Opinie

Het is niet aan de overheid te bepalen wie donor wordt

Van wie is het menselijk lichaam? Dat is de principiële kernvraag bij het debat over orgaandonatie dat nu in de Eerste Kamer aan de orde is. En het is deze vraag die het politieke debat tevens zo anders maakt dan de vele vraagstukken die het parlement normaal passeren. Het gaat over leven en dood en het gaat over zelfbeschikking. Bovenal gaat het hier om een persoonlijke afweging die politici moeten maken. Het diepgravende debat over orgaandonatie wordt niet langs opgelegde partijlijnen gevoerd. Dat geeft het discours een andere en wel zo interessante dimensie.

De vragen en opmerkingen van de senatoren bij de behandeling van het initiatiefwetsvoorstel van het Tweede Kamerlid Pia Dijksta waren tijdens de plenaire behandeling, eerder deze week, zo talrijk dat de discussie werd verdaagd. Het zegt iets over de ingrijpende betekenis van het onderwerp. Komende dinsdag volgt de tweede ronde, waarna het weer een week later tijd is voor de hoofdelijke stemming.

Net als in september 2016 in de Tweede Kamer zal het er om hangen. Toen stemden 75 Kamerleden voor en 74 tegen. Als het vanwege een afspraak elders in het land verblijvende Tweede Kamerlid Frans Wassenberg (Partij voor de Dieren) wel aanwezig was geweest zou het wetsvoorstel niet zijn aangenomen. Hij behoorde namelijk tot de tegenstanders. Ook in de Eerste Kamer is het nog geen uitgemaakte zaak hoe iedereen zal gaan stemmen.

Ja of nee tegen het wetsvoorstel? In die zin is de afweging die Eerste Kamerleden moeten maken net zo persoonlijk als de vraag van orgaandonatie zelf. Moet ik na mijn dood mijn organen wel of niet ter beschikking stellen? Over de wenselijkheid van orgaantransplantatie bestaat geen discussie. Maar des te meer is de vraag wie er over het ter beschikking stellen van die organen gaat.

Het probleem dat Kamerlid Dijkstra met haar initiatiefvoorstel wil aanpakken is onbetwist: er zijn te weinig donoren. Jaarlijks overlijden in Nederland ongeveer 150 mensen die op een wachtlijst stonden voor een orgaantransplantatie die bij gebrek aan donoren niet kon worden uitgevoerd. In totaal staan er nu 1.115 mensen op een wachtlijst. Dat zijn schrijnende cijfers. Er kunnen dan ook niet genoeg oproepen worden gedaan en acties gevoerd om het aantal donoren op te voeren.

In zekere zin gebeurt dit nu ook al. Iedereen die in Nederland niet als donor staat geregistreerd krijgt op zijn of haar 18de verjaardag van de overheid een donorformulier toegestuurd waarin men alsnog toestemming kan geven om organen na de dood ter beschikking te stellen voor transplantatie. De uit 1998 stammende Wet op Orgaandonatie waarin dit onder andere was geregeld heeft weliswaar geleid tot meer orgaandonoren, maar het beoogde doel, een toename van 25 procent, is bij lange na niet gehaald.

De essentie van het initiatiefwetsvoorstel van D66 is dat het bestaande ‘nee-tenzij’ systeem wordt vervangen door een ‘ja-mits’ systeem: men is automatisch donor tenzij bezwaar wordt gemaakt. Dit systeem van Actieve Donorregistratie is met allerlei waarborgen omkleed. Tot op het laatste moment heeft Kamerlid Dijkstra juist op dit punt haar voorstel aangepast. Het automatisme is daardoor niet zo automatisch als het lijkt. Er is een belangrijke rol weggelegd voor de nabestaanden.

Maar dit kan allemaal niet wegnemen dat het voorgestelde systeem ertoe leidt dat het in eerste instantie de overheid is die beschikt over het lichaam. Dat is een zeer fundamenteel besluit. De absolute vrijwilligheid van het individu om tot in de dood te kunnen beslissen over het eigen lichaam is hiermee weg. Dat schuurt met artikel 11 van de grondwet waarin sinds 1983 het recht op de onaantastbaarheid van het lichaam is verankerd.

Het initiatiefvoorstel van Dijkstra offert het individuele grondrecht op zelfbeschikking op aan het collectieve doel om tot meer donoren te komen. Hoe begrijpelijk het doel ook is, dit is een te hoge prijs.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.