Waar moeten De Zondagsschilders heen?

Kunstvereniging De Zondagsschilders

De Nieuwmarktbuurt dreigt De Zondagsschilders kwijt te raken nu de gemeente hun pand in de verkoop doet. „Wij zijn ten dode opgeschreven.”

Boven: Freek de Jonge wordt geportretteerd door De Zondagsschilders. Daaronder: het pand aan de Geldersekade (nr 101; derde van links) dat in de verkoop gaat. Onder: werk in het atelier van De Zondagsschilders. Foto’s Anouk Boone en Mary Mijnlieff

De Nieuwmarktbuurt. In de jaren 70 was het er ronduit grimmig. Het wemelde er van illegale Chinezen met onversneden heroïne op zak. Drugshandel en hoererij op straat, in cafés en in de kraakpanden van de Zeedijk. Maar in 1974 kwamen in het pand Geldersekade 101 de twee ateliers van de Amsterdamse Vereniging De Zondagsschilders – destijds een hoopvolle stap voor de buurt.

Daar vinden ze het dan ook wrang dat de gemeente, in lijn met beleidsplannen om commercieel vastgoed te verkopen, het pand afstoot nu de buurt is verworden tot een bruisend stadsknooppunt. Per 1 maart krijgt de kunstvereniging een nieuwe eigenaar. Wie dat is en wat de plannen voor het pand zijn is onduidelijk. De Zondagsschilders vrezen een huurverhoging vanaf januari 2019 – het huidige huurcontract loopt tot 31 december 2018. De jaarlijkse huurprijs van 53.000 euro is natuurlijk „niet marktconform”, aldus voorzitter Peter Janzen (72).

Janzen zegt: „De vereniging is ten dode opgeschreven. Een verhuizing van de ateliers in het centrum is onbetaalbaar.” Een deel van de, oude, leden zal afhaken bij een verhuizing van de ateliers naar buiten het centrum, is zijn overtuiging. De goede bereikbaarheid van het pand op de Geldersekade is moeilijk te evenaren. Ook valt bij verplaatsing „een vertrouwd gevoel” weg.

In 1935 kwamen De Zondagsschilders voor het eerst samen in hotel Krasnapolsky. De vereniging groeide van zo’n 75 mensen naar 450 leden nu. Van een paar avonden schilderen per week ging het naar dagelijks lessen in schilder- en beeldhouwkunst.

Parel van de vereniging is het atelier van 233 vierkante meter op de derde etage. Grote raampartijen bieden hier zicht op de Geldersekade. Schildersezels en een bont gezelschap (amateur)kunstenaars wisselen elkaar af in de zee van ruimte. Rita van Dijk (71) vertelt: „We zijn hier om onze dromen te realiseren. Ooit hoopten we van kunst te leven.” Rita werd lerares op aanraden van haar vader en haalt nu haar hart op aan de Gelderskade. „We zijn geen grachtengordelclubje, hoor.” De vereniging is toegankelijk voor de kleinere beurs: wekelijks 2,5 uur les kan al vanaf 282 euro per jaar. Dit wordt mogelijk gemaakt door de 75 vrijwilligers die de vereniging bestieren.

Stop de uitverkoop van de stad

Aan de wand van het atelier op de derde hangt een briefje: ‘Stop de uitverkoop van de stad’. De sfeer aan de Geldersekade is doordrongen van onzekerheid. De sociale verbondenheid is er dan ook groot. Weggaan betekent „geen zwembad vol tranen, maar een oceaan”, aldus vrijwilliger Mary Mijnlieff (58). De plek is „heilig”. De meeste leden praten liever niet over de verkoop. Dat vinden ze „te pijnlijk”.

De Zondagsschilders zijn een petitie gestart om de ateliers aan de Geldersekade te behouden. Meer dan duizend mensen hebben het initiatief inmiddels ondertekend. „De gemeente gaat geen inspanningsverplichting aan voor de amateurschildersclub voor volwassenen”, laat een woordvoerder schriftelijk weten. De Zondagsschilders „passen niet in het gemeentelijk kunst- en cultuurbeleid”. Wethouder Pieter Litjens zegt wel mee te willen denken over de huisvesting van De Zondagsschilders, maar „zonder hier een harde belofte of toezegging te doen”.

Portret op Zondag

Het maandelijkse Portret op Zondag is een hoogtepunt voor de Zondagsschilders. Vroeger werden bekende Amsterdammers geportretteerd in de werkplaats van het Van Gogh Museum. De Zondagsschilders namen deze traditie van het museum over in 1992. Vele bekende gezichten uit de publieke of culturele sector zijn de revue gepasseerd op de Geldersekade. Van de dames van plezier Louise en Martine Fokkens, tot oud-burgemeester Eberhard van der Laan en schoenontwerper Jan Jansen.

Afgelopen zondag was het de beurt aan cabaretier Freek de Jonge (73). Twintig zondagsschilders hadden de eer de hand aan De Jonge te leggen. In zijn kunstzinnige pak met los hangende das zat hij twee uur lang onbewogen. Benen gekruist, rechts over links. De stilte wordt onderbroken door een cursiste: „Is het fijn om beroemd te zijn?” De Jonge, na enige stilte: „Bij vlagen, ja – nu bijvoorbeeld wel.”

Freek de Jonge toont zich een geëngageerde gast. Oppert ideeën voor het opgerichte actiecomité om het pand te behouden, zoals iets gaan doen met de portretten van Van der Laan. Hij verwijst naar zijn recente actievoeren in Groningen en geeft her en der levenslessen. „Vertrouwen, discipline en concentratie” – daar kom je ergens mee in het leven, oreert De Jonge.

Op de vele ezels neemt de cabaretier langzaam vorm aan. Huidplooien verschijnen en verdwijnen in houtskoolzwart, Indisch rood en gebrande omber. Geen vinger blijft onbevlekt. Freek wordt afgebeeld als blitse motormuis, regenboogintellectueel en lijkt op enkele werken meer bourgondisch neergezet dan de werkelijkheid laat zien. „Wat een poseur!”, roept hij over zichzelf uit. Het einde is daar. Freek knoopt zijn das voor de groepsfoto. Hij belooft terug te komen met zijn vrouw Hella om een van de gemaakte portretten uit te zoeken, maar waar is nog de vraag.