Ambulances kunnen het werk niet meer aan – ‘112 is zo gebeld’

Ambulancediensten

De vraag naar ambulancezorg groeit, personeel is niet te vinden. Medewerkers voeren deze maandag actie tegen de hoge werkdruk.

Foto Lex van Lieshout/ANP

De Amsterdamse ambulancedienst heeft één verwarde man vorig jaar 32 keer naar huis gebracht. Hij woont ver buiten de hoofdstad, maar wilde er telkens naartoe. Dan lag hij weer ergens op straat en belde iemand 112. Drie uur later was die ambulance pas weer beschikbaar voor echte noodgevallen.

De ambulancediensten in de grote steden staan onder druk. Deze maandag voeren medewerkers actie in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht.

Directeur Jaap-Frank Ponstein van Ambulance Amsterdam erkent dat de werkdruk hoog is. „Er is eigenlijk continu stress. Het personeel heeft amper tijd om naar de wc te gaan of te eten. We hebben structureel mensen te weinig. Dertig van de 190 vacatures krijgen we niet vervuld.”

Verhoging van lonen zou wellicht helpen, maar de huidige cao loopt tot eind 2018. Daarom wil vakbond FNV een eenmalige uitkering van minstens 1.500 euro per persoon, vanwege die werkdruk. De werkgevers willen de nieuwe cao afwachten.

Voor de ziekenhuizen is wel zojuist een nieuwe cao afgesproken. Daar verdienen verpleegkundigen nu iets beter dan hun collega’s op de ambulance. De schaarse sollicitanten gaan daarom liever naar het ziekenhuis. Ook lastig bij werving: wonen in Amsterdam is bijna niet meer te betalen.

Lees ook: NRC checkt: ‘Er is leegloop van ambulancepersoneel naar ziekenhuizen’

Dat er een probleem is, erkent de ambulanceleiding in Amsterdam wel. De vraag naar ambulancezorg groeit enorm, zegt directeur operations Frank Berg. Mensen bellen steeds sneller 112. „Waar je vroeger wachtte tot de huisartsenpraktijk de volgende dag openging, bel je nu 112. Ouderen wonen langer thuis, vallen soms en breken iets. Verwarde mensen wonen vaker zelfstandig dan voorheen, zwerven over straat en lopen iets op. Allemaal ambulanceritten. En dan zijn er de vele evenementen en massa’s toeristen in Amsterdam, het hele jaar door, die de ambulance zien als beste uitkomst als ze zich onwel voelen. En iedereen heeft een mobieltje, dus het alarmnummer is zo gebeld.”

Wat ook voor veel ritten zorgt: de concentratie van complexe zorg in academische ziekenhuizen. Amsterdam heeft er drie: het VUmc, het AMC en het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis. Hun patiënten zijn vaak heel ziek en moeten per ambulance vervoerd worden naar de plaatsen waar ze wonen, vaak ver weg. Dit vormt een flink deel van de ‘geplande ritten’, ongeveer 35 procent van de 135.000 ritten per jaar.

Tegelijk zijn die drie hooggespecialiseerde ziekenhuizen volgens Berg niet meer bedoeld voor ‘gewone ouderen’, die om de hoek wonen en een heup breken. „Dus als een oude vrouw 112 belt, halen we haar op en brengen we haar naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Na een uur belt dat ziekenhuis ons weer: ze moet naar een kleiner ziekenhuis. Dat is wéér een rit.” De zorg kan niet meer voldoen aan de basale wens van iedereen om naar een ziekenhuis dichtbij huis te gaan, zegt Ponstein.

Volgens de landelijke norm moet 95 procent van de ambulancespoedritten binnen 15 minuten bij de patiënt aankomen. Amsterdam haalt dat niet. In 2016 was 92,8 procent van de spoedritten op tijd; vorig jaar daalde het volgens voorlopige cijfers tot onder de 92 procent. Dat valt toch wel mee? Ponstein: „Nee. Dat zijn bijna duizend ritten in een jaar die niet binnen de norm waren. En vergeet de oplopende wachttijden niet voor patiënten die wachten op overplaatsing.”

Zo erg als in Engeland is het nog niet. Daar vroegen onlangs NHS-ambulancediensten in het noorden burgers hun auto’s beschikbaar te stellen voor vervoer. Ponstein: „Maar die kant gaan we wel op.”

    • Frederiek Weeda