Verkiezingen: de rel bij de ene partij is de andere niet – terecht?

Meet de krant met twee maten? Een getergde lezer hekelt het verschil in aandacht in NRC voor de chaos bij de PVV in de aanloop naar de gemeenteraadverkiezingen, en die voor het rumoer rond de nieuwe partij van Sylvana Simons, Bij1.

Bij die laatste partij trok een kandidaat zich terug na ophef over haar cv, twee anderen vertrokken om onduidelijke redenen. Het blog GeenStijl had ontdekt dat er geen bewijs was dat de eerstgenoemde, in tegenstelling tot wat ze beweerde, ooit had gewerkt als psychiater. NRC meldde de afloop op de site, in de krant werd het een piepklein berichtje (97 woorden). Over het rumoer in de PVV, waar de lijsttrekker in Rotterdam per kerende post naar huis kon en in Den Haag chaos ontstond, verscheen daarentegen een reeks grotere stukken.

De lezer, sarcastisch: „Over neutraliteit gesproken.”

Het is een vaker gehoorde, meestal politiek geïnspireerde kritiek: de krant kiest partij middels volume. Voor de hand ligt dan het verweer dat de criticus vraagt om false balance: een ogenschijnlijk ‘neutraal’ evenwicht dat de werkelijke verhoudingen juist verbloemt. Alsof de krant puur dogmatisch ‘evenveel’ zou moeten schrijven over links als over rechts gerommel.

Wat is hier de juiste balans?

Dat hangt er natuurlijk vanaf welke maatstaf je kiest.

Afgezet tegen de politieke realiteit – de PVV is de tweede partij van het land en doet in dertig gemeenten mee aan de verkiezingen; Bij1 daarentegen een kleine lokale partij met nog nul zetels die in één gemeente een gooi doet – is het volkomen logisch dat de eerste veel meer ruimte krijgt dan de tweede. Dat is dan ook het argument van de chef Binnenland die ik erover sprak.

De ernst van de ellende dan? Ook die maatstaf pakt uit in het voordeel, of beter: nadeel, van de PVV. Ophef om het cv van een nummer drie is nog altijd wat anders dan een lokale lijsttrekker die in een dag sneuvelt. Daar komt dan nog het gerommel in andere gemeenten bij, kortom een patroon in de partij.

Toch kan ik me de ergernis van die lezer wel voorstellen. Want er is nog een ander criterium. Sylvana Simons is geen onbekende lokale politicus die eens iets probeert, maar een Bekende Nederlander, populair geworden op televisie, voorloper in het racismedebat, bewonderd en verguisd, mikpunt van hoon en haat.

Kortom, ze staat eigentijds in de belangstelling.

Ook in NRC, dat haar vorig jaar niet voor niets uitnodigde voor een Zomeravondgesprek, wat leidde tot vier ruim geïllustreerde pagina’s verbaal worstelen met econoom Heleen Mees („Maar laat me dan ook even uitpraten!”).

Ook in opiniestukken en columns in NRC wordt Simons geregeld gebombardeerd tot symbool van het een of ander; op de avond van de Tweede Kamerverkiezingen in maart, waarbij haar eerdere partij Artikel1 geen zetel haalde, danste ze volgens columnist Arjen van Veelen „als een moreel geweten, met het gelijk aan haar zijde”. Helemaal vanuit Beijing hekelde Eric C. Hendriks haar juist als een ‘cultuurmarxist’ en nazaat van voorzitter Mao, wegens haar dichotome „obsessie met zwarte en witte identiteit”.

Tegen die achtergrond is de geringe aandacht voor Bij1, met het formele argument dat het maar gaat om een lokaal partijtje met nul zetels, inderdaad opvallend zuinig. Van een opiniemaker die ook in deze krant uitbundig wordt gevierd en verguisd, wil je wel weten hoe ze een partij opzet en die al dan niet bij elkaar houdt. Hetzelfde geldt voor haar tegenvoeter Baudet en diens voorloper Wilders, beiden politici die niet zozeer náást maar ín de media leven, zoals media-hoogleraar Mark Deuze het uitdrukt.

Ook andere landelijke kranten brachten de kwestie rond de beweerde psychiater bescheiden, daar niet van. Behoudens De Telegraaf, met de enthousiaste kop: Partij Sylvana Simons valt uiteen. De hoop op een totale deconfiture van de nieuwe partij spatte eraf. Maar goed, dat is nog geen reden de feiten te laten liggen.

Speelde hier nu een politieke keuze van de NRC-redactie? Nee, en al helemaal geen opzet om slecht nieuws over de ene partij klein te houden en die over een andere op te blazen; er werd een ambachtelijke afweging gemaakt op basis van soortelijk gewicht. Maar met een resultaat dat flets afsteekt tegen de grote belangstelling voor Simons, pro en contra, elders in de kolommen.

Eerder dan politieke bias lijkt dat een vorm van journalistiek hokjesdenken: berichtgeving over lokale politiek en aandacht voor bekende persoonlijkheden als twee aparte domeinen, met eigen criteria. Maar dat zijn ze in Nederland allang niet meer, ten goede of ten kwade.

Er speelt nog iets, begrijp ik van de chef Binnenland. Hij wil in de verslaggeving over de naderende verkiezingen – terecht – waken voor een fixatie op Amsterdam. Dat is een vaak gehoord verwijt van lezers: wat tussen twee grachten gebeurt, haalt groot de krant, alsof Assen en Appingedam er helemaal niet toe doen.

Goed dat de redactie het net dus breed uitwerpt. Toch ook hier een kanttekening: juist in Amsterdam doen dit keer drie opmerkelijke nieuwkomers mee – Bij1, DENK en Forum voor Democratie – die, als ze succes hebben, verrassend nieuwe verhoudingen kunnen vestigen in een gemeentebestuur dat ooit bekend stond als ‘Breznjev aan de Amstel’.

Gelukkig onderstreept de chef Binnenland dat er ook nog van alles op stapel staat over de aanstaande verkiezingen. Daar is tijd genoeg voor, pas deze week zijn de kieslijsten vastgesteld. Nog ruim anderhalve maand voordat de stemlokalen opengaan.

Tegen die tijd kunnen we echt de balans opmaken.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

    • Sjoerd de Jong