Opinie

    • Hugo Camps

Het supertalent

De hoofden in Nederland staan naar ijs en sneeuw. Naar de Winterspelen in Zuid-Korea en de te verwachten triomfen van Sven Kramer en Ireen Wüst op de schaats. Landschappelijk legt Valkenburg het af tegen Pyeongchang – besneeuwde flanken strelen de zinnen meer dan een modderpoel. Veldrijden heeft ook niet de nationalistische poeha van schaatsen. De kans bestaat dat het WK in Valkenburg zondag voor veel Nederlanders in de duisternis van een lokaal fait-divers blijft hangen. Sven Kramer blijft de norm van wintersport.

Na zondag kan dat veranderen als de vedette van de cyclocross de wereldtitel pakt. Mathieu van der Poel is de uitgesproken favoriet. Hij heeft de afgelopen maanden alles gewonnen wat er in het veldrijden te winnen valt. Zijn dominantie was bijna gênant. Oerkracht in combinatie met acrobatie. En altijd solo.

Vorig jaar in het Luxemburgse Bieles lukte het net niet. De Nederlandse kampioen werd opgehouden door vier lekke banden. Het lag aan het weer: de avond voor de wedstrijd was het plots beginnen dooien en het grind en de stenen kwamen als scheermesjes bloot te liggen in een smurrie. Zijn enige tegenstander van niveau, de Belg Wout van Aert, werd wereldkampioen. Mathieu moest huilen. Sinds die dag rijdt hij op revanche en won dit seizoen 26 van de 32 wedstrijden. Tijd zat voor een wheelie aan de meet.

Als een wervelwind vliegt hij over het parcours met fenomenale stuurvaardigheid. Glijden, springen, beuken, sprinten, hem maakt het niet uit. De 23-jarige veelvraat is een heus crosswonder. Met zijn superieure techniek wil hij zich na de winter toeleggen op mountainbiken. Ter attentie van Tokio 2020. Succes verzekerd.

Alle wereldkampioenen veldrijden van de laatste decennia hebben de zoon van Adrie en kleinzoon van het Franse wielericoon Raymond Poulidor reeds unisono ingejubeld als nieuwe legende. Merckxiaans in zijn veelzijdigheid. Het kan niet anders: Mathieu wordt wereldkampioen.

Velrijders spraken vroeger als Erik Hulzebosch, met een koeienvlaai in de mond. Hennie Stamsnijder was de eerste die ongeremd verstaanbaar was. De taal van Van der Poel is perfect Nederlands. Voor of na de cross, hij spreekt met wereldse flair. Een intellectueel zal hij zichzelf niet noemen, maar hij is wel fan van House of Cards. Boer zoekt Vrouw kan hem niet boeien.

Ook typisch: alle vreugde is ingehouden vreugde. Nooit heeft iemand hem op het podium zien staan zwaaien als een windmolen. Het is alsof hij altijd rekening houdt met het verlies van de anderen. Aan een lief is hij nog niet toe – waarom zou hij. Thuis bij moeder staat altijd alles klaar, de was, de strijk, warm eten. De zondagavond halen ze frieten en Chinees.

Onvermogen tot tederheid is hem onbekend. Aan het einde van de wereldbekerwedstrijd in Nommay stapte Mathieu net voor de meet van de fiets. Hij liep naar de menigte langs het parcours en gaf drie zoentjes op de wangen van opa Poulidor. Hij deed er nog een strelinkje bovenop. Familiale innigheid in het veldrijden. Hij negeerde de camera en kwam met de armen in de lucht over de streep. In nagenoeg alle veldritten die hij won, soleerde ‘Matje’ van bij de start. Reeds in de eerste ronde demarreert hij zich los van de meute. Bronstig, alsof hij geen vreemde adem in de nek verdraagt.

Misschien geldt dat ook voor Sven Kramer.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.
    • Hugo Camps