Column

Mogen advocaten echt graaien naar believen?

Terwijl deze week de noodlijdende en overbelaste sociale advocaten voor het parlement demonstreerden, zat ik dus te studeren op het bedrag dat een strafadvocaat declareerde die onlangs een politieagent verdedigde. Vorige week besliste het Gerechtshof Den Haag dat de declaratie door de werkgever van de agent, die was vrijgesproken, betaald moest worden. Het Haagse kantoor Sjöcrona van Stigt wenste 144.636,52 euro te ontvangen. Bijna anderhalve ton, voor één zaak. Was het een grote kwestie? Nee, het ging om één agent die bij een parkeerbekeuring in een confrontatie was verzeild met één omstander. Die had het woord ‘sukkel’ gebezigd, wat de agent niet had geaccepteerd, waarna de man niet was blijven staan, de agent driemaal van dichtbij pepperspray in diens ogen spoot en assistentie vroeg via de portofoon. Daarna sloeg de agent met handboeien in de hand de tegenstribbelende man hard op zijn gezicht. Die had daarna hoornvliesproblemen en een scheve neus. Enfin, tot zover. De rechtbank veroordeelde de agent tot een boete van 400 euro, en het hof sprak een jaar later vrij.

Is dat juridisch ingewikkeld? Mwah. Het is wel interessant, maar dan vooral rechtspolitiek. In het regeerakkoord is afgesproken dat politiegeweldzaken bij „één aangewezen rechtbank” zullen worden behandeld. Daar worden ze dan „snel en deskundig” behandeld. Daarin hoor je terug dat het tot nu te lang zou duren en dat er strijd is over wat ‘deskundigheid’ hier inhoudt. Er blijkt juridisch inderdaad discussie, en wel over de vraag hoe terughoudend rechters bij het oordelen over politiegeweld moeten zijn. Het hof zei in deze zaak expliciet dat de rechtbank zich niet „in de hitte van de strijd” mag mengen. Rechters mogen niet achteraf beslissen of agenten wel een andere keus hadden kunnen of moeten maken. Maar wel dat een rechter moet beoordelen of het geweld in redelijke verhouding was tot het incident. En ook of het geweld wel ‘subsidiair’ was: dus of de agent wel het ‘minst bezwarende middel’ koos.

Volgens mij kan zoiets niet zonder je te verplaatsen in de agent en de omstandigheden van het geval – en dus misschien ook wel of het tot die verhitte strijd had moeten komen. Maar goed, het hof wil dat niet. Dat zegt hands off. Of de rechters dat nu voortaan ook gaan doen, zal van geval tot geval blijken. Bij dat ene gerecht dus, dat aangewezen wordt voor ‘politiegeweld’ kwesties. Ik hoop maar weer op onafhankelijke rechters, ook van elkaar. Als burger wil je toch liever niet zomaar op je neus getimmerd worden door een agent die de situatie niet meester is. En misschien ook niet zichzelf.

Hoe komt een agent nu aan zo’n peperdure advocaat? Dat blijkt een erfenis van de vorige korpschef, Gerard Bouman, die een poule van ‘topadvocaten’ wilde, om het personeel uit de wind te houden bij vervolging. En zo beland je als agent dus bij Sjöcrona van Stigt, met een nota van 144.636,52 euro als resultaat. Ik heb de advocaat gevraagd hoeveel uren ze hieraan besteedde en tegen welk tarief. Maar meer dan dat de zaak lang duurde en er veel tijd en inspanning in is gaan zitten, kreeg ik niet te horen. Ze merkte wel op dat het hof Den Haag geen aanmerkingen had op haar declaratie. Dat klopte, die kans is jammerlijk gemist.

Mag ik het proberen? Kennelijk is de prijs van rechtshulp op de vrije markt wat de gek ervoor geeft – en een dwaas durft te vragen. Ook als de rekening voor de staat is, en dus voor u en mij. Moesten er getuigen in een ver buitenland worden gehoord, of dure reconstructies georganiseerd? Het wordt niet onthuld. De politie blijkt op basis van een ministeriële regeling verplicht om te betalen. Daarin zit een maximum uurtarief. Dat geldt alleen als er een rechtsbijstandsverzekering is afgesloten, wat hier niet het geval was. Dan is het dus vrij graaien. Aan een eerdere, vergelijkbare zaak was de politie krap 6000 euro kwijt. Bij Defensie geldt voor militairen die worden vervolgd een plafond, namelijk van 25000 euro. Daarboven betaalt de militair zelf de advocaat. Intussen stonden de sociale advocaten bij de Kamer te blauwbekken; voor hen is de 144.636,25 euro een zeer royale jaaromzet. De commerciële advocatuur wentelt zich in het geld, de sociale verarmt. In de advocatuur deugt er iets helemaal niet.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Facebook: nrcrecht