Foto James Rajotte

‘Dit hele seizoen rijd ik op wraak’

Mathieu van der Poel

Hij is dominanter dan ooit. Iedereen rekent bij het WK veldrijden in Valkenburg op een onemanshow van Mathieu van der Poel.

Het is maandagochtend 8 januari en Mathieu van der Poel (23) vindt het welletjes met de rustige duurtraining in de heuvels van de Spaanse regio Castellón. Het laatste uur reed hij op kop van een groepje met vijf trainingsmaatjes, maar nu heeft hij zich aan de staart van het pelotonnetje gezet en begint hij ondeugend te glimlachen. In de ploegleiderswagen voelt teammanager Christoph Roodhooft de bui al hangen.

Van der Poel snuift het snot uit zijn neusgaten, likkebaardt de boel schoon, beweegt zijn kin naar zijn stuurpen, bolt zijn rug, en op het moment dat het asfalt omhoog kruipt naar het dorpje Les Useres, stuift hij de groep en de wagen voorbij. Als een jong veulen stampt hij zijn benen op en neer tot in de slaperige dorpskern, op 400 meter boven zeeniveau. Zijn breedgeschouderde bovenlijf schudt zeven kilo carbon door elkaar in een ritme dat in gang wordt gezet door de ja-knikkende bewegingen van zijn hoofd. Via kolenschoppen van handen en soepel scharnierende polsen zoekt de energie naar contact met de trapas, om daar als een zuiger in een motorblok opwaartse energie om te zetten in voorwaartse snelheid. Van der Poel zet zijn team op een minuut. „Doet-ie om de sleur te doorbreken”, zegt Roodhooft koeltjes. „En hij wil laten zien wie de baas is.”

Even later kronkelt een verlaten autoweg voor de wielen van Van der Poel omhoog richting Vilafamés. Rustig klimmend showt hij zijn kunsten. Hij leunt achterover, trekt zijn stuur op en tikt een kei van drie centimeter met zijn velg hard de berm in. Daarna volgt een eindeloze wheelie, hij rijdt stukken zonder handen, als een volleerd circusartiest op een eenwieler.

Dan sprint vriend en trainingsmaatje Yorben van Tichelt er ineens vandoor. Van der Poel vliegt op het wiel en passeert de top als eerste. Er wordt gelachen, de een vol bravoure, de ander met kiespijn. „Die competitie heb ik nodig”, zegt hij later. „Ik ga door tot de ander plooit.”

Zelfs op een rustige training reageert Van der Poel op elke speldenprik. Hij wil altijd de beste zijn, zegt ploegleider Roodhooft. „Gisteren reed Toepalik [Adam, zijn Tsjechische teamgenoot] hem er bergop af. Dan heb je een hele slechte aan hem.” Van der Poel, na de training: „Ik kan er alleen tegen als ik op waarde geklopt word. Anders moet je me even met rust laten”.

Helemaal uitknijpen

Van der Poel verkeert in de vorm van zijn leven, kende voor het eerst in drie seizoenen een blessurevrije winter, vreet kilometers alsof het winegums zijn. Hoe anders was het vorig jaar, toen hij hier zijn rondjes reed herstellende van operaties aan zijn knieën. Roodhooft: „Tijdens de crosstrainingen op het strand wilde hij toen halverwege stoppen omdat het niet ging. Nu valt hij elke bocht aan, zijn techniek is perfect, en hij blaakt van het zelfvertrouwen. Hij is de perfecte veldrijder.”

Mathieu van der Poel op trainingskamp in Spanje. Foto James Rajotte

Een dag eerder viel Van der Poel van uitputting van zijn fiets na tempoblokken heuvelop, vijf maximale sprints van 45 seconden. Roodhooft wist niet wat hij zag. „Hij verdient een goede boterham, wint alles, maar kan zichzelf toch nog helemaal uitknijpen. Dat vind ik bijzonder.”

Van der Poel: „Ik denk dat het een goede en een slechte eigenschap is. Ik kan inderdaad heel diep gaan, maar ik kan mezelf ook kapot rijden. Dat heb ik vorig jaar gedaan, toen wilde ik te graag sterk terugkomen na die knie-operaties. Ik wil altijd beter worden, dat zit diep in mij. Gelukkig ben ik me daar van bewust en begin ik kalmer te worden.”

Zijn bedoelingen voor de apotheose van het seizoen – het wereldkampioenschap in Valkenburg – worden nog maar eens duidelijk aan het eind van de duurtraining. Als de teller 110 kilometer aangeeft en het tegen drieën loopt, buigt iedereen af naar het hotel in de verlaten badplaats Benicasim. Maar niet Van der Poel. Die had aan de ontbijttafel aan zijn trainer gevraagd of hij aan het eind van de middag niet nog één keer Desert de les Palmes op mocht fietsen, een klim van een kleine tien kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van 5 procent. Die doet hij steevast een keer of vijf als hij hier op stage is. Om aan zijn klimcapaciteiten te werken.

Lees de column van Hugo Camps over het supertalent Mathieu van der Poel

„De grootste en misschien wel enige uitdaging is om Mathieu gefocust te houden”, zegt Roodhooft. „Je moet steeds weer met iets nieuws komen. De dag na het WK veldrijden zorg ik dat zijn mountainbike klaarstaat, zodat hij meteen door kan naar de wereldbekers. Voor hem is dat essentieel. Het is de bedoeling dat hij ze dit jaar alle zes rijdt.” Van der Poel later: „Ik droom vooral van een wereldbekeroverwinning op de mountainbike, dit seizoen al. Meer nog dan van een nieuwe wereldtitel in het veld.”

Mountainbiken in Tokio

Van der Poel kan alles op een fiets. In 2013 werd hij in Toscane wereldkampioen op de weg bij de junioren. Twee jaar later kroonde hij zich tot jongste wereldkampioen veldrijden ooit, twintig jaar pas. Afgelopen mei maakte hij het de regerend wereldkampioen mountainbike Nino Schurter erg lastig in de wereldbekerwedstrijd van Albstadt, Duitsland. Van der Poel wil over 2,5 jaar olympisch goud pakken in Tokio. Tot die tijd combineert hij veldrijden met mountainbiken, meldde hij eind vorig jaar bij toen hij een nieuw contract ondertekende bij zijn ploeg Corendon-Circus. ’s Zomers rijdt hij op de weg voor de fun. Op die manier klopte hij vorig jaar Vlaanderen-winnaar Philippe Gilbert in een eindsprint tijdens de Ronde van België. Een carrière op de weg komt vanzelf, is het idee.

Aan de voet van de Desert de les Palmes plugt hij oordopjes in en dan gaat het in strak tempo omhoog, dansend op de pedalen. Als Roodhooft het raampje van de ploegleiderswagen opendoet, hoort hij Van der Poel luidkeels meezingen met de klanken van Ed Sheeran en andere top-40-artiesten.

Van der Poel verkeert in de vorm van zijn leven, kende voor het eerst in drie seizoenen een blessurevrije winter, vreet kilometers alsof het winegums zijn

Het uitzicht op de Middellandse Zee wordt na elke haarspeldbocht van de perfect geasfalteerde weg beter. Van der Poel ziet in een dal een landschap dat bezaaid ligt met loofbomen, her en der staan feeërieke kerkjes die ontspruiten uit rode aarde en grijzige keien. Hij geniet in de afdaling naar het hotel als een klein kind, agressief hard gaat het, de borst op het stuur alsof hij in de finale van een Touretappe zit. „Ik doe alles met overzicht, hoor.” De teller geeft 138,3 kilometer aan. „Op mijn schema stond vier uur. Dan train ik geen 3.50 uur. Daar kan ik niet tegen, liever 4 uur en een kwartier.” Laat het een van de redenen zijn waarom hij dit seizoen zó domineert.

Sven Nys, die eens dertig crossen in een jaargang won, meldde in de Volkskrant dat zelfs hij nooit zo dominant is geweest. Blauwdruk in bijna alle wedstrijden: Van der Poel gaat er in ronde één vandoor en niemand ziet hem nog terug. Vindt-ie fijn, zijn eigen lijnen uitzoeken. Hij startte tot dit WK in 32 crossen en won er 26. Won hij niet, dan was hij ziek, had hij materiaalpech of kwam-ie lelijk ten val en hield de wielerwereld zijn adem in. Een dag later reed hij iedereen weer aan gort.

Dikke tranen

Van der Poel is de favoriet voor zijn tweede wereldtitel in het veld. Maar ja, dat was vorig jaar ook zo, in Luxemburg. Toen reed hij in de troosteloze grauwigheid van industriestadje Bieles de hele wedstrijd aan kop, maar doorboorden scherpe keien tot vier keer toe zijn banden en moest hij de winst laten aan aartsrivaal Wout van Aert. Van der Poel was ontroostbaar. Dikke tranen gleden over zijn wangen tot ver na de persconferentie. Het was de grootste tragedie uit zijn carrière, uit zijn leven zelfs, zegt hij gewassen en wel in het restaurant van een viersterrenresort, verscholen in een dikke winterjas. „Ik heb nog niet zo veel meegemaakt, heb nooit iemand verloren of zo. Maar van dat wereldkampioenschap heb ik veel last gehad. Ik werd niet op waarde geklopt, nee, ik had gewoon pech. Verliezen vind ik al kut, maar dit was een nachtmerrie.”

Hij beweert dat die teleurstelling hem sterker heeft gemaakt: „Dit hele seizoen rijd ik op wraak voor dat WK. Steeds als ik in een veldrit af moet zien, denk ik aan dat moment in Luxemburg.” Hij zegt dat er op het WK geen extra druk staat, ondanks dat hij voor eigen publiek rijdt en iedereen verwacht dat hij hen op een onemanshow zal trakteren, zoals hij elk weekend in Vlaanderen doet. „Vorig jaar moest ik mijn seizoen redden. Nu niet. Als ik wereldkampioen word, is dat de kers op de taart.”