Centrum Amsterdam: helft minder autokilometers

Verkeer

Met de verkiezingen op komst gaat het werk aan verkeersmaatregelen stug door. De Amsterdamse wethouder Litjens vindt vier jaar te kort.

Wethouder Litjens’ verkeersplannen in uitvoering en voorbereiding

De grote besluiten van deze collegeperiode zijn wel zo’n beetje genomen, op het stadhuis van Amsterdam staan de politici deze laatste maanden voor 21 maart al in de campagnehouding. Wat zij nu nog de wereld inblazen, zijn vooral beloften: leraren die voorrang dienen te krijgen op de woningmarkt – allemaal plannen die een volgend college moet uitvoeren.

Op zijn werkterrein blijft het werk in uitvoering, zegt wethouder Pieter Litjens. „Als er morgen een kademuur instort, moet die meteen worden gerepareerd.”

Als een veldheer boven een stafkaart, zo gebaart Litjens (verkeer en vervoer, VVD) over de plattegrond van Amsterdam die op zijn tafel ligt. Allemaal werk in uitvoering en plannen wat verder in de toekomst. De termijn van vier jaar is eigenlijk te kort voor bestuurders, vindt Litjens. De eerste jaren neem je besluiten en tegen de tijd dat de uitvoering goed op gang komt, naderen de verkiezingen alweer. Zes jaar, dat zou hij een redelijker termijn vinden.

De kaart zit vol kleur – in de krant omwille van de leesbaarheid met andere kleuren dan die van de wethouder. Oranje: wordt aan gewerkt, groen: in voorbereiding. „Als je al die projecten bekijkt”, zegt Litjens, „zie je een heleboel bomen. Maar als je even afstand neemt en door je oogharen kijkt, dan krijg je door hoe het bos eruitziet.”

Politieke dimensie? Mwoah

Wat hij op de kaart ook aanwijst, het zijn in de dichtbevolkte en drukbezochte stad meteen knooppunten. Elke ingreep op de ene plek heeft drie, vier, vijf gevolgen eromheen of zelfs een paar kilometer verderop. Voor de zomer nog komt er een ‘knip’ op de Prins Hendrikkade, zodat auto’s niet meer voor het station langs kunnen. Dat heeft voor alle verkeersdeelnemers gevolgen: touringcars kunnen niet meer voor het Victoriahotel uitladen. Dat betekent dat ook de rondvaartboten daar niet hun centrale steigers zullen houden. En het betekent aan de andere kant dat de ruimte en dus de veiligheid voor voetgangers en fietsers toeneemt.

Van meet af aan heeft Litjens geen grote visies op het verkeer willen loslaten – dat duurt alleen maar heel lang, vindt hij, en is gevoelig voor torpedo’s van links of rechts. Als je hem vraagt of er geen politieke dimensie in zijn plannen zit, zegt hij: „Mwoah.”

Hij koos voor een inventarisatie van knelpunten in de stad, analyse van de problemen ter plaatse en pilots om oplossingen in de praktijk te testen en bij te stellen. Hij noemt het Alexanderplein, vlak achter de Muiderpoort. Daar waren problemen met de doorstroom. Daarop is besloten om vier maanden de verkeerslichten uit te zetten om te kijken wat er zou gebeuren. De doorstroom verliep beter. Er waren alleen nog wat kleine aanpassingen nodig, zoals een veilige oversteek voor voetgangers met mobiliteitsbeperking of schoolkinderen.

Die optelsom van knelpunten vertoont toch wel trekken van een visie. Impliciet misschien, en niet gestuurd vanuit een politiek vertrekpunt, maar toch. Amsterdam moet bereikbaar blijven voor, in volgorde van belangrijkheid: voetgangers en fietsers, openbaar vervoer, en de auto. Ja, het centrum moet ook bereikbaar blijven voor wie er per se met de auto moet zijnm vindt de wethouder. Alle anderen moeten uit de auto worden geholpen. „Soms met zachte dwang.”

Twintig miljoen kilometer

Hij wijst op de ring die langs het overbevolkte centrum loopt, van de IJtunnel, door de Valkenburgerstraat, Weesperstraat, Stadhouderskade en die helemaal af tot aan de Haarlemmerpoort. In het gebied binnen die verkeerssingel zal het aantal autobewegingen – twintig miljoen kilometer per jaar, zegt zijn woordvoerder – met de helft worden teruggedrongen.

Dat besluit komt niet vanuit de politieke wens om autoverkeer te verminderen, zegt Litjens. Hij maakt zich partijpolitiek vrolijk om de verkiezingsbelofte van GroenLinks om 10.000 parkeerplaatsen in de binnenstad op te heffen. „Kan helemaal niet.” Net zo min als er 12.500 nieuwe woningen per jaar kunnen worden gebouwd? (Een verkiezingsbelofte van zijn VVD.) „Dat kan wél.”

De reden om het aantal autobewegingen in het centrum met 50 procent terug te dringen, is dat „de helft daar helemaal niet met de auto hoeft te zijn”. Het devies: laat het doorgaand autoverkeer over een paar grote straten rijden, vooral over de Singelgracht, bouw garages op strategische plaatsen aan die weg en zorg dat mensen verder lopend, fietsend of met het openbaar vervoer de stad ingaan. Die garages betekenen ook dat op straat parkeren in de Jordaan wordt teruggedrongen. „Daarmee wordt het groener, veiliger, leefbaarder.”

Hij noemt nog een duizelingwekkend cijfer: elke dag rijden 280.000 auto’s van buiten de stad in. En tegen 2030 zullen dat er bij ongewijzigd beleid 400.000 zijn. Dat is de reden dat Litjens met collega-bestuurders van de andere drie grote steden zo hard lobbiet bij het Rijk voor extra investeringen in lightrail. „Ik weet dat de krimpgebieden ook investeringen nodig hebben. Maar reken maar dat de economische motor die de grote steden nu zijn, heel wat trager gaat lopen als alles verstopt raakt.”

Hij veegt nog eens over de kaart met de projecten. „Dit is nog maar het Centrum. Als dat klaar is, zullen ook in Zuid, Noord, West en Oost ingrijpende maatregelen nodig zijn.”