoldoende in stelling gebracht, de ploeg staat ‘vast’. Maar het lijkt zo’n seizoen waar veel, zo niet alles, uiteindelijk goed valt. Met eerder drie zeges in de slotminuten; ofwel zes dure punten.

Noem het geluk, geloof, kunde, toeval, de kracht van het team – ergens heeft dit PSV iets onwrikbaars.

Thuis kampioen tegen Ajax?

Nu is het de rode kaart voor PEC-doelman Mickey van der Hart die het duel aan het slot van de eerste helft openbreekt. Via een hattrick van De Jong en een goal van back Joshua Brenet loopt PSV simpel weg.

PSV ligt op koers voor de derde landstitel in vier seizoenen. Nog dertien duels, waarvan zeven in eigen stadion. Woensdag de eerstvolgende tegen Excelsior. In theorie zou het kunnen dat PSV in speelronde 31, half april, thuis tegen Ajax al kampioen wordt. Een enkele fan fluistert dit scenario zaterdag hoopvol.

Het is nu aan een jongen als Hendrix (22), uit de eigen jeugd. Een geweldige balafpakker, zegt Willy van de Kerkhof (66). Maar Hendrix schiet te veel van afstand, vindt hij. Iedere keer als hij een beetje in positie verkeert hoor je het geroezemoes: hij zal het toch niet weer proberen? Van de Kerkhof: „Hij moet niet denken dat hij van 35 meter doelpunten kan maken, dat moet hij maar na zijn carrière doen in Australië, daar kunt ge hoog schieten [bij het rugby]. Niet meer doen, gewoon de bal in de ploeg houden.”

PSV heeft op het oog een kwalitatief mindere selectie dan vorig seizoen. Alles bij elkaar is het naar de maatstaven van een kampioenskandidaat een karige verzameling, enkele uitschieters daargelaten: doelman Jeroen Zoet, de veelscorende middenvelder Marco van Ginkel, dribbelaartje Hirving Lozano en dus De Jong, die het vizier weer op scherp heeft na een mysterieus seizoen met missers.

Het zou een klein meesterwerk van Cocu zijn als het hem lukt om met dit materiaal kampioen te worden. Vergeet niet dat hij twee pijlers – middenvelder Davy Pröpper in augustus, en aanvaller Jürgen Locadia twee weken terug – tijdens het seizoen kwijtraakte.

Sprankelen doet PSV niet vaak. Cocu heeft een elftal gemetseld dat gericht is op controle en snelle uitbraken. De grootste achilleshiel zit achterin. Woensdag in de kwartfinale van KNVB-beker tegen Feyenoord (2-0 nederlaag) bleek de defensieve kwetsbaarheid eens te meer, toen PSV in de openingsfase overrompeld werd.

In dat licht is de positie van Joshua Brenet interessant, de rechtsbenige linksback die vaak onder vuur ligt. PSV vond in de zomer geen andere back, en afgelopen week ging het opnieuw mis, toen technisch manager Marcel Brands naast de Ghanees Lumor Agbenyenu greep. PSV dacht dat hij al op het vliegtuig naar Nederland zat, maar hij tekende bij Sporting Lissabon.

Brenet worstelt in het eerste deel tegen PEC met het draaien naar zijn favoriete rechterbeen, bijna leidt zijn onzorgvuldige uitverdedigen tot een grote kans voor de bezoekers. Er klinkt al wat gefluit. Maar: zijn dieptepass op Lozano dwingt de PEC-doelman tot onbesuisd ingrijpen, wat tot rood leidt. En na rust geeft Brenet een assist en scoort – beide met rechts. Ofwel: uitstekend optreden, al met al.

De vraag: houdt Brenet straks ook stand tegen buitenspelers Steven Berghuis, Alireza Jahanbakhsh en David Neres in de cruciale duels tegen respectievelijk Feyenoord, AZ en Ajax?

Iedereen weet: wil je PSV ontmantelen, begin met Joshua Brenet onder druk te zetten.

    • Steven Verseput